Hoeve met losse bestanddelen, te dateren op het einde van de 19de of het begin van de 20ste eeuw. Er werden geen bouwdossiers gevonden.
Tot het einde van de 19de eeuw is de site nog onbebouwd. In de legger van de kadastrale Atlas, die Philip-Christian Popp tussen 1842 en 1879 publiceerde, wordt het perceel beschreven als “Land”, eigendom van Carolus-Josephus-Emmanuel Dellafaille. Vruchtgebruiker was mevrouw Dellafaille de Leverghem-Van Havre, weduwe van Jan-Marie-Joseph Dellafaille.
De hoeve ligt op een ruim hoekperceel tussen de Groenstraat en de Moerelei, aan de westzijde van de Groenstraat. Langs de straat staan van zuid naar noord het woonhuis, een aanpalend stalvolume en op de noordelijke hoek van de site een grote schuur. Ten westen van deze gebouwenrij bevindt zich het erf en aan de westzijde daarvan bijkomende stal- of schuurgebouwen die anno 2023 in vervallen staat verkeren.
De gevels zijn opgetrokken in roodbruin baksteenmetselwerk, verschillen in metselverband en kleur van de baksteen wijzen op meerdere bouwfases. De vroegste gebouwen, met name het woonhuis, de aansluitende stal en de schuur aan de noordzijde, hebben pannen zadeldaken. De wellicht later toegevoegde aanbouwen en de gebouwen ten westen van het erf hebben platte daken of lessenaarsdaken.
Het woonhuis van één bouwlaag onder pannen zadeldak telt drie op twee traveeën en is met de voorgevel naar het zuiden georiënteerd. Op het gelijkvloers wordt de centrale inkomdeur geflankeerd door twee brede rechthoekige vensters. De voorgevel werd recent vernieuwd en bestaat uit recenter metselwerk in halfsteens verband. De gevel sluit bovenaan af met een dubbele bakstenen tandlijst. De kopse gevel aan de straatzijde is voorzien van een cementering met schijnvoegen en heeft in het rechterdeel een licht getoogde vensteropening met tralies en daaronder een licht getoogd keldervenster met drie verticale diefijzers. Deze ordonnantie wijst op een oude kern met half ondergrondse kelder en opkamer. Ter hoogte van de zolder heeft deze gevel een rondboogvenster met vast bovenlicht en houten luiken.
Het zadeldak van de ten noorden aansluitende eenlaagse stal staat haaks op het woonhuis georiënteerd, de kopse gevel is boven de dakrand van het woonhuis zichtbaar. De straatgevel van de stal is opgetrokken in baksteenmetselwerk in kruisverband met gecementeerde plint en vertoont bovenaan verstoringen in het metselverband. Deze zijn mogelijk het resultaat van een herstelling of verhoging. Ook twee lange rechte muurankers boven elkaar wijzen hierop. De gevel heeft twee hoog geplaatste segmentboogvensters met harstenen dorpel. De noordelijke gevel van de stal is afgewerkt met horizontale houten planken. Hieraan sluit een recenter en lager stalvolume onder plat dak aan, de bakstenen gevel zet de gevelordonnantie van de oudere stalgevel voort, maar met drie rechthoekige vensteropeningen.
Aan de noordzijde van de site staat een grote schuur, de nok van het zadeldak staat haaks op de Groenstraat. De schuur lijkt het oudste en best bewaarde volume van de oorspronkelijke hoeve. De kopse straatgevel is langs de schuine daklijn verankerd met rechte muurankers en heeft links een brede poortopening met houten lateibalk en bakstenen ontlastingsboog. Rechts van de poort is nog een bijkomend muuranker aanwezig. De tweevleugelige poort dateert uit een recente fase. De westelijke kopse gevel heeft een poortopening die in één lijn ligt met deze aan de straatzijde. De noordelijke langgevel van de schuur is blind en onder de dakrand verankerd met lange rechte muurankers. In de naar het erf gerichte langgevel zijn rondboogvormige gevelopeningen zichtbaar.
Auteurs: Fexer, Charlotte
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen