Villa in sobere art-decostijl met kenmerken van de cottagestijl, gebouwd naar een ontwerp uit 1926 van het architectenduo Vincent Cols en Jules De Roeck. Opdrachtgever was zakkenhandelaar Raymond Stayaert.
De architecten Cols en De Roeck waren voornamelijk actief in de provincie Antwerpen en realiseerden van 1912 tot 1965 samen een uitgebreid oeuvre. Tijdens het interbellum bouwden zij landhuizen en woningen in anglo-normandische en beaux-artsstijl, na de Tweede Wereldoorlog werdj de rustieke bouwstijl verdergezet in stads- en plattelandswoningen. In de jaren 1950-1960 legde het bureau zich vooral toe op bedrijfs- en kantoorarchitectuur.
Villa van twee bouwlagen en drie op twee traveeën onder samengestelde leien daken met overkragende dakrand. De gevels zijn opgetrokken uit baksteenmetselwerk in kruisverband met decoratief gebruik van metselverband in dambordpatroon en meervoudige uitstekende platte baksteenlagen als horizontale gevellijst. Oorspronkelijk waren de gevels niet geschilderd waardoor de verschillende metselverbanden beter uitkwamen.
De aanleg van de voortuin is recent.
Voorgevel van drie, achter elkaar geschakelde traveeën van ongelijke breedte. Vooraan links een tussen vlakke muurpijlers gevatte en met puntgevel bekroonde smalle travee, rechts hiervan twee bredere trapsgewijs terugwijkende traveeën. De puntgevel heeft een afwerking met kiezelstenen en keitjes in vrij verband. De uit de zijgevels uitstekende rookkanalen zijn nog zichtbaar, de bijhorende schouwmassieven zijn verdwenen.
Rechthoekige vensteropeningen met vaste verticale onderverdeling, de gevelplannen van het bouwdossier tonen oorspronkelijk kozijnen met bovenlichten en roedeverdeling. Boven de gevelopeningen bakstenen strekken, de dorpels bestaan uit bakstenen rollagen. In de hoek tussen de twee rechtse traveeën bevindt zich het verhoogde en overluifelde inkomportaal met een rechthoekige deuropening in getrapte bakstenen omlijsting. De oorspronkelijke genagelde houten voordeur is nog bewaard.
De bouwplannen uit het bouwdossier tonen een voor interbellumvilla’s typerende plattegrond met een grote centrale traphal. Rond de hal zijn de andere vertrekken gegroepeerd: op de begane grond links het salon met 'inglenook' en de eetkamer, achteraan de office met diensttrap, de keuken en de wasplaats met wc, en bij het inkomportaal een vestiaire met wc. Op de verdieping bevinden zich vijf (slaap)kamers en achteraan de badkamer. De villa is deels onderkelderd, en herbergt een mansardekamer en zolders onder het dak.
Auteurs: Fexer, Charlotte
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen