Twee burgerhuizen in eclectische stijl gebouwd voor rekening van Gerard Andriessens,naar een ontwerp van architect Frans Reusens uit 1913. Oorspronkelijk waren drie huizen gepland: een groot “renteniershuis” geflankeerd door twee “burgerswoningen”. Anno 2023 zijn enkel het centrale grote huis en het linker huis bewaard.
Frans Reusens, zoon van de aannemer Joannes Franciscus Reusens, debuteerde als architect omstreeks 1900. Vóór de Eerste Wereldoorlog ontwierp hij talrijke burgerhuizen in de nieuw aangelegde straten van de 19de-eeuwse gordel, de wijken Zuid en Zurenborg, op een enkele uitzondering na conventioneel van type en stijl, waaronder “De Dierenriem” uit 1905 aan de Cogels-Osylei.
Twee rijwoningen van twee bouwlagen en respectievelijk drie (nummer 9) en vier (nummer 11) traveeën onder leien pseudomansardedaken.
Het gevelparement bestaat uit gebroken witte baksteen op een hardstenen sokkel met decoratief gebruik van groen geglazuurde bakstenen voor horizontale gevelbanden en de segmentbogen van de gevelopeningen.
Huis nummer 9 is het kleinere huis met een minder uitgewerkte voorgevel. De gevelopeningen zijn licht getoogd. De vensters hebben hardstenen lekdrempels die op het gelijkvloers doorlopen als horizontale lijst boven de hardstenen sokkel. Op het gelijkvloers bevindt zich in de rechtertravee de inkomdeur, links daarvan twee vensteropeningen. Op de verdieping is de traveeverdeling anders. Hier wordt een centrale brede vensteropening geflankeerd door twee smallere vensters. De hardstenen sokkel is versierd met twee rechthoekig panelen met sobere profilering en bevat twee lage keldervensters met elk een getorste, horizontale tralie.
Het verticale dakvlak boven de voorgevel heeft twee rechthoekige vensteropeningen. De bakgoot onder het dakvlak is recent vernieuwd in pvc. Het oorspronkelijke gevelplan toont een geprofileerde kroonlijst met bakgoot op houten kraagstukken en een tandlijst. Het pseudomansardedak had oorspronkelijk een rechthoekige vensteropening tussen geprofileerde en met voluten versierde posten onder een geprofileerd fronton.
Het “renteniershuis” is groter en heeft een rijkelijker uitgewerkte voorgevel. De twee centrale traveeën zijn geaccentueerd als risaliet. De hardstenen sokkel heeft twee grote keldervensters met smeedijzeren, met bloemen versierde tralies. Bovenaan sluit de sokkel af met een eenvoudige uitstekende lijst, gevormd door de doorlopende lekdrempels van de vensters. Hieronder zijn sierpanelen met schijfmotief aanwezig.
Op het gelijkvloers bevatten de twee linkertraveeën telkens een vensteropening. Hierop volgt de verhoogde inkomdeur en in de uiterst rechtse travee een brede deuropening naar een doorgang, die rechtstreeks naar de tuin leidt. Deze opening heeft een hardstenen latei op consoles en een licht getoogd bovenlicht.
Op de verdieping heeft elke travee een vensterdeur. Voor de twee centrale traveeën is een hardstenen balkon op geprofileerde kraagstukken aanwezig. De balustrade met gebuikte balusters en geprofileerde pijlers loopt ook door als borstwering voor de twee vensters in de buitentraveeën. De geprofileerde kroonlijst met tandlijst en bakgoot op houten klossen en voluutvormige kraagstukken is nog bewaard en volgt de lijn van de middenrisaliet.
Het dakvlak boven de voorgevel heeft in het midden twee rechthoekige vensteropeningen. Deze dakvensters waren oorspronkelijk gevat tussen geprofileerde posten en bekroond met geprofileerde frontons, die na augustus 2018 vernieuwd werden met vlak plaatmateriaal. Links en rechts hiervan is telkens een oeil-de-boeuf met geprofileerde omlijsting aanwezig. De trapeziumvormige sluitstenen hiervan hebben bolvormige bekroningen.
Het schrijnwerk is bij beide woningen recent vernieuwd, de indeling van de vensters werd wel behouden. Woning nummer 11 had tot juli 2013 nog de oorspronkelijke vensterkozijnen met guillotineramen op het gelijkvloers. Bij huis nummer 11 zijn nog de twee oorspronkelijke tweevleugelige houten paneeldeuren met rijkelijke profilering en sierlijsten bewaard. De inkomdeur heeft in elke vleugel een rechthoekige lichtopening met geometrisch smeedwerk.
De interieurindeling van de twee woningen volgt volgens het bouwdossier het traditionele schema van een enkelhuisplattegrond: de smalle inkomtravee bevat de gang met bordestrap naar de verdieping. In de brede venstertravee bevindt zich een enfilade van woonkamers, waarop achteraan een veranda en een terras aansluiten. Achter het trappenhuis bevindt zich de keuken en in een uitbouw het pomphuis met wc.
Woning nummer 11 had volgens het plan, in de kelder achteraan ook een wasplaats met strijktafel. Deze dienstruimte was via een buitentrap langs de tuinzijde bereikbaar.
De verdiepingen bevatten de slaapkamers, huis nummer 11 had oorspronkelijk ook een badkamer en een bureel. Hierboven bevonden zich de mansarde- en zolderkamers.
Auteurs: Fexer, Charlotte
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen