Villa in neotraditionele stijl, volgens de bouwaanvraag uit maart 1927 gebouwd in opdracht van L.ouis Beuckelaers. Het bouwdossier vermeldt de ontwerper niet.
Jacobus Joannes Ludovicus Beuckelaers (Wilrijk, 1880-Wilrijk, 1950), echtgenoot van Stephania Van Acker (Antwerpen, 1884-Wilrijk, 1947), was landbouwer van beroep.
In 1960 werd de villa verbouwd naar ontwerp van architect Rosa Goormans en voor rekening van de toenmalige eigenaar, hun zoon Florent Beuckelaers-Eelen (Wilrijk, 1920-Edegem, 1982). Een eerste ontwerp uit 1956 van dezelfde architecte voorzag een rieten dak en werd ondanks de vergunning blijkbaar aangepast.
In 2007 werden de gelijkvloerse gevelopeningen van de tuingevel vergroot en vensteropeningen in de zijgevel bijgemaakt. Dit gebeurde onder leiding van architectenbureau Van hunsel. Bij deze verbouwing werd het interieur van de begane grond aangepast en achteraan beperkt uitgebreid.
De voortuin wordt aan twee zijden begrensd door recht gesnoeide taxushagen achter een lage breukstenen muur. Rechts van de villa bevindt zich een brede met cementtegels verharde oprit, achteraan staat een garagegebouw onder leien schilddak.
De villa is gelegen op een hoekperceel tussen de Laarstraat en de Perckhoevelaan met grote noordwestelijk georiënteerde tuin en bestaat uit twee bouwlagen onder samengestelde leien daken met overkragende dakrand. De gevels zijn opgetrokken in roodbruin baksteenmetselwerk in kruisverband met gecementeerd en witgeschilderde hoekkettingen en horizontale gevelbanden. Rechthoekige gevelopeningen met vernieuwd schrijnwerk en gecementeerde en witgeschilderde vensterposten en -omlijstingen.
De volumewerking van de villa wordt bepaald door een brede uitbouw aan de zijde van de Pelckhoevelaan en aan de achtergevel en de als risaliet uitgewerkte brede rechtertravee van de voorgevel. Deze verspringende volumes worden ook weerspiegeld in de samengestelde dakschilden.
De voorgevel aan de Laarstraat bestaat uit de brede, als risaliet uitgewerkte rechtertravee met een twee dubbele bow-window op gelijkvloers en verdieping. Deze travee werd oorspronkelijk bekroond door een puntgevel onder zadeldak, pas in 1960 werd deze verwijderd en het dakschild verder doorgetrokken. De smalle linkertravee heeft een regelmatige ordonnantie met twee rechthoekige vensteropeningen.
De inkom bevindt zich volgens het oorspronkelijke bouwplan in de zijgevel, voor de terugwijkende zijdelingse uitbouw. Ook deze laatste had oorspronkelijk naar de Pelckhoevestraat toe een puntgevel, die in 1960 werd aangepast.
De uitbouw aan de achtergevel had oorspronkelijk een plat dak, dat in 1960 verhoogd werd met een schilddak.
De uit het gevelvlak uitstekende rookkanalen vormen in de linker- en rechterzijgevel een verticaal accent met de oorspronkelijk bewaarde bakstenen schoorsteenmassieven boven de dakrand. De vensteropeningen in de rechterzijgevel werden in 1960 vergroot.
Volgens de oorspronkelijke bouwplannenplannen vormt de plattegrond een variatie op een sinds de 19de eeuw vaak toegepast schema. In de brede rechtertravee een enfilade van salon en eetkamer, met een veranda in uitbouw, geflankeerd door de spreekkamer en de inkom- en traphal. De uitbouw aan de linkerzijgevel huisvest de keuken, een kleine uitbouw achter de traphal het pomphuis annex wc. Op de bovenverdieping bevinden zich drie slaapkamers en een klein kabinet, gegroepeerd rond de traphal.
Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 238#1570, 238#10803, 238#9272, 3238#47 en 3238#831.
Auteurs: Fexer, Charlotte; Braeken, Jo
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen