Kleuter- en lagere school, gelegen in het binnengebied tussen de Letterkundestraat in het noorden, de Zonnedauwstraat is het oosten, de Robert Broeckhovestraat in het zuiden en de Chrysanthenstraat in het westen. De hoofdtoegang bevindt zich op het adres Letterkundestraat 39-41, de achteringang ter hoogte van de Robert Broeckhovestraat 28-30.
De gebouwen op de schoolsite ontstonden in verschillende fases. In 1935 begon de gemeente Wilrijk met de bouw van de vleugel aan de oostzijde van de speelplaats, een schoolgebouw met acht klassen. In deze fase kan ook het oorspronkelijke inkomgebouw aan de Letterkundestraat gedateerd worden. De school werd opgericht als meisjesschool en telde bij de start op 1 september 1936 als personeel een bestuurster met klas.
In de jaren 1960-1961 werd een turnzaal in het westelijke deel van de site gebouwd, in de vijf hierop volgende jaren werden er vijf klassen en een refter in prefabmateriaal bijgebouwd. Van deze gebouwen werd het oorspronkelijke bouwdossier niet gevonden. Het eerste schoolgebouw, het inkomgebouw en de turnzaal zijn anno 2023 nog bewaard.
Op 14 december 1973 besliste de gemeenteraad van Wilrijk de gemeenteschool Letterkundestraat met een aantal specifieke schoollokalen, een peutertuin en een kinderkribbe uit te breiden. Dit oorspronkelijke plan werd bijgestuurd en resulteerde in het voorontwerp dat de gemeenteraad op 28 juni 1979 goedkeurde. Dit hield verschillende klaslokalen voor het basis- en kleuteronderwijs in, een directielokaal, een leraarskamer en een refter met keuken en sanitaire installaties. In het centrum van het gelijkvloers en de eerste verdieping werd een polyvalente ruimte voorzien, daarnaast nog berging en technische lokalen. Het ontwerp werd opgemaakt door het architectenbureau van Eddy Posson en Yves Donck.
Een eerste bouwaanvraag werd ingediend op 21 november 1979 maar op 24 april 1980 geweigerd. De plannen werden aangepast en op 3 oktober 1980 werd de bouwvergunning verleend. De bouwplannen dateren van 1 september 1980.
Op 19 oktober 1981 werden de bouwwerken toegewezen aan de laagste bieder, met name de firma pvba Finspico uit Antwerpen. Het lot centrale verwarming werd gegund aan pvba Szapinsky uit Puurs, het lot elektriciteit aan nv De Decker uit Wijnegem.
Op 1 augustus 1982 werd het bevel tot aanvang der werken gegeven en werd er gestart met de sloop van een aantal huizen aan de Letterkundestraat. Op 2 oktober 1982 vond de plechtige eerstesteenlegging plaats. Een hardstenen gedenkplaat in de gevel van de doorrit herinnert hieraan.
Het oeuvre van het architectenbureau Possson en Donck is nog onderbelicht. In de jaren 1970 ontwierpen zij verschillende villa’s in Wilrijk, met name in 1971 in de Flamingostraat 3, in 1973 in de Kwikstaartlaan 7 en in 1978 in de Goudvinklaan 2. Daarnaast waren zij betrokken bij een aantal verbouwingen en restauraties van historische gebouwen in de Antwerpse binnenstad.
De schoolvleugel aan de oostzijde van de speelplaats heeft een langwerpig rechthoekig grondplan en bestaat uit twee bouwlagen onder platte daken. Het centrale inkom- en trapvolume wordt geflankeerd door twee hogere volumes die telkens vier klaslokalen bevatten. Het gevelparement bestaat uit donkerbruin baksteenmetselwerk in Noors verband op een sokkel in verticaal metselverband. De rechthoekige gevelopeningen zijn gevat in een terugwijkende bakstenen omlijsting waarin telkens een strek met twee koppen afwisselt. De hardstenen dorpels steken uit het gevelvlak uit. Het metselverband zorgt voor een sober decoratief patroon. Daarnaast wordt de gevelcompositie bepaald door een terughoudend spel van verticale en horizontale vormen en lijnen.
Het inkom- en trapvolume telt drie traveeën. De centrale travee bevat het terugwijkende inkomportaal. Een driedelige glazen deur geeft toegang tot de inkom- en traphal, rechts daarvan bevindt zich een smalle deur naar de kelder. Het portaal wordt geflankeerd door gebogen baksteenmassieven bekroond door een vierdelig horizontaal venster. Het trapvenster boven het inkomportaal bestaat uit drie verticale stroken met bakstenen tussenposten. Links en rechts zijn op halve hoogte en op de verdieping driedelige horizontale vensteropeningen aanwezig.
De twee volumes met klaslokalen hebben op gelijkvloers en verdieping telkens twee grote driedelige vensterpartijen met bakstenen tussenposten. De vensters worden horizontaal verdeeld, op de eerste verdieping door een als gevellijst doorlopende tussendorpel, op het gelijkvloers door een vlakke gecementeerde gevelband. Bovenaan sluiten de gevels af met een overkragende witte bakgoot, de gevel van het inkom- en trapvolume heeft een sobere hardstenen dakrand. Voor de volledige gelijkvloerse gevel werd in een recente fase een breed afdak geplaatst. De zij- en achtergevels zijn niet zichtbaar. De achtergevel heeft op elke bouwlaag meerdelige horizontale vensteropeningen. Het buitenschrijnwerk bestaat uit pvc en dateert uit een recente periode.
Het interieur van deze schoolvleugel wordt bepaald door de centrale inkom- en trappenhal. In het linker- en rechterdeel zijn tegen de voorgevel op elke bouwlaag vier klaslokalen aanwezig, de circulatie wordt door een lange gang aan de achterzijde verzekerd. De interieuraankleding is grotendeels origineel bewaard. De binnenwanden zijn in de gang en de trappenruimte bekleed met klinkers in roodbruin- en okertinten, die zoals het gevelparement in Noors verband geplaatst werden. De vloeren van de gangen en de trappenhal bestaan uit cementtegels in oker, bruin en zwart in een geometrisch patroon. De treden van de bordestrap bestaan uit grijze Belgische marmer, de gesloten balustrade heeft een afwerking in zwarte granito, een plint in zwarte marmer en een geprofileerde houten bovenlijst. Ook de twee trappalen op ovaal grondvlak zijn bekleed met zwarte granito. Via bovenlichten worden de klaslokalen vanuit de trappenhal en de gangen van bijkomend daglicht voorzien. Hierin is deels nog het oorspronkelijke houten schrijnwerk met structuurglas bewaard. De binnendeuren zijn grotendeels vernieuwd. De klaslokalen zijn deels gerenoveerd maar bewaren nog de vloerbekleding in grijze en zwarte cementtegels. Plaatselijk is nog een tegellambrisering bewaard, echter wit geschilderd. In één klaslokaal is nog een verhoogd leraarspodium met houten plankenvloer bewaard.
Het voormalige inkomgebouw aan de Letterkundestraat bevatte oorspronkelijk op de verdieping een conciërgewoning, anno 2023 bevinden zich hier secretariaats- en directielokalen. De gevels zijn opgetrokken in rood baksteenmetselwerk in Noors verband.
Bij het ontstaan van het nieuwe schoolgebouw in 1981-1982 werden de voorgevel en het gelijkvloers van dit gebouw verbouwd. De bouwaanvraag van 1980 bevat foto’s van de oorspronkelijke voor- en achtergevel en een grondplan van het gelijkvloers. Aan de straatzijde bevond zich oorspronkelijk een tweedelige inkomdeur, geflankeerd door twee rechthoekige horizontaal geplaatste vensters, onder een ver uitkragende brede luifel op twee slanke zuilen. Bovenop de luifel was een vlaggenmast aanwezig. Op de verdieping waren drie, als horizontale band gekoppelde rechthoekige vensteropeningen met twee brede natuurstenen tussenposten aanwezig.
De achtergevel van het inkomgebouw wijkt op het gelijkvloers met uitzondering van de smalle linkertravee terug onder een brede luifel, die tegelijk een balkon voor de terugwijkende gevel van de verdieping vormt. Hierboven kraagt de dakrand ver over. Op het gelijkvloers bevond zich een brede raampartij met centrale tweevleugelige deur, op de verdieping een brede raampartij met schuifraam. Het balkon had een sobere wit geschilderde metalen balustrade.
Bij de verbouwing in het begin van de jaren 1980 werd de luifel aan de voorgevel verwijderd en het inkomportaal omgevormd tot driedelige garagepoort, rechts hiervan ontstond een inkomdeur naar de conciërgewoning. De brede doorgang naar de speelplaats werd verbouwd tot garage voor drie wagens met achteraan een fietsenstalling. De inkom naar de school en de doorgang naar de speelplaats werden verplaatst naar het nieuwe gebouw. De indeling van de achtergevel werd behouden, de gevelopeningen op gelijkvloers en verdieping werden aangepast.
De turnzaal in het westelijke deel van de site heeft een rechthoekig grondplan en bestaat uit twee bouwlagen onder een flauw hellend zadeldak. De ver overkragende dakrand bestaat uit wit plaatmateriaal en lijkt recent vernieuwd.
De langgevel aan de speelplaats telt zes traveeën en bestaat uit een structuur van verticale en horizontale betonnen balken, opgevuld met een gevelparement van bruine baksteen in halfsteens verband. In de uiterst rechtse travee is de gelijkvloerse gevel bekleed met breuksteen, hier bevindt zich de brede rechthoekige inkomdeur. De vier centrale traveeën bevatten op de verdieping grote traveebrede ramen, op het gelijkvloers zijn deze dichtgemetst met grijze betonstenen. Vermoedelijk bevonden zich hier oorspronkelijk ook gevelopeningen. De uiterst linkse travee is blind. De linkergevelhoek is bekleed met breuksteen en loopt boven de dakrand door in een schoorsteen. De kopse gevel is volledig blind en bestaat uit bruin baksteenmetselwerk in halfsteens verband.
Haaks op de linkergevelhoek sluit een eenlagse vleugel onder plat dak aan, ook hier lijkt de overkragende en in hoogte verspringende dakrand in wit plaatmateriaal recent vernieuwd. De gevel van deze vleugel heeft twee rechthoekige deuropeningen en meerdere hoog geplaatste horizontale vensters.
Het buitenschrijnwerk van deze twee gebouwen is recent vernieuwd in donkergrijze pvc.
Aan de noordzijde van de speelplaats sluit een breed rijhuis aan, dat de verbinding met de Robert Broeckhovestraat maakt. De gevels aan de speelplaats hebben een sober parement in roodbruine baksteen. De gevel aan de Robert Broeckhovestraat telt zes traveeën en twee bouwlagen en bestaat uit een gelijkaardige betonstructuur als de gevel van de sporthal. De gevelvakken tussen de betonnen balken zijn opgevuld met bruin baksteenmetselwerk. Vermoedelijk werd hier in het begin van de jaren 1960, bij het ontstaan van de sporthal, een bestaand rijhuis verbouwd en bij de schoolsite gevoegd.
Het schoolgebouw naar ontwerp van architecten Eddy Posson en Yves Donck is het grootste gebouw op de site en bestaat uit twee bouwlagen en een souterrain onder met roofing afgewerkte platte daken. De constructieve basis van het gebouw is een skelet van gewapend beton. De gevels zijn opgetrokken in roodbruin baksteenmetselwerk in halfsteens verband en sluiten af met een zeer brede dakrand in zichtbeton. Grote, vaak bouwlaaghoge raampartijen werden rechtstreeks onder de dakrand geplaatst, in de straatgevel verspringen zowel de dakrand als de onderliggende vensters in hoogte. De straatgevel wordt ook tussen gelijkvloers en verdieping door een betonnen lijst horizontaal verdeeld.
Het quasi T-vormige grondplan bestaat uit een lange vleugel aan de Letterkundestraat en een haaks hierop geplaatste tweede vleugel aan de zijde van de speeltuin. Deze basisvorm is echter amper herkenbaar in de zeer sculpturaal opgevatte buitengevels, die bepaald worden door in- en uitspringende kubische volumes en een wissel van open en gesloten vlakken. Uitspringende gelijkvloerse delen werden voorzien van glazen lessenaarsdaken die als schuine vlakken contrasteren met de andere blokvormige volumes. In de straatgevel kraagt het linkerdeel van de verdieping ver uit boven de hoge doorrit naar de speelplaats. In de achtergevel steunt een overkragende hoek van de verdieping op slanke betonnen pijlers en vormt een luifel boven de verhoogde inkompartij van het gelijkvloers. Naast dit markante en ruwe vormenspel is ook het materiaalgebruik - ruw baksteenmetselwerk en béton brut - typerend voor de brutalistische stijl.
Het metalen buitenschrijnwerk met donkergrijze afwerking is in alle gevels origineel bewaard.
Tegen de oostelijke hoek werd bijkomend een eenlaags sanitair gebouw geplaatst, dat enkel vanuit de speelplaats toegankelijk is. Ook dit gebouw heeft bakstenen gevels onder een brede betonnen dakrand, het materiaalgebruik is echter minder herkenbaar omdat de gevels in een latere fase lichtblauw geschilderd werden.
Het interieur van het souterrain bevat verschillende bergruimtes en vooraan een grote fietsenstalling, die via een hellend vlak langs de voorgevel bereikbaar is. Aan de zijde van de speelplaats bevinden zich de refter en de keuken, hier helt de speelplaats af tot op het niveau van het souterrain, waardoor het mogelijk werd om grote raampartijen te plaatsen en de refter van voldoende daglicht te voorzien.
Ook op het gelijkvloers en de eerste verdieping werd veel aandacht aan lichtinval besteed. Aan de basis van de binnenindeling lag duidelijk het idee van een open werking waarin de verschillende klaslokalen via de centrale ruimte met elkaar communiceren.
Op beide niveaus sluiten respectievelijk vijf en zes klaslokalen, sanitaire ruimtes en een directielokaal aan op een centrale hal met onregelmatig grondplan. Elk klaslokaal heeft een wastafel, een speelput en een inkomzone met vestiaire.
De binnenwanden bestaan deels uit grijze betonstenen en deels uit houten kaders met een lambrisering van houten latten en daarboven grote ramen. Door de klaslokalen rond de centrale hal tegen de buitengevels te plaatsen, worden deze door de grote vensters en de glazen daken verlicht. De grote ramen in de binnenwanden geven het daglicht door naar de polyvalente hal. De verdieping wordt bijkomend door piramidevormige dakkoepels verlicht. De plafonds bestaan uit een orthogonale structuur van betonbalken, opgevuld met bruin geverniste houten planken. De vloeren zijn bekleed met lichtbeige rechthoekige keramische tegels.
Auteurs: Fexer, Charlotte
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen