Hoeve met losse bestanddelen, vanaf 1976 verbouwd tot kinderboerderij.
De rurale bebouwing in deze zone gaat minstens terug tot het laatste kwart van de 18de eeuw. De Ferrariskaart toont op de plaats van de kinderboerderij reeds bebouwing, waarschijnlijk een hoeve bestaande uit een L-vormig gebouw met twee kleinere bijgebouwen. In het begin van de 19de eeuw toont het primitief kadasterplan twee langwerpige gebouwen in elkaars verlengde en ten noorden en zuiden hiervan drie kleine bijgebouwen.
Op basis van de historische kaarten kan het hoofdgebouw van de kinderboerderij minstens in het begin van de 19de eeuw gedateerd worden, mogelijk heeft het een oudere kern. Het bakhuis ten noorden van het hoofdgebouw dateert mogelijk ook uit een vroege fase, maar bevindt zich op een andere plaats dan in het begin van de 19de eeuw.
De overige bestaande gebouwen dateren uit een latere fase en werden pas in de 20ste eeuw toegevoegd.
De Wilrijkse kinderboerderij werd vanaf 1976 door het gemeentebestuur verbouwd en in 1978 voor het publiek geopend. Het verbouwdossier uit deze periode werd niet gevonden.
Het langwerpige gebouw aan de zuidzijde van de site is op een luchtfoto van 1971 nog niet aanwezig en dateert mogelijk ook uit 1976.
Complex van drie eenlaagse gebouwen en een bakhuis, als losse bestanddelen rond een met kasseien verhard erf gegroepeerd. Alle gebouwen hebben pannen zadeldaken. De gevels zijn opgetrokken in baksteenmetselwerk in kruisverband. Het bakhuis aan de noordzijde van het erf bestaat gedeeltelijk uit vakwerk met leembepleistering.
Het hoofdgebouw bestaat uit een breed en diep woonhuis met een uit het gevelvlak uitspringende bakstenen plint. Ten oosten sluit hierop een smaller en minder diep schuurvolume aan. De indeling in twee volumes van verschillende diepte komt overeen met de situatie op het primitief kadasterplan. De gevels zijn niet verankerd, mogelijk een gevolg van de verbouwing in de jaren 1970. De brede uitbouw onder zadeldak en de lage aanbouw onder plat dak aan de zuidelijke langgevel zijn latere toevoegingen, de juiste bouwchronologie is echter niet gekend.
De oorspronkelijke gevelopeningen zijn licht getoogd en hebben een boog uit een laag van afwisselend een strek en twee koppen en daarboven een platte laag. De zuidelijke langgevel van het woonhuis wordt door de latere aanbouwen aan het zicht onttrokken. De noordelijke langgevel lijkt nog authentiek bewaard en heeft boven het midden een brede dakkapel met bakstenen tuitgeveltje onder pannen zadeldak en een geprofileerde bepleisterde kroonlijst. De gelijkvloerse gevel bevat een smalle deuropening, rechts een verhoogde vensteropening boven een van diefijzers voorzien keldervenster. Mogelijk wijst dit op een half ondergrondse kelder met opkamer. Links van de deuropening bevindt zich een grotere vensteropening, de uiterst linkse travee wordt door een houten aanbouw aan het zicht onttrokken. De kopse gevel van het woonvolume heeft links een lagere uitbouw onder zadeldak met een klein hoog geplaatst venster, mogelijk een trapvenster, en ter hoogte van de zolder een tweede vensteropening. Rechts hiervan heeft de terugwijkende kopse gevel op het gelijkvloers twee grote vensteropeningen en op de zolder een kleiner venster. In de punt van de gevel ziet men een verstoring in het metselwerk, die mogelijk op een vroegere vensteropening wijst.
Het schuurvolume heeft in de twee langgevels korfboogvormige poortopeningen die recht tegenover elkaar staan. Tegen de twee hoeken van de kopse gevel (oostzijde) staan bakstenen steunberen.
Later bijgemaakte vensters in de zuidelijke aanbouwen en het schuurvolume zijn rechthoekig en hebben als lateien een laag verticale strekken.
Het bakhuis aan de noordzijde van het erf heeft een kopse gevel in vakwerk met leembepleistering op bakstenen sokkel. De westelijke kopse gevel in baksteenmetselwerk is verankerd met gebogen muurankers. De punt van deze gevel eindigt in een vernieuwde bakstenen schoorsteen, de bakoven bevindt zich in een kleine uitbouw onder zadeldak. De houten structuur van de zadeldaken is bij de oversteken zichtbaar en open gelaten. De uiteinden van de gordingen en kepers zijn afgeschuind of kwarthol geprofileerd.
De langwerpige stal- of schuurvleugel aan de zuidelijke grens van de site dateert van na 1971 en heeft anno 2023 een horecafunctie. De kopse gevels hebben grote laadvensters, de zuidelijke langgevel is bijna volledig blind. In de noordelijke langgevel werd een gevelbrede betonnen balk ingevoegd, ondersteund door een verticale ijzeren kolom met I-profiel. Onder de balk is de gevel bijna volledig open, links is nog een muurdeel met deuropening en hoog geplaatst venster bewaard.
Het oostelijke bijgebouw dateert uit een recente fase en heeft sobere rechthoekige gevelopeningen met als latei een rij verticale strekken.
Auteurs: Fexer, Charlotte
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen