Burgerhuis in naoorlogs modernisme gebouwd naar een ontwerp van architect Frans Goormans. Het bouwdossier gaat over het “Bouwen van een huis met garage” maar bevat enkel plannen van het achtergelegen garagegebouw, niet van de woning. De bouwvergunning werd verleend op 2 juli 1962.
De woning is ingeplant op een ruim hoekperceel tussen de Lode Brionstraat en de Oversneslaan en paalt aan de woning Lode Brionstraat 58. Aan de Oversneslaan werd een strook van het perceel onbebouwd gelaten en ingericht als tuin. Langs de zij- en achtergevel loopt een met vierkante betonnen tegels verhard pad. De tuinafsluiting met een lage baksteenmuur is mogelijk nog origineel.
Hoekwoning van twee bouwlagen en twee op vier traveeën onder plat dak. De sobere dakrand in lichtbeige natuursteen heeft een recente afwerking met een breed wit dakrandprofiel. Hierboven werd een markante, op korte betonnen pijlers steunende en ver overkragende zwevende dakrand in donkerbruine houten planchetten geplaatst.De gevels hebben een orthogonale indeling. Gevelvlakken met een parement van bruine baksteen in halfsteens verband wisselen af met grote rechthoekige raampartijen tussen brede stroken van tegels in silexbeton of lichtbeige steen. Horizontale gevellijsten en doorlopende lekdrempels zorgen voor een nadrukkelijke horizontale geleding. Het geheel rust op een breukstenen plint, die in de gevel aan de Lode Brionstraat over de hoogte van het gelijkvloers doorloopt. De vensteropeningen zijn gevat tussen panelen van groen glasal of posten met een bekleding in donkerbruine planchetten. Ook het inkomportaal met terugwijkende inkomdeur in het rechterdeel van de voorgevel is bekleed met donkerbruine houten planchetten. De houten voordeur met grote lichtopeningen in structuurglas is nog origineel bewaard. De lichtopeningen zijn voorzien van smeedwerk uit elkaar kruisende horizontale en verticale stangen. Ook het buitenschrijnwerk van de vensters is behouden. Een uitzondering hierop vormt een kleine rechthoekige vensteropening boven het inkomportaal, deze is gevat in een uitstekende omlijsting van lichtbeige natuursteen en heeft vernieuwd schrijnwerk in pvc.
Het contrast in kleur- en materiaalkeuze en het gebruik van beton en grote glasvlakken verwijst naar de in 1958 opkomende expo-stijl. Ook het gebruik van een sober baksteenparement in combinatie met breukstenen gevelvlakken is typerend voor de architectuur in de jaren 1950 en 1960.
Auteurs: Fexer, Charlotte
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen