Villa in naoorlogs modernisme gebouwd voor rekening van Corneel Dierckx, naar een ontwerp van architecten Léon Stynen en Paul De Meyer uit november 1967. De plannen in het bouwdossier werden enkel door Paul De Meyer ondertekend.
Paul De Meyer studeerde architectuur in Lier en Antwerpen en werkte vanaf 1944 als zelfstandig architect. Vanaf 1946 had De Meyer samen met Léon Stynen een architectenbureau, waarover hij tussen 1950 en 1964, tijdens het directeurschap van Stynen in La Cambre, de dagelijkse leiding had. In het naoorlogse werk van de associés lag het accent op rationaliteit, strenge maatvoering en aandacht voor bouwfysisch volmaakte uitvoering en afwerking. In de woning Dierckx komt deze opvatting goed tot uiting, voor de oriëntatie van de villa werd er rekening gehouden met de invalshoek van het daglicht.
De villa staat vooraan ingeplant op een rechthoekig perceel aan de westzijde van de Pastoor De Conincklaan. Rechts achter de villa staat een kleine berging op een rechthoekig grondplan.
De voortuin heeft nog de oorspronkelijke indeling: in het linkerdeel loopt de tuin tot aan de straat door. Het midden wordt volledig ingenomen door een met grijze klinkers verharde oprit. Rechts hiervan bevinden zich twee rechthoekige plantvakken, die door een smal dwars pad gescheiden worden. Uiterst rechts bevindt zich het verharde pad van de straat naar de inkom.
De villa bestaat aan de straatzijde uit één bouwlaag en aan de tuinzijde uit twee bouwlagen, samengevat onder een groot, naar de straat toe afhellend lessenaarsdak. Het dak was volgens de bouwplannen oorspronkelijk met donkergrijze asbestcementleien bedekt, anno 2023 heeft de villa een zinken dak. In de gevels werd de constructieve structuur van glad bekist beton zichtbaar gelaten en wit geschilderd. Het gevelparement bestaat uit wit geschilderd baksteenmetselwerk in halfsteens verband op een grijs geschilderde plint.
Het grondplan is quasi rechthoekig. Het centrale deel van de linkerzijgevel wijkt tussen twee ongelijke uitbouwen terug. De ver boven het dakvlak uitstekende schoorstenen in wit geschilderd baksteenmetselwerk vormen een sterk verticaal accent in de rechter- en linkerzijgevel.
De voorgevel is sober en gesloten opgevat en wordt voor meer dan de helft ingenomen door de dubbele garagepoort. Rechts bevindt zich de rechthoekige inkomdeur, geflankeerd door een smalle verticale lichtopening voorzien met horizontale lamellen.
De westelijk georiënteerde achtergevel is zeer open en plastisch ontworpen. De betonnen constructie vormt een raster met bouwlaaghoge openingen met op het gelijkvloers grote glazen schuifdeuren en op de verdieping van een combinatie van schuifvensters en vaste vensters. Op de verdieping springt de betonnen structuur als een kader rond de vensters uit het gevelvlak naar voor. Dit zorgt voor een markant reliëf maar ook voor een minder rechtstreekse lichtinval en een meer beschutte sfeer in de slaapkamers. Boven de vensters van de verdieping zorgt een bijkomende achter de betonnen structuur terugwijkende rij horizontale bovenlichten voor extra licht en verluchting.
De linkerzijgevel is blind met uitzondering van het centrale terugwijkende deel dat uit vijf, tot aan de dakrand reikende vaste vensterstroken bestaat. Deze grote vensterpartij zorgt in de gelijkvloerse ontvangstruimte, de traphal en de gang op de verdieping voor maximale lichtinval vanuit het zuiden.
In de rechterzijgevel markeert de zichtbare betonnen vloerplaat de grens tussen gelijkvloers en verdieping. Hieronder zijn het verticale venster van de inkomhal, de deur van de dienstinkom en een breed horizontaal keukenvenster aanwezig, rechts twee kleinere vensters naar de keuken en de eethoek. Op de verdieping is de gevel blind met uitzondering van twee boven elkaar geplaatste vierkante vensters ter hoogte van de badkamer.
Vanuit de straat is niet zichtbaar of het buitenschrijnwerk origineel bewaard is. De plannen uit het bouwdossier vermelden houten deuren en ramen.
De functionele interieurindeling houdt rekening met de oriëntatie van de villa. De ontvangstkamer met vide, ter hoogte van de grote glaspartij in de zuidelijke gevel, vormt het centrum. Van hieruit worden de aanpalende en door een vouwdeur af te sluiten woonkamer, de trap en de gang op de verdieping van veel daglicht voorzien. Op het gelijkvloers zijn de woonkamer en de eethoek naar het westen en de tuin georiënteerd. Langs de noordelijke zijgevel zijn de keuken en de inkomhal gesitueerd, vooraan de garage en het inkomsas met vestiaire en wc.
De verdieping bevat een rij van drie kleine slaapkamers met eigen lavabo en een grote slaapkamer met aanpalende badkamer, allen met grote vensters naar de tuin gericht en aan de oostzijde door een gang verbonden. Ten noorden van de badkamer bevindt zich nog een bergruimte.
Auteurs: Fexer, Charlotte
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen