Modernistische meergezinswoning gebouwd voor rekening van juffrouw M. Collin, naar ontwerp van de architecten Georges Thielens en Fernand Defever uit april 1941.
De voortuin is gedeeltelijk verhard met vierkante, mogelijk originele cementtegels, het bouwdossier bevat hierover geen informatie. Langs de straatzijde en de zijkanten zijn lage muren in gele baksteen bewaard, die het Noors verband van het gevelparement hernemen. De doorgang wordt geflankeerd door twee hardstenen pijlers. Volgens de plannen van het bouwdossier was op de muren oorspronkelijk een eenvoudig hek aanwezig, de doorgang werd afgesloten door een smeedijzeren poortje met horizontale banden.
Rijhuis van twee traveeën en drie bouwlagen onder plat dak. Het gevelparement bestaat uit gele baksteen in Noors verband, de gelijkvloerse gevel is bekleed met grote rechthoekige platen gebouchardeerde blauwe hardsteen. De linkertravee heeft hier een rechthoekige vensteropening met vierdelige indeling, de rechthoekige inkomdeur wordt aan de linkerzijde geflankeerd door een verticale vensteropening met horizontale verdeling.
De eerste en tweede verdieping zijn geheel opgevat als erker onder ver overkragend plat dak, met in de brede linkertravee telkens een grote vijfdelige vensteropening, in de smallere rechtertravee een vierdelige vensteropening, van elkaar gescheiden door twee gebouchardeerde hardstenen platen.
Het schrijnwerk van de vensteropeningen is recent vernieuwd, de oorspronkelijke vensters hadden enkel een verticale verdeling. Volgens de bouwplannen waren de grote vensters voorzien van sobere balustrades uit horizontale banden met een centrale knik. Deze werden in 1974 verwijderd. In de glazen inkomdeur en het venster ernaast is het oorspronkelijke smeedwerk nog bewaard.
De interieurindeling van de drie appartementen is quasi identiek, de ruimtes zijn rond een centrale hal gegroepeerd. In de brede linkertravee bevindt zich een enfilade van woon- en eetkamer, van de achteraan gelegen keuken gescheiden door een “koer”, die ook als lichtschacht dient. In de rechtertravee bevindt zich het gemeenschappelijke trappenhuis en daarop volgend de vestiaire met WC en de badkamer. Achteraan zijn twee slaapkamers gesitueerd, op de verdiepingen is één daarvan voorzien van een klein balkon.
Op het gelijkvloers links van de inkomhal was een bergplaats voor fietsen voorzien Deze werd door het verticale venster naast de inkomdeur verlicht en van de hal gescheiden door een houten schuifdeur.
Auteurs: Fexer, Charlotte
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen