Burgerhuis met dubbelhuisopstand in modernistische stijl, gebouwd voor rekening van François Frank, naar een ontwerp van de Boechoutse architect Jos. Van Meerbergen uit 1937.
De indeling van de voortuin komt nog overeen met de originele plannen: rechts vooraan en langs de linkergrens is een grasvlak en beplanting voorzien, de oprit in het linkerdeel en een smalle strook langs de voorgevel zijn verhard met rechthoekige hardstenen tegels. Deze dateren uit een recentere fase, het bouwdossier vermeldt als initiële verharding vierkante “dallen: 4x30x30”.
De oorspronkelijke voortuinafsluiting met lage muren in lichtbeige baksteen met buisleuning tussen brede pijlers, is aan de straat en aan de linkerzijde nog bewaard, de tweedelige poort naar de oprit is verdwenen.
De woning telt twee bouwlagen en drie traveeën onder een plat dak met ver overkragende houten dakrand op vier dubbele consoles. De voorgevel heeft een parement van lichtbeige baksteen in halfsteens verband met Dudok-voeg op een hardstenen plint. In de centrale travee werden zwart geglazuurde tegels met een gele boord als sober decoratief element toegepast.
De gelijkvloerse gevel bevat centraal het terugwijkende inkomportaal met rechthoekige deuropening en links daarvan een vierdelig venster op een met zwart geglazuurde tegels beklede sokkel die oorspronkelijk als plantenbak ontworpen was. Zowel de deur als het venster bewaren nog sober smeedwerk, dat van het venster is echter anders uitgewerkt dan op de bouwplannen voorzien. De rechtertravee heeft een brede driedelige vensteropening, aan de linkerzijde begrensd door een slanke zuil bekleed met smalle zwart geglazuurde tegels met boven- en onderaan een gele boord. De brede hardstenen dorpels van venster en inkomportaal zijn door een verticale steen verbonden en vormen zo een doorlopende lijn. In de linkertravee bevindt zich een brede opening met decoratieve schampstenen en een tweevleugelige houten poort met twee rechthoekige lichtopeningen. Ook hier is het oorspronkelijke smeedwerk bewaard.
Op de verdieping heeft de centrale travee van de voorgevel een hoger geplaatst drielicht met kruismotief in glas-in-lood, geflankeerd door twee smalle verticale panelen van zwart geglazuurde tegels met boven- en onderaan een gele boord. Links en rechts sluit hierop telkens een brede driedelige vensteropening aan. De smalle hardstenen dorpels zijn ook hier door verticale elementen verbonden en dragen zo bij aan het geometrische lijnenspel van de gevel. Anno 2022 wordt dit door de bekabeling verstoord.
Het schrijnwerk van de vensters lijkt vernieuwd maar bewaarde de oorspronkelijke indeling.
De ver overkragende dakrand, het halfsteens verband met Dudo-kvoeg en de gekoppelde gevelopeningen onder een doorlopende rollaag zorgen voor een sterk horizontaliserend effect.
De grondplannen tonen een indeling die sterk aanleunt bij de sinds de 19de eeuw voor rijwoningen gebruikelijke plattegrond: in de smalle inkomtravee bevindt zich de gang met traphuis, achteraan een hal met wc en de keuken. De brede rechtertravee bevat een enfilade van zit- en eetkamer. Hieraan werd de linker travee toegevoegd, die van het woongedeelte vrijwel gescheiden is en waar zich de functionele ruimtes situeren, met name een magazijn, een bureel en een doorgang naar de achterzijde.
De verdieping was oorspronkelijk minder diep dan het gelijkvloers, hier zijn drie slaapkamers en een kleine badkamer rond de trapruimte gegroepeerd. De badkamer bevindt zich aan de straatzijde, ter hoogte van het hoger geplaatste drielicht.
Auteurs: Fexer, Charlotte
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen