Burgerhuis in neoclassicistische stijl te dateren op het einde van de 19de eeuw of in het begin van de 20ste eeuw. Het bouwdossier werd niet teruggevonden, over de oorspronkelijke bouwheer, ontwerper of uitvoerder is niets bekend.
De toenmalige eigenaar, advocaat Leo Scheere liet naar een ontwerp van architect Frans Peeters uit 1937 een kleine verbouwing uitvoeren aan het huis, samen met de bouw van een aanpalend appartementsgebouw op een deel van het oorspronkelijke perceel. De verbouwingswerken aan het huis betroffen de bouw van een nieuwe keuken als eenlaagse achterbouw, en de bouw van een bergplaats in de tuin.
Het burgerhuis was oorspronkelijk ingeplant in de noordoosthoek van een breed en diep perceel, dat ook het huidige Pater De Dekenstraat 30_1 omvatte. Achter dit afgesplitste perceel loopt de ruime tuin van Pater De Dekenstraat 30 tot op vandaag door.
Rijhuis van drie traveeën en twee bouwlagen onder een leien mansardedak. De oorspronkelijk bepleisterde en beschilderde, maar vandaag gedecapeerde ijstgevel is opgetrokken uit rood baksteenmetselwerk. Blauwe hardsteen is gebruikt voor de hoge, geprofileerde plint en de bakonplaat, witte natuursteen voor de puilijst, doorgetrokken lekdrempels, balkonconsoles en -balustrade, sluitstenen en het fronton. Het verwijderde stucdecor bestond uit schijnvoegen op de begane grond en geriemde vensteromlijstingen met oren, neuten en onderdorpel op de bovenverdieping, en de waterlijst van het verder vlakke hoofdgestel.
De gevelopstand beantwoordt aan een regelmatig compositieschema, nadrukkelijk horizontaal geleed door de puilijst en cordonvormende lekdrempels, en verticaal gemarkeerd door het zijrisaliet met de inkompartij. Het is verder opgebouwd uit registers van rechthoekige deur- en vensteropeningen. De inkomdeur bevindt zich op een hoogte van vier treden, de bovenvensters onderscheiden zich door diamantkopsleutels. Het zijrisaliet wordt op de eerste verdieping gemarkeerd door een driehoekig fronton en een balkon met balustrade, respectievelijk op triglief- en voluutconsoles ontleend aan de renaissance-ornamentiek. De gevel heeft een klassiek hoofdgestel met vlakke fries waarvan de waterlijst is verwijderd, afgewerkt door een houten kroonlijst met klossen en tandlijst, die is gekornist in het risaliet. Boven het risaliet de oorspronkelijke dakkapel met klauwstukken waarvan het driehoekig fronton is verwijderd. De dakkapel boven de twee rechtertraveeën dateert vermoedelijk van de verbouwing in 1937. Het madonnabeeldje op de begane grond is een toevoeging van kort na de Tweede Wereldoorlog.
Van het oorspronkelijke schrijnwerk is enkel de inkomdeur bewaard, bestaande uit twee deurvleugels met paneelwerk en een fronton ter bekroning van het middenkalf.
De oorspronkelijke interieurindeling kan worden afgeleid uit het bouwplan van 1937. De plattegrond beantwoordt aan de klassieke typologie van het burgerhuis dat uit een hoofdvolume en een smalle achterbouw in entresol bestaat, ontsloten door de zijdelings ingeplante inkom- en traphal in de linkertravee. De achterbouw is vermoedelijk in 1937 in zijn geheel gesloopt en verkleind heropgebouwd onder de vorm van de nieuwe keuken achter de traphal. De begane grond wordt in de twee rechtertraveeën ingenomen door de gebruikelijke enfilade van salon, eetkamer en veranda met terras.
De bovenverdieping omvat twee slaapkamers en een kabinet/badkamer boven de inkomhal. de Indeling man de mansarde is niet gekend.
Auteurs: Braeken, Jo
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen