Meergezinswoning in sobere art-decostijl, volgens de bouwvergunning uit juli 1932 gebouwd voor rekening van Louis Luyckx, naar een ontwerp van Raymond Ceurvorst en Cornelius Sol. Beide architecten ontwierpen in 1933 ook de naar typologie verwante aanpalende meergezinswoning Prins Boudewijnlaan 32 met een modernistisch karakter. In het bouwdossier ontbreekt het bouwplan, maar het inplantingsplan van nummer 32 vermeldt Luyckx als eigenaar van nummer 34.
Raymond Ceurvorst wiens loopbaan kort na de Eerste Wereldoorlog van start was gegaan, en de Nederlander Cornelius Sol die zich omstreeks 1910 als architect te Lier had gevestigd, waren slechts een vijftal jaar geassocieerd, van eind 1928 tot begin 1933. Als hun belangrijkste gezamenlijke realisatie geldt de monumentale eenheidsbebouwing van winkels, kantoren en woningen aan het Gemeenteplein te Mortsel, een opdracht die hen als laureaat van een architectuurwedstrijd was toegewezen. In het paviljoen De Decoratieve Kunsten op de Wereldtentoonstelling van 1930 tekenden zij voor het interieur van de ‘rookzaal’ . Tijdens de jaren 1920 ontwikkelde Ceurvorst een veeleer conventionele art deco, daar waar Sol zich vooral onderscheidde in de historiserende wederopbouw van Lier. Het appartementsgebouw Jacobs uit 1931 in Antwerpen kondigt de evolutie aan van een zakelijke art deco naar het modernisme dat beide architecten in de loop van de jaren 1930 gingen toepassen.
De voortuin bestaat uit een oprit, verhard met grijze klinkers en een pad naar de inkomdeur, verhard met grote keramische tegels.
Rijhuis van drie bouwlagen en twee traveeën onder plat dak met ver overkragende dakrand op brede klossen. Typische enkelhuisopstand met brede venstertravee en smalle deurtravee. Gevelparement van lichtgele baksteen in halfsteens verband met Dudok-voeg (verdiepte lintvoeg met platvolle stootvoeg) op een sokkel van blauwe hardsteen. De gevel sluit af met een lijst van verticale strekken en daaronder een brede gevelband in gebroken witte natuursteen. Rechthoekige gevelopeningen met vernieuwd schrijnwerk, vlakke omlijstingen, vensterposten, lekdrempels en lateien in gebroken witte natuursteen.
De brede rechter travee heeft op de begane grond een driezijdige erker, op de eerste verdieping bekroond door een balkon met natuurstenen leuning versierd met geometrisch smeedwerk. De vensters van eerste en tweede verdieping herhalen in deze travee de drieledige verdeling van de gelijkvloerse erker, op de eerste verdieping met natuurstenen zuilen, op de tweede verdieping met vlak afgewerkte natuurstenen posten.
De smalle linker travee bevat op het gelijkvloers de verhoogde en overluifelde inkomdeur met vast bovenlicht in glas-in-lood en oorspronkelijk deurkozijn met geometrisch smeedwerk. Op de verdiepingen telkens een smalle vensteropening, tussen gelijkvloers en eerste verdieping een decoratief paneel in natuursteen.
Door het ontbreken van het bouwplan in het bouwdossier kan de indeling van het pand niet in detail geduid worden. Naar analogie met het aanpalende nummer 32 werd ook deze woning vermoedelijk als meergezinswoning ontworpen. In dat geval beantwoordt de plattegrond aan de gebruikelijke enkelhuistypologie met in de brede linker travee een enfilade van woon- en eetkamer en veranda, rechts geflankeerd door de gang met traphal en vestiaire en achteraan de keuken en bijkeuken. De eerste en mogelijk ook de tweede verdieping zijn opgevat als een autonoom huurkwartier.
Auteurs: Fexer, Charlotte; Braeken, Jo
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen