Het Sint-Ursula-instituut ontstond in 1854 op initiatief van pastoor Mertens, die hiervoor beroep deed op de congregatie van zusters Ursulinen van Tildonk. Dat klooster stuurde vier zuster naar Wilrijk om er een school op te richten. Op 1 mei 1854 werden de gebouwen officieel ingehuldigd. Op 4 mei volgde de inhuldiging van de kapel. De gronden voor de bouw van het instituut werden geschonken door de familie Le Grelle. Een steen in de voortuin herinnert nog aan deze schenking.
Oorspronkelijk werden hoofdzakelijk behoeftige meisjes onderwezen, in het eerste jaar waren dat er 30. Dit leerlingenaantal groeide in twee jaar uit tot 160 en in 1879 openden de zusters een internaat bij de school. Dit bleef bestaan tot 1980.
In 1900 bestond het complex reeds uit een klooster, een in L-vorm aansluitende lange schoolvleugel en meerdere bijgebouwen. Naast twee grote speelplaatsen bevond zich achteraan ook een ruim tuin- en parkgedeelte.
In 1930 vond een eerste vernieuwing en uitbreiding plaats en werd het eerste klooster met kapel gesloopt. Voor de 54 zusters werden een nieuw klooster en een nieuwe kapel gebouwd. De kloostervleugel stond haaks op de Sint-Bavostraat, de kapel met een naar het noorden georiënteerd koor stond achteraan en was door een korte dwarsvleugel met het klooster verbonden. Rond 1930 werden er ook plannen gemaakt voor een kindertuin en een voorbereidend college voor jongens. In 1936 werd er bijkomend een vakschool met een technische en een beroepsafdeling opgericht.
Vanaf 1942 werd de moderne humaniora ingericht, die door de zusters geleid werd. In die tijd werden ook voor de het eerst leken-leerkrachten toegelaten.
De gebouwen leden zware schade toen op 25 oktober 1944 een V1-bom op de site insloeg. Hierbij kwamen twee leerlingen om het leven, een zuster raakte zwaargewond.
Na de oorlog begonnen de zusters aan de heropbouw van de schoolgebouwen, de school werd uitgebreid en het lessenaanbod verruimd. Op 19 maart 1947 werd de eerste mis opgedragen in de herstelde kapel.
In 1949 dienden de zusters een aanvraag in voor verbouwingswerken aan de kostschool gelegen in de Sint-Bavostraat 49 en de Kerkhofstraat. Hierbij ging het om de heropbouw van de L-vormige schoolvleugel in de hoek van de Sint-Bavostraat en de Kerkhofstraat. De vleugel langs de Sint-Bavostraat is anno 2023 nog bewaard en werd recent gerenoveerd. De vleugel aan de Kerkhofstraat werd in 1963 vervangen door een nieuwbouw.
In 1949 werd ook de vakschool heropgebouwd ter hoogte van Sint-Bavostraat 41. De aanvraag hiervoor werd op 15 september 1949 ingediend door Rosalie Mertens in naam van de zusters Ursulinen en op 9 december goedgekeurd. De verantwoordelijke architect was Jean De Wit uit Herentals, de werken werden uitgevoerd door aannemer A. Cottyn uit Heule.
Beide in 1949 heropgebouwde gebouwen werden in rode handvormsteen gebouwd en de daken werden met leien gedekt. Deze materiaalkeuze kwam er op vraag van de dienst Stedenbouw om de uniformiteit van de gebouwen op de site te verzekeren.
Na de wederopbouw vond de eerstvolgende verbouwing in 1961 plaats. In de dakvlakken van de toen nog bewaarde kloostervleugel werden lange dakkapellen gemaakt. Hierdoor ontstond er op de zolderverdieping ruimte voor een reeks slaapkamers voor de kostschool, langs twee zijden van een centrale gang. De aanvraag van 24 september 1961 werd op 9 oktober goedgekeurd. Als bouwmeester trad opnieuw Jean De Wit op.
Op 30 juli 1962 ontvingen de Ursulinen de vergunning voor het bouwen van een turnzaal. Het twee bouwlagen hoge gebouw, opnieuw een ontwerp van Jean De Wit, werd aan de westzijde van de site, achter het gebouw van de vakschool opgericht.
Tussen 1963 en 1965 volgde een grote uitbreiding naar ontwerp van architect Michel Vercammen uit 1963. Er werd een lange vleugel van drie schoolgebouwen langs de Kerkhofstraat bijgebouwd. Deze werd aan de zuidzijde een 15-tal meters verder doorgetrokken dan de oorspronkelijke voorgevel aan de Sint-Bavostraat. De nieuwe vleugel bestond uit drie volumes. Het meest zuidelijke volume maakte deel uit van de middelbare school, in het centrale deel was de lagere school gevestigd en in het meest noordelijke deel waren lokalen voor het kleuteronderwijs voorzien. Opnieuw werd voor de gevels rode baksteen toegepast. Anno 2023 zijn enkel de gebouwen voor de middelbare en lagere school bewaard, deze werden recent gerenoveerd. Het gebouw van de kleuterschool werd recent nieuw gebouwd.
In 1983 werd op het perceel tussen de vakschool en het klooster een rechthoekig gebouw met vier prefab-klaslokalen opgericht. Het totaalplan in dit bouwdossier toont dat de zusters ondertussen eigenaar waren van het volledige gebied tussen Sint-Bavo-, Kerkhof- en Sint-Camillusstraat. Aan de westzijde liep hun eigendom door tot achter de bebouwde percelen langs de Sint-Sebastiaanstraat.
Drie jaar later werd er tegen de kopse noordgevel van de lagere school in de Kerkhofstraat een eenlaags volume met een recreatielokaal op driehoekig grondplan gebouwd. De vergunning werd op 9 juni 1986 aan de zusters Ursulinen verleend, de verantwoordelijke architect was G. Wouters uit Emblem. Deze aanbouw werd bij de nieuwbouw van de kleuterschool omstreeks 2015 afgebroken.
In het begin van de jaren 2000 werd er een masterplan voor de site opgemaakt. Om de schoolgebouwen te kunnen renoveren, werden er in 2006 vier nieuwe containerklassen naast de reeds bestaande uit 1983 geplaatst. Een fietsenstalling werd hiervoor verzet. Dit gebeurde onder leiding van het architectenbureau Ceulemans en Engelen.
In 2011 werd de kapel door de zusters van Tildonk overgedragen aan het schoolbestuur, in 2012 verlieten de zusters Ursulinen de site en verhuisden naar Melsbroek.
Tussen 2013 en 2022 vond er een grote renovatiecampagne plaats. De eerste fase was de nieuwbouw van de kleuterschool aan het noordelijke einde van de vleugel langs de Kerkhofstraat. De kapel en het klooster uit de jaren 1930 werden gesloopt en op de plaats van het klooster ontstond een nieuwbouw. De bewaarde schoolgebouwen aan de Sint- Bavo- en Kerkstraat werden gerenoveerd. Ook deze werken gebeurden onder leiding en volgens ontwerp van het architectenbureau Ceulemans en Engelen.
Het schoolgebouw in de Sint-Camillusstraat maakte oorspronkelijk deel uit van de parochiale jongensschool, die op de scholencampus aan het Valkenveld (hyperlink) gevestigd was. Voor het gebouw in de Sint-Camillusstraat werd op 16 december 1963 een vergunning verleend aan de Parochiale Werken Sint Bavo die voor het ontwerp de Wilrijkse architect Marcel Geens hadden aangesteld. Een bestaand langwerpig schoolgebouw dat langs de westelijke grens van het perceel stond, werd aan de straatzijde gedeeltelijk afgebroken en aangevuld met een L-vormige nieuwbouw die het perceel aan de straatzijde volledig afsluit. In de jaren 1990 werd dit gebouw bij het Sint-Ursula-instituut gevoegd.
De schoolgebouwen zijn ingeplant op een ruime site tussen de Kerkhofstraat, de Sint-Camillusstraat en de Sint-Bavostraat. Aan de westzijde paalt de site aan de achtertuinen van de woningen in de Sint-Sebastiaanstraat.
De oudste nog bewaarde gebouwen zijn de vroegere vakschool (Sint-Bavostraat 41) en de straatvleugel van de middelbare school (Sint-Bavostraat 49 en 51). Beide gebouwen werden na de tweede wereldoorlog in een naar de oorspronkelijke schoolgebouwen verwijzende neotraditionele stijl heropgebouwd. De gevels hebben een parement van roodbruin baksteenmetselwerk in halfsteens verband, afgewerkt met een Dudok-voeg en een natuurstenen gevellijst. De sokkels bestaan uit ruw behouwen blokken van blauwe hardsteen en sluiten bovenaan af met een geprofileerde hardstenen lijst. De gevels hebben een orthogonale ordonnantie met rechthoekige vensteropeningen, gevat in natuur- of kunststenen omlijstingen met hardstenen dorpels. Voor de inkomportalen werd blauwe hardsteen toegepast. Bij nummer 41 is ook de oorspronkelijke voortuinafsluiting met een lage muur van ruw behouwen hardsteen met bakstenen pijlers bewaard.
De vroegere vakschool bestaat uit twee in een L-vorm samengevoegde vleugels onder leien schilddaken met overkragende, recent vernieuwde dakrand. Het volume aan de straatzijde telt drie bouwlagen van zes op twee traveeën, de vleugel achteraan is twee bouwlagen hoog, vier traveeën lang en drie traveeën breed. De grote rechthoekige vensteropeningen hebben sober geprofileerde natuurstenen omlijstingen, een aantal vensters in de zij- en achtergevels hebben een kunststenen latei en een haardstenen dorpel. Volgens de oorspronkelijke plannen waren de vensters voorzien van driedelige houten kozijnen met bovenlichten en een kleinhoutverdeling. Anno 2023 bestaat het buitenschrijnwerk uit pvc. In de sokkel van de voorgevel zijn lage rechthoekige keldervensters met siersmeedwerk aanwezig. Links onderaan in de voorgevel bevindt zich het met zes hardstenen treden verhoogde licht getoogde inkomportaal met brede geprofileerde hardstenen omlijsting op neuten en een sobere sluitsteen. De glazen deur met siersmeedwerk is nog origineel bewaard of werd vernieuwd volgens bestaand model.
Volgens de grondplannen uit het bouwdossier is enkel de vleugel aan de straatzijde onderkelderd, hier bevonden zich oorspronkelijk voorraadkelders, een verwarmings- en een kolenkelder. De inkomhal op het gelijkvloers bevat de bordestrap naar de verdiepingen. Twee gangen leiden op elk niveau naar de lokalen in de twee vleugels van de vakschool, de gelijkvloerse gang van de achterste vleugel eindigt aan een achteruitgang naar de speelplaats. Op het gelijkvloers bevonden zich aan de straatzijde een bureel, een eetplaats en een strijkplaats, achteraan de keuken, een wasklas en in een eenlaagse aanbouw links van de gang een sanitaire ruimte met wc’s. Op de verdiepingen waren in elke vleugel twee klaslokalen aanwezig, op de eerste verdieping ook een klein lokaal voor medisch toezicht. Door de grote ramen werden alle lokalen van veel daglicht voorzien, het trappenhuis wordt verlicht door een lang verticaal venster in de achtergevel. Anno 2023 is het interieur op het gelijkvloers nog grotendeels origineel bewaard. De wanden van de trap en de gang hebben een lambrisering van geel geglazuurde tegels, in rechthoekige wandnissen zijn nog de oorspronkelijke garderobehaken bewaard. De plinten, de vloeren en de trap zijn bekleed met in geel- en beigetinten gemarmerde cementtegels. De muren van de klaslokalen hebben grote vensters met vaste houten kozijnen waarin onderaan nog structuurglas behouden bleef. De houten paneeldeuren met grote lichtopeningen en bovenlichten zijn nog origineel.
De straatvleugel van de middelbare school is drie bouwlagen hoog en heeft een leien schilddak met overkragende vernieuwde dakrand. De vroegere dakkapellen werden vervangen door dakvlakvensters. De straatgevel telt 15 traveeën met een zeer regelmatige ordonnantie. Per travee is op elke bouwlaag een grote rechthoekige vensteropening met driedelig kruiskozijn aanwezig. De twee uiterst linkse traveeën springen als uitbouw vooruit. De uiterst linkse travee heeft een bijna gevelhoog trapvenster in een geprofileerde natuurstenen omlijsting. De vroegere horizontale en verticale verdeling werd bij de recente renovatie verwijderd. Rechts hiervan bevindt zich op de begane grond het met vijf hardstenen treden verhoogde rondboogportaal dat in een vrij zware hardstenen omlijsting gevat is. Twee hardstenen consoles dragen een geprofileerde kroonlijst en een leiendak. Rechts van dit portaal is voor het gelijkvloers een vier traveeën brede eenlaagse uitbouw aanwezig, deze heeft smallere vensteropeningen met natuurstenen kloosterkozijnen.
Het tweede inkomportaal bevindt zich in de tweede travee van rechts. De licht getoogde brede deur wordt geflankeerd door twee smalle vensteropeningen en het geheel is gevat in een hardstenen portaal met geprofileerde kroonlijst. Boven het portaal zijn drie smalle verticale trapvensters aanwezig, die tot onder de dakrand reiken en een natuurstenen omlijsting met horizontale onderverdeling hebben.
De twee inkomdeuren en de flankerende vensters bewaren nog het oorspronkelijke siersmeedwerk, het overige buitenschrijnwerk bestond oorspronkelijke uit eikenhout maar werd in alle gevels vernieuwd.
De naar de speelplaats gerichte achtergevel heeft dezelfde ordonnantie als de straatgevel, ook hier heeft elke travee op de drie bouwlagen een grote rechthoekige vensteropening met driedelig natuurstenen kruiskozijn. Voor de vier uiterst links traveeën staat een drielaagse uitbouw onder plat dak, die een gelijkaardige indeling met kleinere vensteropeningen heeft. De vierde travee van rechts bevat het met vier hardstenen treden verhoogde rechthoekige inkomportaal, gevat tussen geprofileerde pijlers en een geprofileerde kroonlijst.
De hardstenen sokkels van de voor- en achtergevel hebben lage rechthoekige keldervensters, aan de straatzijde zijn nog de horizontale tralies in siersmeedwerk bewaard.
De schoolvleugel werd recent gerenoveerd, hierbij werden echter delen van het oorspronkelijke interieur op het gelijkvloers en de oorspronkelijke trap bij de rechteringang behouden. De circulatie wordt door een lange gang aan de achterzijde verzekerd. Op het gelijkvloers is in de gang nog een segmentboogvormig gewelfd cassettenplafond bewaard en ook de vloertegels in okergele granito bleven behouden. Van de oorspronkelijke ruimtes zijn nog twee grote klaslokalen bewaard en de zogenaamde “ridderzaal” die bij de Ursulinen als spreekzaal diende. Deze laatste is versierd met een rijkelijke interieuraankleding. De wanden zijn voorzien van een hoge houten lambrisering die net als de tweevleugelige houten deuren versierd is met briefpanelen. De monumentale schouw heeft een houten schouwmantel met versierde pijlers en draagt op de schouwbalk het opschrift “aan christus dienende liefde”. Het plafond heeft een houten cassettenstructuur. De twee klaslokalen bewaren nog de lichtgeel gemarmerde vloertegels, de ingebouwde lage kasten en het leraarspodium. De wanden naar de gang hebben grote vensters met vaste houten kozijnen en onderaan structuurglas. Ook de houten deuren met structuurgas en bovenlicht zijn bewaard. De bordestrap ter hoogte van de ingang bij nummer 51 heeft treden in okergele granito en een smeedijzeren leuning met sobere krul- en golfmotieven. Ook de met structuurpleister afgewerkte lambrisering bleef behouden.
De turnzaal aan de westzijde van de site werd in 1962 in een sobere modernistische stijl gebouwd, is twee bouwlagen hoog en heeft een plat dak. De constructie bestaat uit vijf betonnen spanten die de binnenruimte overspannen. De gevels bestaan uit een parement van bruine baksteen in halfsteens verband dat ook aan de binnenzijde zichtbaar bleef. Afwijkend van het oorspronkelijke gevelplan werd de plint niet in een ander materiaal of metselverband uitgevoerd. De naar de speelplaats gerichte gevel is verdeeld in een brede centrale travee en twee smallere zijtraveeën. De twee smalle traveeën hebben op de begane grond een brede deuropening met natuurstenen luifel en op de verdieping een rechthoekig venster met als latei een laag verticale strekken. De centrale travee heeft op het gelijkvloers drie tweevleugelige deuren naast elkaar en op de verdieping drie rechthoekige vensters in vlakke bakstenen omlijsting. Ook dit wijkt af van het oorspronkelijke gevelplan dat in de centrale en rechtertravee een grote rechthoekige vensteropening met vierdelig kruiskozijn voorzag. Het buitenschrijnwerk is vernieuwd in pvc, het bouwdossier bevat geen informatie over het oorspronkelijke materiaal.
De zijgevels hadden initieel in elke travee grote rechthoekige vensteropeningen die in een latere fase dichtgemetst werden.
Het interieur van de turnzaal is nog grotendeels bewaard. Langs de westelijke zijde bevinden zich op het gelijkvloers een aantal bergruimtes en de trap naar de tribune. Zowel de trap als de tribune bewaren nog de oorspronkelijke metalen leuning met per twee gekoppelde wit geschilderde spijlen. De vloertegels en de traptreden bestaan uit witte granito, de stootborden en de plint van de trap uit zwarte granito. In de turnzaal lijken ook de sportramen en andere apparatuur nog uit de oorspronkelijke bouwfase te dateren.
Bij de nieuwe schoolgebouwen die vanaf 1963 aan de Kerkhofstraat werden gebouwd, verwees het materiaalgebruik nog naar de bestaande gebouwen. Voor het drie bouwlagen hoge volume van de middelbare school op de hoek van de Sint-Bavo- en de Kerkhofstraat, paste men een gevelparement van roodbruine baksteen in halfsteens verband op een sokkel in ruw behouwen hardsteenblokken toe. Bovenaan sluit de gevel af met een vlakke gevellijst die volgens de oorspronkelijke plannen uit gebouchardeerd beton bestaat.
De rechthoekige vensteropeningen werden als horizontale banden gekoppeld en gevat in een vlakke omlijsting in gebouchardeerd beton met brede tussenposten en hardstenen dorpels. De langgevel heeft in het linkerdeel een breed rechthoekig betonpaneel met een laagreliëf van elkaar overlappende kruisvormen. In de sokkel zijn hier drie keldervensters met tralies in siersmeedwerk. Rechts van het betonpaneel zijn zes grote raampartijen aanwezig, opnieuw gevat in een vlakke betonnen omlijsting met brede tussenposten. Vijf ramen hadden oorspronkelijk een borstwering in sandwichpanelen, het derde van links bevat onderaan het inkomportaal met twee dubbele vleugeldeuren.
De gevel aan de speelplaats heeft op de verdiepingen gelijkaardige vensterbanden in betonnen omlijsting, een eenlaagse uitbouw op de begane grond bevat het inkomportaal en een gang die het volume van de lagere school met de oudere schoolvleugel verbindt.
Het ten noorden aansluitende volume van de lagere school is drie bouwlagen hoog en heeft een plat dak met overkragende dakrand. Hier paste architect Vercammen een meer vooruitstrevend modernisme toe. De constructie van gewapend beton werd in de langgevels zichtbaar gelaten als 20 verticale lisenen, enkel de gevelstrook onder de dakrand en de noordelijke kopse gevel werden bekleed met een gevelparement van roodbruine baksteen. Het geheel rust op een vlakke hardstenen plint. Tussen de betonnen lisenen werden de rechthoekige vensteropeningen boven elkaar geplaatst met sandwichpanelen als borstwering. Zo ontstond een wisselwerking van verticaal ritmerende lijnen en horizontale stroken. Deze toestand werd in het bouwdossier van de recente renovatie gedocumenteerd.
De gevel aan de speelplaats heeft een gelijkaardige indeling, hier zijn in de linker en rechterhelft brede inkomportalen aanwezig, die bekroond worden door drie lange verticale trapvensters.
Bij de recente renovatie werden de gevels van dit volume lichtgrijs geschilderd en werden in beide schoolgebouwen het schrijnwerk en de sandwichpanelen vernieuwd in grijze pvc.
Tussen de straatgevels van de twee gebouwen was oorspronkelijk een brede wand in glasbouwstenen aanwezig, waarachter zich de binnenspeelplaats en de turnzaal van het lager onderwijs bevonden. Bij de recente renovatie werd deze strook gesloten en werd er op de begane grond een dubbel inkomportaal ingevoegd.
De grondplannen van het oorspronkelijke bouwdossier tonen dat de schoolgebouwen aan de Kerkhofstraat maar gedeeltelijk onderkelderd zijn. De nieuwe vleugel van de middelbare school was bijna volledig voorbehouden voor het internaat. Op het gelijkvloers bevond zich initieel een grote feestzaal met podium, die ook als speelzaal voor de internen werd gebruikt. De verdieping bevatte twee ruime studiezalen en een grote eetzaal en op de tweede verdieping bevonden zich de slaapzalen met houten chambretten.
In het gebouw van de lagere school bevonden zich op het gelijkvloers een binnenspeelplaats en turnzaal. Daarnaast waren klaslokalen en andere kleine ruimtes gegroepeerd langs een centrale gang die de twee trappenhuizen ter hoogte van de inkomportalen aan de speelplaats met elkaar verbond. Anno 2023 zijn de oorspronkelijke bordestrappen en de sobere metalen trapleuningen met per twee gekoppelde spijlen nog bewaard. Ook de vloertegels en de traptreden in zwarte en witte granito zijn behouden.
Op de verdieping werd dezelfde indeling herhaald, langs weerszijden van de centrale gang bevonden zich klaslokalen en op elke verdieping een sanitaire ruimte met wc’s.
Het gebouw in de Sint-Camillusstraat bestaat uit twee haaks op elkaar geplaatste vleugels van twee bouwlagen onder platte daken. De gevel aan de straatzijde heeft een ver overkragende betonnen dakrand, de achter- en zijgevels aan de speelplaats zijn afgewerkt met geglazuurde dakpannen. Dit schoolgebouw ontstond tussen 1963 en 1965 en heeft een bijna identieke gevelopbouw als het gebouw van de lagere school aan de Kerkhofstraat: ook hier worden de gevels door betonnen lisenen in brede stroken verdeeld, waarin de vensters met tussenpanelen geplaatst werden. De straatgevel telt elf traveeën en heeft een hardstenen plint, de gelijkvloerse vensters hebben hardstenen dorpels. Boven de vensters van de verdieping sluit de gevel af met panelen in roodbruin baksteenmetselwerk. In de uiterst rechtse travee bevindt zich een smalle zijingang, in de vijfde en zesde travee van links staat het brede inkomportaal. Beiden hebben een betonnen luifel.
In de achter- en zijgevel aan de speelplaats werden de betonnen lisenen op variërende afstand van elkaar geplaatst, waardoor er een minder regelmatige maar nadrukkelijk verticale ritmering ontstaat. De sokkel bestaat hier uit baksteenmetselwerk.
De achtergevel van de straatvleugel heeft links een smalle en rechts een bredere deuropening, de zijgevel van de haakse vleugel heeft in de twee rechtertraveeën een smalle en een brede deuropening. De terugwijkende gevelstrook, die de twee volumes aan de achterzijde verbindt bestaat uit baksteenmetselwerk en wijkt tussen de twee gevels terug. Op de begane grond bevindt zich ook hier een brede deuropening. Alle deuropeningen zijn voorzien van betonnen luifels.
Het buitenschrijnwerk werd in alle gevels recent vervangen door grijze pvc. Enkel de brede deur in het tussenvolume en de brede deur in de zijgevel zijn nog in aluminium bewaard.
Aan de haakse vleugel sluit nog een langwerpig eenlaags volume aan, dat volgens het oorspronkelijke bouwdossier in 1963 reeds bestond. Het oorspronkelijke bouwdossier werd niet gevonden. Het gaat om een sobere baksteenbouw met plat dak en overkragende dakranden. De langgevel heeft vijf grote rechthoekige vensteropeningen en een rechthoekige deur, in de kopse gevel is een brede rechthoekige poortopening aanwezig. Het plan van de nieuwbouw in 1963 toont een halve travee van de aansluitende bestaande schoolvleugel. Hier ziet men dat het oorspronkelijk om een bakstenen gebouw met zadeldak ging dat segmentboogvormige vensteropeningen met bakstenen omlijsting had.
De oorspronkelijke grondplannen tonen een indeling met verschillende klaslokalen en in de straatvleugel kleinere burelen en wachtruimtes. Het interieur werd recent gerenoveerd met behoud van een aantal originele elementen. Zowel in de straatvleugel als in de haakse vleugel zijn nog de oorspronkelijke bordestrappen in zwarte en donkergrijze granito bewaard. De sobere leuningen hebben dunne metalen spijlen, versierd met goudkleurige ingesnoerde cilinders. Ook de wit en grijs gemarmerde cementen vloertegels zijn in de gangen en de klaslokalen nog aanwezig. In de haakse vleugel is de lambrisering in gekleurde en bruine bakstenen tegels van variërende formaten bewaard.
Auteurs: Fexer, Charlotte
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen