Twee meergezinswoningen in neotraditionele stijl, gebouwd naar een ontwerp van architect Louis De Vooght, voor rekening van Graaf Alfred Le Grelle. Het plan dateert van 25 november 1925 en toont twee huizen, de bouwvergunning werd verleend op 2 december en vermeldt vier huizen. Wellicht ging de bouwaanvraag ook over de woningen nummer 40 en 38 maar hiervan is geen bouwplan bewaard. Wel toont het gevelplan van woningen 42 en 44 ook de gevel van het aanpalende huis nummer 40.
Alfred Victor Joseph Ghislain Le Grelle (Antwerpen, 1872-Wilrijk, 1948), gehuwd met Zoé de la Croix d'Ogiment, was voorzitter van Uitgeverij De Vlijt, uitgever van de Gazet van Antwerpen. Graaf Le Grelle, die zelf resideerde in het kasteel Steytelinck, liet in 1924 door dezelfde ontwerper al vier dorpswoningen verder westelijk in de Sint-Bavostraat 22-24 en de Alfons Wellensstraat 1 bouwen.
Louis De Vooght was de zoon van aannemer François De Vooght en werd in 1870 in Antwerpen geboren. Op het einde van de jaren 1890 debuteerde hij als architect. Zijn oeuvre bestaat vooral uit burger- en herenhuizen in Antwerpen, gebouwd in eclectische stijl en in de gangbare neostijlen.
De twee woningen vormen de scherpe hoek tussen de Sint-Bavostraat en de Vaderlandstraat, de inkomdeuren bevinden zich in de gevel aan de Sint-Bavostraat.
Aan de Vaderlandstraat wordt het perceel met een bakstenen muur afgesloten. Tot minstens april 2009 was hier een smalle poort tussen twee bakstenen pijlers aanwezig. Na 2009 werden de bruinrode geglazuurde dekpannen op de tuinmuur vervangen door cementplaten.
Geheel van twee meergezinswoningen van drie bouwlagen onder plat dak met overkragende geprofileerde houten kroonlijst. De gevels zijn opgetrokken in lichtrood baksteenmetselwerk in kruisverband op een hardstenen plint. Tussen de bouwlagen en ter hoogte van de dorpels en de lateien van de gevelopeningen zorgen gecementeerde gevelbanden voor een horizontale geleding. De hoek wordt gevormd door twee schuin geplaatste gevelvlakken die boven de kroonlijsten van de voor- en zijgevels uitsteken en afsluiten met een schuine dakrand. De hoek wordt verticaal verdeeld door een bakstenen pijler. Volgens het initiële gevelplan stond ter hoogte van de eerste verdieping op de hoek een beeld van een mannelijke heilige onder een baldakijn. Dit is anno 2023 niet bewaard.
De gevelopeningen hebben hardstenen dorpels en zijn op het gelijkvloers rondboog- of korfboogvormig, op de verdiepingen rechthoekig. De gevel aan de Sint-Bavostraat telt vier traveeën en heeft een dubbele enkelhuisopstand: elke woning is verdeeld in een brede venstertravee en een smalle deurtravee, bij woning nummer 44 is de voordeur breder. Afwijkend van het oorspronkelijke gevelplan zijn de voordeuren hoger en hebben geen rechthoekig bovenlicht.
De gevel aan de Vaderlandstraat is grotendeels blind, langs de middenas zijn drie kleine trapvensters en op de tweede verdieping een groter venster aanwezig. Ook hier werd van het oorspronkelijke gevelplan afgeweken: de trapvensters werden met een rondboog en niet vierkant uitgevoerd. Rechts en links in de gevel is een uitspringend bakstenen rookkanaal aanwezig. De twee oorspronkelijk boven de kroonlijst uitstekende schoorstenen zijn niet bewaard.
De achtergevels bestaan ook uit baksteenmetselwerk en zijn anno 2023 wit geschilderd. De gevelopeningen zijn hier rechthoekig of licht getoogd en hebben hardstenen dorpels.
In de twee schuine gevelvlakken op de hoek van het gebouw zijn op elke verdieping twee smalle vensteropeningen aanwezig.
Het oorspronkelijke buitenschrijnwerk was tot minstens april 2009 bewaard maar werd daarna vernieuwd in pvc. De vensters hadden houten kozijnen met vaste bovenlichten, voorzien van een kleinhoutverdeling. De voordeuren waren houten paneeldeuren met rechthoekige lichtopeningen met kleinhoutverdeling. Bij de trapvensters in de zijgevel waren ook de venstervleugels verdeeld met kleinhout.
De oorspronkelijke bouwplannen tonen een interieurindeling die quasi hetzelfde schema volgt als deze van de een jaar eerder gebouwde woningen Sint-Bavostraat 22 en 24. Elke woning heeft één kleine kelderruimte en op de begane grond een woonkamer en een keuken. Woning nummer 42 heeft bijkomend een salon. De gang in de deurtravee bevat telkens de trap naar de verdieping en een kleine wastafel. Bij woning nummer 44 maakt de gang een knik en bevindt zich het trappenhuis aan de zijgevel. Aan de keuken sluit in beide woningen een kleine wc-ruimte aan. Op de twee verdiepingen tonen de interieurplannen telkens drie kamers met ingebouwde kasten, woning nummer 42 heeft op de entresol en op de eerste verdieping telkens een bijkomende kamer.
Het grote aantal kamers in elke woning wijst erop, dat deze voor verhuur bedoeld waren en de woonruimtes en de keuken gezamenlijk gebruikt werden.
Auteurs: Fexer, Charlotte
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen