erfgoedobject

Sigarettenpapierfabriek RIZLA+

bouwkundig element
ID
308806
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/308806

Beschrijving

Fabrieksgebouwen van het bedrijf RIZLA+, in meerdere fases gebouwd op een groot terrein tussen de Sint-Bavostraat in het noorden, de Hulststraat in het westen en de Klaproosstraat in het zuiden.

Historiek

RIZLA+ werd op het einde van de 18de eeuw in Frankrijk door Léonide Lacroix als familiebedrijf gesticht. Afkomstig uit een gezin van papiermakers specialiseerde Lacroix zich in de productie van sigarettenpapier. Toen in 1886 het gebruik van rijstpapier een groot succes bleek, veranderde het bedrijf zijn naam in Riz La+, een samenvoeging van het Franse woord voor rijst en de naam Lacroix. Het is een van de oudste bedrijven van de wereld.

Het gebouwencomplex bestaat uit een groot fabrieksgebouw gekoppeld aan een kleiner kantoorgebouw aan de noordzijde langs de Sint-Bavostraat. Vervolgens ontstond een langwerpig fabrieksgebouw ten zuiden hiervan (Hulststraat 5) dat later werd uitgebreid en een klein rechthoekig gebouw op de hoek van de Hulststraat en de Klaproosstraat.

Van het kantoorgebouw en het eerste fabrieksgebouw is geen bouwdossier bewaard, een orthofoto die tussen 1947 en 1954 is ontstaan, toont het volledige terrein nog onbebouwd.

Voor het gebouw ten zuiden hiervan (Hulststraat 5) werd op 6 augustus 1962 een bouwaanvraag ingediend. De aanvraag gaat over de uitbreiding van fabrieksgebouwen aan de Sint-Bavostraat en Hulststraat, de bouwvergunning werd op 17 september 1962 verleend. Het kadastraal uittreksel en het liggingsplan geven het kantoorgebouw en het aansluitende fabrieksgebouw aan de Sint-Bavostraat als reeds bestaande gebouwen weer, de Klaproosstraat ten zuiden van de site bestond nog niet en werd als “ontworpen straat” aangeduid.

De plannen voor het gebouw aan de Hulststraat werden opgemaakt door Vincent Cols en Jules De Roeck. Deze architecten waren als associés tussen 1912 en 1965 actief. Zij bouwden hoofdzakelijk in de provincie Antwerpen een uitgebreid oeuvre en verwierven in de jaren 1950-1960 vooral aanzien met hun ontwerpen voor bedrijfs- en kantoorgebouwen en industriële vestigingen in Antwerpen en omgeving.

In 1975 werden tegen de zuidgevel van het nieuwe gebouw twee suikersilo’s met een diameter van 2,8 meter gebouwd. De plannen hiervoor werden opgemaakt door architect Corneel Dircx, de vergunning dateert van 22 juli 1975.

In november 1977 werd een aanvraag ingediend voor een nieuwe uitbreiding van de fabrieksgebouwen. Dit gebeurde naar ontwerp van de in Wilrijk gevestigde architect Josy Clesse en zijn associé Jos Rottiers. De uitbreiding betrof het aanbouwen van een bijkomende travee over de volledige diepte tegen de oostzijde van het eerste fabrieksgebouw, dat reeds vóór 1962 bestond. Hetzelfde project werd in 1980 met beperkte aanpassingen opnieuw ingediend. Nu werd er langs de oostzijde een toegangsweg voorzien, ten zuiden van het nieuwe gebouw een fietsenstalling en daarnaast, tegen de oostgevel van het fabrieksgebouw uit 1962 een opslagplaats voor toxische producten. Vanuit de Sint-Bavostraat is deze uitbreiding nog zichtbaar in de noordgevel.

Rond 1990 ontstond het kleine gebouw op rechthoekig grondplan, gelegen op de hoek van de Hulststraat met de Klaproosstraat, ten zuiden van Hulststraat 5. Van deze fase is geen bouwdossier bewaard, maar op de plannen voor de volgende uitbreiding in 1991 wordt dit gebouw als bestaand weergegeven. Op de NGI basiskaart van 1989 is dit deel van het terrein nog onbebouwd.

Vanaf midden 1991 werd het oudste fabrieksgebouw aan de zuidzijde met een smalle strook uitgebreid en werd de laadkade op deze plaats aangepast. De vergunning hiervoor werd op 17 juni 1991 verleend, op 20 november 1992 waren de werken afgerond.

Vanaf 7 december 1992 werd het in 1962 gebouwde fabrieksgebouw (Hulststraat 5) uitgebreid. De bouwvergunning hiervoor werd op 5 november 1992 verleend. De plannen werden opgemaakt door architect Jozef Fuyen, de werken werden uitgevoerd door NV Condor Construct uit ’s Gravenwezel. Het toegevoegde volume van één bouwlaag werd met een L-vormig grondplan tegen de zuidoostelijke hoek van het bestaande gebouw geplaatst. Vanuit de Klaproosstraat zou een nieuwe toegangsweg aangelegd worden. Bij de uitvoering werd afgeweken van de bouwplannen, waardoor er twee jaar later een regularisatieaanvraag werd ingediend. Op de aangepaste plannen, opgemaakt door architect C. Claesen, werd de loskade niet in de oostelijke, maar in de westelijke gevel, naast de grote poort voorzien. Aan de oostzijde werd enkel een nooduitgang gemaakt, hiernaast werd tegen de oostgevel een elektriciteitscabine gebouwd. De bestaande asfaltweg langs de oostgevels werd doorgetrokken tot aan de hoek van de uitbreiding. In dezelfde fase werd de personeelsparking uitgebreid.

In 1999 werden aan de oostzijde van het terrein een pompgebouw en een watertank gebouwd. De vergunning hiervoor dateert van 15 oktober 1998.

In 2006 werden de twee grote fabrieksgebouwen verbonden door een overdekte doorgang. De plannen hiervoor werden in 2003 opgemaakt door architect Gerd Crijns uit Mortsel. Dezelfde architect tekende in 2010 plannen voor een afdak tegen de oostelijke gevel van het gebouw op de hoek van de Hulststraat en de Klaproosstraat.

Bouwdossiers van 2014 handelen over de uitbreiding van de parking aan de zuidzijde van de site en het plaatsen van vier vlaggenmasten voor het rechterdeel van de voorgevel van het kantoorgebouw aan de Sint-Bavostraat.

Architectuur

Het gebouwencomplex wordt gekenmerkt door een sobere modernistische stijl die een duidelijk onderscheid maakt tussen het kantoorgebouw aan de Sint-Bavostraat en de fabrieks- en opslaggebouwen ten zuiden hiervan.

Alle gevels zijn opgetrokken in roodbruin baksteenmetselwerk in kruisverband en hebben een vrij hoge hardstenen plint. De geaccentueerde inkomzones en poorten werden voorzien van een brede geprofileerde omlijsting in lichtbeige natuursteen.

Het kantoorgebouw op lang rechthoekig grondplan staat aan de noordzijde van de site, aan de Sint-Bavostraat. Het werd centraal voor het bredere eerste fabrieksgebouw geplaatst en met dit laatste verbonden door een smal verbindingsgebouw. Het pand telt twee bouwlagen onder een plat dak met wit geschilderde daklijst en ver overkragende dakrand. De voorgevel wordt door de twee bouwlagen hoge, in een natuurstenen omlijsting terugwijkende inkomzone in twee helften verdeeld. Rechts en link heeft de gevel op elke bouwlaag een lang horizontaal bandvenster tussen een doorlopende natuurstenen latei en dorpel. Elk bandvenster wordt door donkergrijs afgewerkte posten in twaalf rechthoekige vensters verdeeld. De terugwijkende centrale travee is gevat in een brede en sober geprofileerde natuurstenen omlijsting en bestaat uit het met een recente hardstenen trap verhoogde glazen inkomportaal en een even brede vensterpartij met vensterdeur op de verdieping. Hiervoor is een smal balkon met sobere metalen balustrade aanwezig. Het inkomportaal en de raampartij op de verdieping hebben dezelfde raamindeling. Tussen de twee is een breed natuurstenen paneel aanwezig met daarop het opschrift RIZLA+. De kopse gevels zijn gesloten opgevat en hebben op het gelijkvloers een rechthoekige deuropening en op de verdieping een bijna bouwlaaghoog venster. Deze gevelopeningen werden net naast de middenas boven elkaar geplaatst en vormen samen met de brede wit geschilderde lateien een tot aan de dakrand doorlopende verticale strook.

De achtergevel is niet volledig zichtbaar maar lijkt een gelijkaardige indeling als de voorgevel te hebben, met brede vensterbanden op gelijkvloers en verdieping.

Het buitenschrijnwerk in aluminium is mogelijk nog origineel behouden en werd enkel in het inkomportaal vernieuwd.

De fabrieksgebouwen en magazijnen zijn lager dan het kantoorgebouw en zijn in eenzelfde opbouw, materiaalgebruik en vormgeving ontworpen. Dit maakt van de RIZLA+ site ondanks de variërende afmetingen en de uiteenlopende bouwfases een uniform geheel.

De gebouwen zijn één bouwlaag hoog en hebben platte daken met sobere natuurstenen dakranden. De bakstenen gevels worden ongeveer op halve hoogte onderbroken door één of twee registers hoge horizontale bandvensters die bijna over de volledige breedte van de gevels doorlopen. Deze versterken het horizontale karakter van de lage fabrieksgebouwen. De registerhoge vensters bevinden zich telkens net onder de middenlijn, de twee registers hoge vensters hebben brede wit geschilderde tussenposten.

De grote, bijna vierkante poorten zijn gevat in brede en sober geprofileerde natuurstenen omlijstingen en worden bekroond door vlakke natuurstenen surpaportae die achter het gevelvlak terugwijken maar boven de dakrand uitsteken. Deze verlenen de fabrieksgebouwen ondanks de sobere en functionele modernistische stijl een zekere monumentaliteit. Boven de poort van het oudste fabrieksgebouw zijn anno 2023 nog sporen van nagels in de vorm van het opschrift RIZLA+ bewaard. De supraporta van het gebouw uit 1962 draagt nog de afdruk van een bord of paneel waarop volgens de initiële plannen ook het opschrift RIZLA+ aanwezig was. Naast de poorten bevinden zich in een aantal gevels kleinere openingen met loskades.

Het voor industriële gebouwen typerende metalen schrijnwerk met zeer fijn profiel lijkt in de vensters grotendeels bewaard. De poorten werden in een eerder recente fase vernieuwd.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 238#11646, 222#4028, 222#19044, 222#4745, 222#16007, 222#5644, 222#17834, 222#7942, 222#15023, 222#8247, 222#14642, 222#8553, 222#12372, 222#13853, 222#9477, 222#10623, 222#14774, 3226#63, 3226#328, 3473#3229, 3473#8275, 3582#968, 3582#4217, 3582#2318, 3582#2486 en 3582#6221.

Auteurs: Fexer, Charlotte
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Inventaris Onroerend Erfgoed 2026: Sigarettenpapierfabriek RIZLA+ [online], https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/308806 (geraadpleegd op ).

Beheerder fiche: Stad Antwerpen

Contact

Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.