Burgerhuis in modernistische stijl gebouwd naar een ontwerp van architect Jacques Ottelohé uit 1936, voor rekening van Gustave Van Ende. Deze liet in 1950 het souterrain verbouwen tot garage naar een ontwerp van architect Albert Leys.
Jacques Ottelohé ontwierp ook zeven burgerhuizen in de nabijgelegen Pater Damiaanstraat (nummers 67-69, 71, 92, 104, 106 en 108). De architect gebruikte bij zijn ontwerpen vaak dezelfde elementen in variërende combinatie.
De voortuin wordt sinds 1950 door een lage baksteenmuur verdeeld in een hellende afrit naar de keldergarage en het pad naar het inkomportaal. Het pad wordt aan weerszijden afgezoomd door een strook lage beplanting. De smeedijzeren poortjes van de voortuinafsluiting zijn niet bewaard.
Rijwoning van twee bouwlagen met souterrain en twee traveeën onder een plat dak met ver overkragende driezijdige dakrand. De gevel is opgetrokken in roodbruin baksteenmetselwerk in halfsteens verband met brede horizontale stroken in verticaal verband onder de vensterregisters van gelijkvloers en verdieping.
De overstekende dakrand, gevelbrede luifels en een brede vlak bepleisterde gevelband tussen de twee bouwlagen zorgt voor een nadrukkelijke horizontale geleding.
Boven de keldergarage heeft het verhoogde en overluifelde gelijkvloers in de brede linker travee een driedelig rechthoekig venster, dat op de hoek in de linkerzijde van het inkomportaal doorloopt. De hoekzuil, die oorspronkelijk met smalle tegels afgewerkte was, werd recent overschilderd. In de rechter travee bevindt zich het ver onder de luifel terugwijkende verhoogde inkomportaal, met rechthoekige deuropening en rechts een klein rechthoekig venster voorzien van origineel smeedwerk in geometrische vormgeving.
De verdieping werd uitgewerkt als overluifelde driezijdige erker op afgeronde sokkel. De travee-indeling wordt in het brede vensterregister gemarkeerd door een terugwijkende pijler, hiervoor en aan de hoeken van het venster staan slanke zuiltjes.
Het buitenschrijnwerk is vernieuwd, enkel de driedelige garagepoort uit 1950, met rechthoekige lichtopeningen, voorzien van geometrisch smeedwerk, is nog origineel bewaard.
De overkragende, als erker opgevatte verdieping, een terugwijkend inkomportaal, met zwarte tegels beklede zuilen of pijlers en slanke zuiltjes als onderverdeling van bandvensters zijn elementen die Jacques Ottelohé ook in andere gevelontwerpen uit dezelfde tijd toepaste (vgl. Pater Damiaanstraat 67-69, 71 en 92).
De plattegrond beantwoordt aan de klassieke typologie van het burgerhuis dat uit een hoofdvolume en een smalle achterbouw bestaat, ontsloten door de zijdelings ingeplante inkom- en traphal met bovenlicht. Volgens het oorspronkelijke bouwplan wordt de hoofdtravee op de begane grond ingenomen door de gebruikelijke enfilade van salon, eetkamer, veranda met bovenlicht en terras met glaskap, geflankeerd door de keuken annex pomphuis en wc in de achterbouw. De bovenverdieping bestaat uit twee kamers, vooraan met loggia en achteraan met terras, in de hoofdtravee en een badkamer boven de inkomhal. Door de aanwezigheid van een keuken met pomphuis en wc in de achterbouw, lijkt deze etage oorspronkelijk voor verhuur te zijn bestemd. Verder is de woning volledig onderkelderd. Het voorste gedeelte herbergt sinds 1950 de garage.
Auteurs: Fexer, Charlotte
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen