Villa in cottagestijl volgens de bouwaanvraag uit april 1926 gebouwd voor rekening van de weduwe Roelandts. In het bouwdossier wordt de ontwerper niet vermeld. Een foto in het bouwdossier van het aanpalende huis Sterrenlaan 25A documenteert de toestand in 1963.
De villa is in de diepte ingeplant op een rechthoekig perceel aan de noordzijde van de Sterrenlaan. Langs de rechterzijgevel leidt een verharde oprit naar een éénlaagse garage met zadeldak, die vermoedelijk pas later is gebouwd.
In 1989 werd de villa onder leiding van architect Peter Cornelis aan de achterzijde uitgebreid met een tweelaagse aanbouw onder plat dak.
De voortuin wordt anno 2022 afgebakend door een haag, op de oorspronkelijke bouwplannen en een foto uit 1963 ziet men een lage gecementeerde muur met een eenvoudige buisleuning tussen pijlers.
Villa van twee bouwlagen op souterrain onder pannen zadeldak met een dakkapel in het linkerdakvlak. De gevels zijn opgetrokken uit rood baksteenmetselwerk (papesteen) in kruisverband op een sokkel van paars baksteenmetselwerk (klampsteen). Contrasterend gebruik van wit geschilderde natuursteen voor lateien, hoek- en sluitstenen en omlijstingen van gevelopeningen. Ook de hardstenen lekdrempels zijn deels wit geschilderd. De geveltoppen van voor- en zijgevels zijn afgewerkt met een eveneens witgeschilderde ruwe beraping, in de zijgeveltoppen met pseudovakwerk.
De voorgevel wordt bepaald door het vooruitspringende volume van een driezijdig oplopend erkermassief in de rechtertravee, bekroond door een bepleisterde puntgevel op getrapte bakstenen hoekconsoles. Het zadeldak van de puntgevel heeft een overkragende houten dakrand op geprofileerde houten klossen. De grote vensters aan de voorzijde van de erker – rechthoekig op het gelijkvloers en rondboogvormig op de verdieping – zijn gevat in een wit geschilderde omlijsting met sierpanelen. De geveltop bevat een halfronde vensteropening met bakstenen boog. In 1963 was enkel de zone rond het venster bepleisterd en witgeschilderd. De punt van de geveltop is voorzien van een houten bekleding, die in 1963 net als de houten dakrand en de klossen een donkere kleur had.
De linkertravee heeft op het gelijkvloers een segmentboogvormig en op de verdieping een rechthoekig drielicht met witgeschilderde tussenstijlen. De sokkel van de voorgevel is in deze travee gecementeerd. De oorspronkelijke bouwplannen en een foto uit 1963 tonen dat er vroeger op deze plaats een verhoogd terras met eenvoudige buisleuning tussen bakstenen pijlers aanwezig was. Het segmentboogvormige venster was toen een vensterdeur geflankeerd door twee smalle vensters. Sporen van deze aanpassing zijn in het metselwerk zichtbaar.
Een opvallend vormelijk element is de schuin afgesneden gevelhoek waarboven de hoek van de dakverdieping scherp uitkraagt. Hier bevindt zich het ver terugwijkende inkomportaal achter een rechthoekige, door gecanneleerde halfzuilen op hardstenen sokkels geflankeerde opening. Een hardstenen trappenbordes leidt naar de rondboogdeur met wit geschilderde sluitsteen. Boven het inkomportaal bevindt zich een rechthoekig tweelicht met witgeschilderde tussenstijl.
De oorspronkelijke houten inkomdeur met halfrond bovenlicht en verticale lichtopening met decoratief smeedwerk is nog bewaard. Ook het houten schrijnwerk van de vensters lijkt nog grotendeels bewaard, in de keldervensters is nog het originele smeedwerk behouden gebleven.
De linker- en rechterzijgevel zijn nagenoeg blind met uitzondering van de traphal- en vestibulelichten in de middenas, rondbogig op de verdieping. In de bepleisterde geveltoppen is het overschilderde pseudovakwerk nog aanwezig. De tuingevel werd oorspronkelijk bepaald door de oplopende erkerpartij met drielichten van de brede hoofdtravee links, en een ingesnoerd rondboogtraplicht rechts.
Volgens de bouwplannen wordt de onderkelderde villa ontsloten door de zijdelings ingeplante inkom- en traphal annex wc over de volledige diepte van de linkertravee. Een centrale vestibule sluit daar loodrecht op aan. Op het gelijkvloers wordt de vestibule aan de straat geflankeerd door het salon en een de tuin door de keuken. De brede rechtertravee wordt over de volledige diepte ingenomen door de suite van eet- en woonkamer, die via een beglaasd terras en bordes uitgeeft op de tuin. Op de bovenverdieping, over de volledige breedte opgedeeld door de centrale vestibule, nemen een salon en slaapkamer de straatzijde in, en de traphal, de badkamer en een tweede slaapkamer de tuinzijde Onder het dak bevinden zich twee mansardekamers, een tweede badkamer/wasplaats en een zolder.
Auteurs: Fexer, Charlotte; Braeken, Jo
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen