Modernistische villa met art-deco-kenmerken, gebouwd voor rekening van Henri Béliard naar een ontwerp van architect Joseph Somers uit augustus 1932.
De villa is gelegen op een diep perceel aan de zuidzijde van de Sterrenlaan met een zuidoostelijk georiënteerde tuin. De met grijze klinkers verharde oprit loopt van de straat langs de linker zijgevel door naar de gelijktijdig gebouwde garage.
In 1936 werd de woning onder leiding van dezelfde architect uitgebreid. Aan de uitbouw achteraan en aan de garage werd een bouwlaag toegevoegd.
In 1948 maakte Somers, nog steeds voor eigenaar Henri Béliard, een plan op voor de uitbreiding van ondertussen twee bouwlagen hoge garage. Op het gelijkvloers werd een washuis toegevoegd, op de verdieping twee kamers.
Bij een laatste verbouwing werden in 2001 onder leiding van architect Thierry Biemans een aantal binnenmuren afgebroken om de keuken te vergroten en werd er een smalle doorgang gebouwd naar de achterbouw.
Henri Louis Désiré Gustave Béliard (Antwerpen, 1901-Antwerpen, 1979) was op 13 september 1930 te Enghien gehuwd met Paulette Delannoy (Enghien, 1909-Sint-Lambrechts-Woluwe, 2003), dochter van de burgemeester aldaar. Het echtpaar bracht vier zonen en drie dochters ter wereld. Op het moment van de bouw van de villa was Henri Béliard secretaris en later directeur-generaal en afgevaardigd bestuurder van de Ateliers de Réparations Maritimes Béliard, Crighton & Co. Deze scheepsherstellingswerf gevestigd aan het Kattendijkdok was in 1904 mede opgericht door zijn grootvader Henri Gustave Béliard (Parijs, 1847-Antwerpen, 1920), die zich in 1877 in Antwerpen gevestigd had. Het bedrijf fuseerde in 1961 tot Béliard-Murdoch en in 1980 tot Mercantile-Béliard, en ging in 1993 failliet.
Joseph Somers was in Antwerpen actief als architect vanaf het begin van de jaren 1920 tot het einde van de jaren 1950. Het begin van zijn loopbaan was eerder conservatief, tot het einde van het interbellum hield hij vooral vast aan de beaux-arts- en art deco stijl. Vanaf de jaren 1930 toonde hij zich in dienst van het bedrijfsleven als een vooruitstrevende en eigentijdse architect. Het door hem ontworpen handelsgebouw Léon Van Parijs uit 1935 wordt als een van de belangrijkste uitingen van internationaal georiënteerde art deco in Antwerpen beschreven. In deze jaren realiseerde Somers in Antwerpen ook een tiental appartementsgebouwen in art deco en modernistische stijl. Na de Tweede Wereldoorlog voegde hij hieraan nog een vijfentwintigtal appartementsgebouwen toe, deze werden volgens de toen gangbare bouwprogramma’s ontworpen.
Villa van twee bouwlagen op quasi rechthoekig grondplan onder pannen schilddak met overkragende dakrand. In de linkerzijgevel een boven de dakrand uitstekend en in het dakvlak insnijdend trapvolume onder plat dak.
In de rechtertravee van de achtergevel is een rechthoekige uitbouw aanwezig, die tot aan de verbouwing in 1936 ter hoogte van de tweede verdieping bekroond werd door een balkon. Dit volume wordt in de linkertravee op gelijkvloers en eerste verdieping telkens geflankeerd door een terras.
Het gevelparement bestaat uit genuanceerde gele baksteen in kruisverband op een sokkel van bruinrode baksteen. De gevels van de eerste verdieping en een brede horizontale lijst onder de dakrand zijn voorzien van een lichtgrijze bepleistering. De rechthoekige vensteropeningen met vernieuwd schrijnwerk hebben lekdrempels van schuin geplaatste zwart geglazuurde tegels.
Vanuit de straat wordt het aanzicht bepaald door het terughoudende contrast tussen deze drie materialen en de verspringende gevelvlakken van onder meer de gelijkvloerse erker aan de linker gevelhoek en het trapvolume. Een horizontaliserend effect ontstaat door de overkragende dakranden, de luifels boven de garagepoort en de twee inkomportalen in de zijgevel. Dit effect wordt versterkt door de vensters van de erker en de eerste verdieping. Deze hebben horizontaal doorlopende lekdrempels en werden in een bandvormig terugwijkend gevelvlak geplaatst.
De linkerzijgevel bevat op het gelijkvloers het verhoogde inkomportaal met een rondboogdeur met bakstenen boog, geflankeerd door twee rechthoekige vensteropeningen.
Links hiervan, in het trapvolume, bevindt zich de dienstingang met een verhoogde rechthoekige deuropening. Beide deuren en de gelijkvloerse vensters bewaren nog het oorspronkelijke smeedwerk in art-deco-vormgeving. Een opvallend modern element is het vrij grote zesdelige trapvenster op de eerste en tweede verdieping van het trapvolume.
In de rechterzijgevel vormt de bakstenen schoorsteen een boven de dakrand uitstekend verticaal accent. Op deze lijn verspringt zowel het gevelvlak als de dakrand.
Ook in de achtergevel werden volgens de oorspronkelijke plannen verschillende gevelafwerkingen toegepast. Ter hoogte van de terrassen waren hier telkens door ramen geflankeerde vensterdeuren aanwezig.
De plannen uit het bouwdossier tonen dat de villa gedeeltelijk onderkelderd was. Het gelijkvloers heeft een voor de 19de en het begin van de 20ste eeuw gebruikelijke indeling met in de brede rechtertravee een enfilade van fumoir, tussenkamer met open haard en eetkamer. De fumoir wordt van daglicht voorzien door grote ramen in de voor- en zijgevel, de eetkamer heeft een hooggeplaatst bandvenster in de zijgevel. Links worden de woonruimtes geflankeerd door inkom- en traphal, in de erker vooraan bevindt zich een vestiaire en een wc.
Achteraan zijn links bij de dienstingang de bijkeuken en in de uitbouw de keuken gesitueerd, rechts achter de eetkamer een gedeeltelijk overdekt terras met trap naar de tuin.
De eerste verdieping bevat het nachtgedeelte met twee kamers in de brede rechtertravee en een kamer achteraan boven de keuken. Vooraan links bevindt zich een nachthal met wc en een badkamer.
De zolderverdieping bestaat uit twee mansardekamers met ingebouwde kasten. Het terras boven de uitbouw aan de achtergevel is bereikbaar via het traphuis, hier werd reeds in 1936 een bijkomende kamer gecreëerd.
Auteurs: Fexer, Charlotte; Braeken, Jo
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen