Architectenwoning van Karel Dasseville gebouwd naar eigen ontwerp van november 1954.
Centraal gelegen aan de westzijde van de Wielewaalstraat. In 1954 nog omgeven door grotendeels onbebouwde percelen. De oorspronkelijke voortuinafsluiting met een lage muur in breuksteen is nog gedeeltelijk bewaard.
Architect Karel Dasseville studeerde aan de Koninklijke Academie in Antwerpen af, waar hij onder meer les kreeg van Léon Stynen. Daarna liep hij stage bij Jan De Braey. Tijdens zijn loopbaan ontwierp hij enkele prestigieuze villa’s en verschillende appartementsgebouwen in Antwerpen en Wilrijk en kantoorgebouwen voor het Antwerpse diamantmilieu. In 1957 nam Dasseville deel aan de wedstrijd van de Prijs van de Ven en behaalde er met deze architectenwoning de vierde plaats. Zijn ontwerp werd beschreven als duidelijk voorbeeld van de nieuwe stroming die zich van oude beperkingen wil bevrijden en de verouderde symmetrische indeling wil vernietigen om ruimtegevoel te creëren.
De woning telt drie bouwlagen onder een plat dak met ver overkragende dakrand. De voorgevel op een arrière-corps van roodbruin baksteenmetselwerk is gevat tussen pijlers van breuksteen in verschillende bruin- en grijstinten. De gevelcompositie wordt gevormd door brede horizontale bandvensters met witte metalen kozijnen die op de eerste en tweede verdieping afwisselen met brede stroken bekleed met bruingrijze verticale latten. De gelijkvloerse gevel heeft een parement van rechthoekige kwartsietplaten, een bekleding die ook in de brede gevellijst terugkomt.
Op het gelijkvloers bevindt zich links een brede garagepoort, centraal een kleine hooggeplaatste vensteropening en rechts het brede inkomportaal dat bestaat uit een glazen deur geflankeerd door een vast glaspaneel. Dit paneel had oorspronkelijk een brede dwarsregel met brievenbus.
Volgens het oorspronkelijke gevelplan waren de vensterkozijnen minder zwaar en liepen deze als een rooster door in de stroken met houten beplanking. Ook werd elke vensterpartij in het midden onderbroken door een gesloten paneel. Anno 2022 zijn de vensterkozijnen vernieuwd en zwaarder van proportie. Ook de houten beplanking, volgens de gevelplannen van kambalahout, lijkt niet meer origineel.
De achtergevel is volgens het bouwdossier opgetrokken in grijs baksteenmetselwerk en heeft op gelijkvloers en eerste verdieping grote raampartijen met metalen kozijnen. Links hiervan bevindt zich een schuin op de achtergevel ingeplant muurscherm waarvan het uiteinde afgewerkt is met breukstenen. Het linkerdeel van de gevel heeft een smalle deuropening en een klein venster. De tweede verdieping heeft een bijna gevelbreed bandvenster dat in het midden onderbroken wordt door een blind paneel.
De grondplannen tonen een typische naoorlogse bel-etagewoning gecombineerd met een beroepsmatig gebruikt gelijkvloers.
Het gelijkvloers is vooraan verdeeld in twee delen, links de garage, rechts de inkomhal met wc, keldertoegang en steektrap naar de verdieping. Achteraan bevindt zich het bureel met door het terras van de verdieping overdekte buitenplaats, rechts hiervan is een kleine wasruimte. De scheiding tussen bureel en wasruimte bestaat in een schuine muur, die aan de buitenzijde als muurscherm doorloopt. Door het feit dat de houten bekleding op deze muur aan de binnen- en buitenzijde werd toegepast, lijkt de ruimte door te lopen en wordt de buitenzone visueel aan het bureel toegevoegd.
De verdieping heeft een open planopvatting waarbij de eetkamer aan de voorzijde één ruimte vormt met de living aan de achterzijde, een gordijn langs een gebogen rail maakt een tijdelijke verdeling mogelijk. De eetkamer wordt geflankeerd door de keuken, hierachter bevindt zich de small toelopende traphal met aan de achterzijde een vestiaire en wc.
De grote ramen in de achtergevel zorgen voor maximale lichtinval in de woonvertrekken en geven toegang tot het terras. Van de traphal wordt de woonkamer gescheiden door een opvallende gebogen wand, waarvan de naar de living gerichte concave zijde een open haard bevat. Ook hier is de wand met hout bekleed en loopt langs het terras door om binnen en buiten visueel te verbinden.
De gebogen vorm van de wand wordt herhaald door de slingertrap naar de tweede verdieping. Daar bevindt zich het nachtgedeelte dat rond de traphal drie slaapkamers met ingebouwde kasten, een badkamer en een linnenkamer groepeert.
Auteurs: Fexer, Charlotte
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen