Bescheiden villa in naoorlogse cottagestijl gebouwd voor rekening van J. Doms, naar een ontwerp van architect Raymond Van den Heede uit januari 1949. Volgens het bouwdossier werd een klein gebouw waarin de eigenaar woonde aangepast en uitgebreid. De villa staat centraal op een rechthoekig tuinperceel.
De voortuin is omgeven door hagen. Het pad naar de voordeur is verhard met grijze cementtegels.
Villa van één bouwlaag onder samengestelde pannen zadeldaken met ver overkragende houten dakrand op houten consoles. In het zuidelijke dakvlak twee houten dakkapellen onder platte daken.
Vanuit de Woudlaan wordt de volumewerking bepaald door de zeer spitse puntgevel onder steil zadeldak aan de voorzijde. Bij de uitbouw aan de linkerzijde wordt deze in kleinere vorm herhaald. Tussen het hoofdvolume en de zijdelingse uitbouw bevinden zich kleinere eenlaagse volumes onder platte daken.
De gevels zijn voorzien van een bepleistering in ruwe crépi op een hoge sokkel van lichtrood baksteenmetselwerk in kruisverband, die bovenaan afsluit met een rollaag. De rechthoekige vensteropeningen bewaren nog grotendeels het witgeschilderde houten schrijnwerk met roedenverdeling.
In de voorgevel is de middenas geaccentueerd door de rondboogvormige inkomdeur en het rechthoekige venster erboven, beiden gevat in een getrapte omlijsting van donkerbruine baksteen die contrasteert met de witte gevelafwerking. De inkomdeur bewaard nog de oorspronkelijke houten deur met profilering en verticale lichtopening met structuurglas en smeedwerk. De top van de gevel is bekleed met een donkerbruin geschilderde houten beplanking. In deze eerder traditioneel opgevatte gevel vormen de twee hoekvensters een modernistisch accent.
Rechts aan de voorgevel sluit een met pannen afgedekte muur met een brede bakstenen rondboog aan. Hierachter bevindt zich volgens de plannen van het bouwdossier een veranda.
De grondplannen tonen een vrij traditionele indeling. Het hoofdvolume bestaat uit drie achter elkaar geplaatste ruimtes: vooraan een grote hal met bordestrap naar de verdieping, centraal een in de zijdelingse uitbouw doorlopende eetplaats en achteraan de keuken. In de twee kleine volumes onder platte daken bevindt zich vooraan bij de inkomhal een vestiaire en achteraan een vanuit de tuin toegankelijke bergplaats. Tegen de achtergevel staat nog een éénlaagse uitbouw waar zich oorspronkelijk het pomphuis bevond.
Het plan van de verdieping toont boven de inkomhal een grote vide, de trap leidt naar een korte galerij met toegang tot een grote en twee daarop aansluitende kleinere kamers. De achterste kamer wordt geflankeerd door een badkamer.
Auteurs: Fexer, Charlotte
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen