Tuinwijk met bescheiden eengezinswoningen, ontstaan in de jaren 1920 rond het Boeksveldplein. De wijk wordt gekenmerkt door sociale woningbouw die hier in functie van de woningnood na de Eerste Wereldoorlog ontstond. De woningen, zowel kleine eengezinswoningen als appartementen, ontstonden in meerdere fases naar ontwerp van de architecten Jos Goeyvaerts, Robert Soebert, Eduard van Steenbergen en Ernest Nagels.
De huurderscoöperatief “Eenheid” werd in 1922 gesticht met het doel goedkope woningen te bouwen in de wijk Boeksveldplein-Duivelshoek. De bouwwerken startten in 1923 en in datzelfde jaar werden de eerste huizen aan de Krijgslaan betrokken. Het Boeksveldplein vormde het centrum van de wijk waar jaarlijks de Eeinheidsfeesten plaatsvonden.
Een gedenksteen in de zijgevel van het nieuwgebouwde huizenblok Boeksveldplein 22-25 herinnert aan de stichting van de huurderscoöperatief en vermeldt naast de leden van de beheersraad ook de bouwmeesters Jos Goeyaerts, Ernest Nagels en Robert Soebert.
Een bouwvergunning van 4 januari 1923 vermeldt als architect Ernest Nagels en de huurderscoöperatief “Eenheid” als opdrachtgever. De plannen in het bouwdossier komen echter niet overeen met bestaande woningen.
De woningen die vanaf 1926 in de Uitspanningstraat naar ontwerp van Ernest Nagels en Eduard van Steenbergen ontstonden, werden voor rekening van de vierde en vijfde groep MINERVA gebouwd.
Anno 2023 vormt de wijk geen gesloten eenheid meer, verschillende woningen werden gesloopt en vervangen door nieuwbouw. De bewaarde gebouwen zijn enkel eengezinswoningen en zijn ontstaan in vier fases.
Op 19 mei 1925 werd door Frans Engels, de bestuurder van de huurderscoöperatief Eenheid een bouwaanvraag ingediend voor het bouwen van 53 woningen in drie loten. De plannen werden opgemaakt door architect Jos Goeyvaerts en de bouwvergunning werd op 27 mei 1925 verleend. Het bouwdossier bevat een plan met de gevel- en dakenplannen van drie types gekoppelde werkmanswoningen: een vierwoonst type A, een zeswoonst type B en een achtwoonst type C. Een tweede plan toont de vierwoonst type A in meer gedetailleerde vorm met grondplannen, gevels en snedes. Beide plannen zijn voorzien van versierde cartouches met de titel “Tuinwijk Eenheid” en de naam van bouwmeester Jos Goeyvaerts. Ter goedkeuring werden de plannen gestempeld en ondertekend door drie bestuurders van de huurderscoöperatief, onder andere J. Van Santvoort en Frans Engels.
Van de 53 woningen zijn in de Eenheidstraat nog twee zeswoonsten (type B, huisnummer 1 tot 11 en 8 tot 18), een vierwoonst (type A, huisnummer 2 tot 6) en een achtwoonst (type C, huisnummer 13 tot 27) bewaard. In de Uitspanningstraat zijn twee zeswoonsten (type B, huisnummer 52 tot 62 en 80 tot 90), een achtwoonst (type C, huisnummer 71 tot 85) en een vierwoonst (type A, huisnummer 59 tot 65) bewaard. Hierbij komen twee driewoonsten waarvan geen bouwplannen bewaard zijn, maar die qua stijl en materiaalgebruik duidelijk bij dezelfde bouwfase horen (huisnummer 46 tot 50 en 53 tot 57).
De woningen uit deze fase zijn nog duidelijk verankerd in de cottagestijl. De volumes zijn een tot twee bouwlagen hoog en worden gekenmerkt door samengestelde zadeldaken met dakkapellen, overstekende dakranden en een combinatie van punt- en lijstgevels. De uiterste woningen hebben aan de zijgevel steeds een uitbouw met puntgevel en worden ook aan de straatzijde door een puntgevel bekroond. In de straatgevel volgen daarop afwisselend punt- en lijstgevels, afhankelijk van het aantal woningen per blok. De gevels zijn opgetrokken in lichtrood baksteenmetselwerk in kruisverband op een gecementeerde of hardstenen plint, het bovenste deel van de gevels is afgewerkt met een cementering. Zowel boven de plint als boven het gelijkvloers worden de gevels horizontaal verdeeld met een lijst van schuin geplaatste bakstenen. De gevelhoeken zijn versierd met getrapte baksteenconsoles en bakstenen steunberen. De twee centrale woningen van de zes- en achtwoonsten (type B en C) hebben op de verdieping een twee- of driezijdige erker.
De rechthoekige gevelopeningen hebben op het gelijkvloers vlak gecementeerde lateien en daarboven een bakstenen ontlastingsboog. Hiervoor werd een bruine baksteen gebruikt, die met het gevelmetselwerk contrasteert. In de voorgevels van de uiterste woningen geven telkens twee kleine vensters op verspringend niveau de plaats van het trappenhuis aan.
Op de gevelplannen van het bouwdossier ziet men dat er in de cementering twee zones met verschillende structuur onderscheiden worden, dit is plaatselijk nog bewaard, bijvoorbeeld in de gevels van Eenheidstraat 3 tot 9 en 15 tot 27 is een deel van de cementering onder de dakrand voorzien van een fijne groevenstructuur en afgeboord met een smalle vlakke lijst. In de puntgevels is plaatselijk ook nog pseudovakwerk bewaard, bijvoorbeeld bij de woningen Eenheidstraat 19 en 21 en Uitspanningstraat 71, 77 en 79.
Het buitenschrijnwerk is bijna volledig vernieuwd, soms werd hierbij de oorspronkelijke kleinhoutverdeling nagebootst, bijvoorbeeld bij Eenheidstraat 19. De woningen Eenheidstraat 6, 14 en 19 bewaren nog de oorspronkelijke voordeur, een sobere houten paneeldeur met rechthoekige lichtopening en centrale brievenbus, die verticaal verdeeld wordt door twee houten staven.
De grondplannen tonen op het gelijkvloers van elke woning een huiskamer, een studio en een kleine keuken. De gang met trap naar de verdieping bevond zich aansluitend op de inkomdeur. Achteraan was een kleine, vanuit de tuin toegankelijke wc aanwezig. Het slaapgedeelte op de verdieping bestond uit drie slaapkamers.
De twee uiterste woningen van elk blok hadden een kelderruimte, bij de binnen de blok gelegen woningen was enkel de ruimte naast de keldertrap toegankelijk.
Het volgende bouwdossier dateert van 1926. Als opdrachtgever wordt opnieuw Frans Engels, de bestuurder van de huurderscoöperatief Eenheid vermeld. Het ontwerp voor de 34 goedkope woningen “op te richten tusschen de Oudestraat en Krijgsbaan ten gehuchte Duivelsshoek, langsheen de nieuwe straat in de tuinwijk” werd opgemaakt voor architect Robert Soebert. De aanvraag werd ingediend op 4 oktober 1925 en vergund op 12 juni 1926.
Het bouwdossier bevat een liggingsplan dat het Boeksveldplein, de Eenheidstraat, de “Ontspanningstraat” (Uitspanningstraat) en de “nieuwe straat” (Boeksveldstraat) weergeeft. Aan weerszijden van het smalle deel van het Boeksveldplein zijn als nieuwe bebouwing blok A en blok B getekend, langs de oostzijde van de nieuwe straat liggen blok C, D en E. In elk blok zijn de verschillende huizen voorzien van een kleine letter a, b, c en d die naar het woningtype verwijzen, een afkappingsteken geeft telkens een gespiegelde vorm aan. De types b en c zijn enkelhuizen die telkens gespiegeld aan elkaar gekoppeld werden. Type a en d zijn dubbelhuizen en werden als buitenste woningen aan de uiteinden van een huizenrij geplaatst.
Onderaan toont het plan ook vereenvoudigde gevelplannen. Verder bevat het dossier grondplannen van alle vijf blokken, en gevels en snedes van blokken A, B en E.
Anno 2023 is blok A (Boeksveldplein 18/19/20/21) nog volledig bewaard, blok B (Boeksveldplein 22/23/24/25) werd in 2013 in opdracht van Woonhaven Antwerpen vervangen door nieuwbouw naar ontwerp van Gert Van Conkelberge van A33 architecten.
In dezelfde fase werden ook de blokken C, D en E gedeeltelijk gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Anno 2023 is enkel blok D nog gedeeltelijk bewaard (Boeksveldstraat 61 – 63 en 67 – 75).
Aan drie zijden van het bredere pleingedeelte van het Boeksveldplein werden appartementsgebouwen in dezelfde stijl als de rijhuizen van blok A tot E gebouwd. De noordzijde werd in de Tweede Wereldoorlog door een V-bom zwaar beschadigd en rond 1950 door een gebouw met 24 appartementen vervangen.
De blok aan de zuidzijde van het plein werd in 1997/1998 gesloopt en vervangen door een nieuwbouw naar ontwerp van architect Mark Depreeuw van Architectenatelier Archi4 in opdracht van cvba Sociaal Wonen.
De woningen werden door Robert Soebert in een sobere art decostijl ontworpen, eenvoudige geometrische motieven sieren de gevels en ook de volumes van de volledige huizenblokken werden als geometrisch sculptuur opgevat. De woningen bestaan uit twee bouwlagen van twee of drie traveeën onder platte, oorspronkelijk met asfalt afgewerkte daken. Het gevelparement van de woningen type a, b en d bestaat uit lichtrood genuanceerd baksteenmetselwerk in kruisverband op een hardstenen plint. Voor de vensterlateien, de getrapte omlijsting van de soms overluifelde inkomdeuren en een decoratief venster op de verdieping werd bruine baksteen toegepast.
Twee gespiegelde woningen van het type c werden in elke blok als geaccentueerd risaliet uitgewerkt. De gevels van deze woningen zijn hoger en de gevellijn springt tegenover de aanpalende gevels naar voor. De twee centrale traveeën bevatten de twee inkomdeuren, die samen in een vlakke omlijsting gevat zijn. Dit dubbele inkomportaal wordt bekroond door een vlak, boven de dakrand uitstekend risaliet met waaiervormige bakstenen bovenlijst, de centrale as wordt door een vlakke getrapte pijler geaccentueerd. Het inkomportaal en de centrale pijler zijn met een cementering afgewerkt, die met het baksteenmetselwerk contrasteert. Rechts en links wordt het risaliet geflankeerd door bredere vlak gecementeerde traveeën die op gelijkvloers en verdieping een rechthoekige vensteropening bevatten. Opnieuw werd hier gespeeld met het contrast tussen baksteenmetselwerk en cementering: de vensters zijn gevat in een doorlopende bakstenen omlijsting en worden verbonden door een tussenpaneel in verticaal metselverband. Bij blok A is bij dit woningtype ook nog de gevelplint in getrapt baksteenmetselwerk in verticaal verband bewaard.
De vensterkozijnen hadden volgens de oorspronkelijke plannen een kleinhoutverdeling, de voordeuren hadden een grote verticale lichtopening met driedelige horizontale verdeling. Anno 2023 is het buitenschrijnwerk volledig vernieuwd.
De grondplannen tonen een eenvoudig maar comfortabel interieur waarin de ruimtes afhankelijk van het type woning naast of achter elkaar geschakeld waren. Ter hoogte van de inkom bevond zich telkens ook de trappenhal, verder bevatte het gelijkvloers een woonkamer met schouw, een keuken, een bijkomende kamer of studio en achteraan een bergplaats en een wc. Het slaapgedeelte op de verdieping bestond uit twee of drie slaapkamers.
Een volgende aanvraag voor 15 goedkope werkmanswoningen in de Uitspanningstraat, “op ongeveer 30 m van de Oudestraat” werd op 8 juni 1926 ingediend door L. Dirickx en P. Reghert namens de 4e groep MINERVA. De vergunning dateert van 12 juni 1926.
Het ontwerp werd opgemaakt door architect Eduard Van Steenbergen, het bouwdossier bevat plannen van één type woning. De 15 woningen werden gebouwd in de Uitspanningstraat 11 tot en met 39.
Het ontwerp van Van Steenbergen in sobere art-decostijl heeft een voorgevel met enkelhuisopstand en telt twee traveeën van twee bouwlagen. De woningen werden telkens gespiegeld naast elkaar geplaatst waardoor de deur- en venstertraveeën van twee woningen naast elkaar liggen en de inkomportalen aan elkaar gekoppeld werden. De gevels zijn opgetrokken in baksteenmetselwerk in kruisverband, afgewerkt met een knipvoeg en sluiten bovenaan af met een bakstenen rollaag. De deels overkragende dakranden zijn vernieuwd.
De gevels hebben rechthoekige gevelopeningen: twee vensters in de brede travee en een inkomdeur met bovenlicht onder een smal venster in de smallere deurtravee. Alle gevelopeningen hebben een bakstenen strek als latei, de hardstenen of betonnen dorpels van de vensteropeningen steken uit de gevel uit. Onderaan heeft elk venster gecementeerde of natuurstenen hoekstenen. De inkomdeur is gevat tussen twee baksteenpijlers die een brede licht uitstekende latei dragen. Hierboven bevindt zich een smaller bovenlicht.
De gevelplint bestaat uit decoratief metselwerk: tussen een boven- en onderlaag in verticale strekken steekt bij het metselwerk in kruisverband in één van twee lagen een kop uit het gevelvlak uit. Het metselwerk van de plint loopt door in de twee baksteenpijlers van de inkomdeur.
Anno 2023 zijn de gevels van woningen nummer 11 tot 15, 21 en 25 tot 33 nog goed bewaard, de gevels van huisnummer 35, 37 en 39 zijn deels aangepast, deze van nummer 17, 19 en 23 grotendeels vernieuwd.
Het buitenschrijnwerk werd in alle woningen vernieuwd. De vensters hadden oorspronkelijk houten kruis- of kloosterkozijnen, de bovenste delen waren voorzien van een kleinhoutverdeling. De voordeuren waren decoratief uitgewerkt met onderaan een getrapt middenpaneel en een rechthoekige lichtopening met siersmeedwerk.
De grondplannen uit dit bouwdossier tonen een eenvoudige enkelhuisopstand waar zich de gang met trappenhuis in de deurtravee bevindt, achteraan sluit hierop een kleine keuken aan. De brede venstertravee bevat twee woonruimtes. Van de verdieping zijn geen plannen bewaard, hier bevond zich wellicht het nachtgedeelte met twee of drie slaapkamers. Een doorsnede toont dat de woningen onderkelderd zijn.
Een laatste fase in de wijk situeert zich in 1928. Op 20 februari 1928 werd door A. Hollanders, vertegenwoordiger van de 5e groep Minerva een aanvraag ingediend voor het bouwen van 17 huizen in de Uitspanningstraat. De plannen zijn opgemaakt door architect Ernest Nagels. Een plan toont de gevels en grondplannen van de volledige huizenrij en vermeldt ook het nummer van het te verkavelen perceel. Hierdoor kunnen de huizen in het noordelijke deel van de Uitspanningstraat gesitueerd worden. Volgens dit plan gaat het om de huisnummers 8 tot 42. Anno 2023 lijken enkel nog de huizen nummer 24 en 26 volgens dit plan gebouwd en bewaard. De huizen nummer 14 tot 22 vormen ook een eenheid maar wijken af van de weergave in het oorspronkelijke bouwdossier.
De enkelhuizen hebben gevels in roodbruin baksteenmetselwerk in kruisverband, afgewerkt met een knipvoeg, en een hardstenen gevelplint. De oorspronkelijke licht getoogde gevelopeningen waren een breed venster en een smalle inkomdeur op het gelijkvloers en twee vensteropeningen op de verdieping. Voor gevelbanden, de strekken boven de gevelopeningen en sierpanelen onder de hardstenen vensterdorpels werd donkergrijze baksteen toegepast. Bij de twee woningen, die overeenkomen met de plannen van Nagels (huisnummer 24 en 26) worden de vensters van de verdieping bekroond door dubbele boognissen tussen vlakke lisenen. De gevels van huizen nummer 14 tot 22 worden bekroond door een afgeknotte puntgevel met een centrale liseen met getrapt siermetselwerk in donkergrijze baksteen. Deze gevelbekroning is bij alle vier de gevels nog bewaard, bij huisnummer 14 werd het bovenste deel van de gevel gecementeerd.
Het buitenschrijnwerk werd in alle gevels volledig vernieuwd.
De grondplannen tonen een enkelhuisplattegrond met een enfilade van twee woonkamers in de brede venstertravee en een gang met trappenhuis in de deurtravee. In een uitbouw achter het trappenhuis bevindt zich de keuken met aan de buitenzijde een kleine wc. De verdieping bevat wellicht het nachtgedeelte met twee of drie slaapkamers.
Auteurs: Fexer, Charlotte
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen