erfgoedobject

Tuinwijk Elsdonk

bouwkundig element
ID
308831
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/308831

Beschrijving

Blok 6 werd in het midden van de jaren 1920 gebouwd als uitbreiding van de tuinwijk Garden City Elsdonk. De Naamloze Maatschappij Elsdonck, vertegenwoordigd door hetzelfde bestuur als de Antwerpsche Maatschappij van Goedkope Woningen, liet de bestaande tuinwijk ten westen van de Parklaan uitbreiden. Deze uitbreiding bestond in totaal uit 60 woningen, verdeeld over drie bouwblokken (blok 6, 9 en 10), waarvan twee op grondgebied van Edegem (Jesperslaan/D’Heldtlaan/Parklaan/Leroylaan en Jesperslaan/De Burletlaan/Parklaan/d’Heldtlaan) gelegen zijn, ten oosten van de huidige Prins Boudewijnlaan.

Het bouwblok 6 tussen de Meerlenlaan, Woudlaan, Sterrenlaan, Beeckmanslaan en Zwanenlaan ligt op het grondgebied van Wilrijk. De 28 woningen in dit bouwblok zijn anno 2023 nog steeds bewaard.

Als ontwerpers werden de gebroeders Hippoliet en Jules De Vos gekozen, die ook de plannen voor de Garden City Elsdonk tekenden. De plannenset dateert van 12 december 1922 en bevat een liggingsplan, een totaalplan van de drie bouwblokken, en drie plannen van de respectievelijke woningtypes: type Ia, type II en type III. Van woningtype I, dat in deze wijk ook gebouwd werd, bevat het dossier geen plannen.

De bouwvergunning voor blok 6 werd verleend op 20 november 1923. De plannen en de documenten van de bouwaanvraag werden telkens ondertekend door de twee ontwerpers en door Vital Verdun, de beheerder-afgevaardigde van de Naamloze Maatschappij Elsdonck. Verdun liet in 1925 door de gebroeders De Vos zijn eigen villa in de Meerlenlaan 48 bouwen.

De woningen werden per twee in spiegelbeeld gekoppeld en in de diepte ingeplant op vrij smalle, diepe percelen. Zo ontstond er een relatief dens bebouwde wijk, waarin de woningen als ruime tweewoonsten aan drie zijden omgeven waren door groen. Het beperkte aantal woningtypes werd verbonden tot symmetrische ensembles, in enkele gevallen werden binnen één tweewoonst, twee verschillende woningtypes gecombineerd.

Het pittoreske karakter van de tuinwijk wordt versterkt door elementen uit de cottagestijl. Door de beperkte financiële middelen werden er bij de bouw lokale materialen en serieproductie toegepast, wat resulteerde in een architecturale eenheid op het vlak van materialisatie en vormgeving. De wisselende woningtypes en de private aanleg van de (voor)tuinen zorgde desondanks voor variatie en verhoogde de levendigheid van het straatbeeld. Oorspronkelijk waren de voor- en achtertuinen omhaagd.

Exterieur

De gevels hebben een enkelhuisopstand en zijn opgetrokken in roodbruin baksteenmetselwerk in kruisverband. De woningen tellen twee bouwlagen onder samengestelde variërende pannendaken met overkragende houten dakrand, enkel de woningen van type III zijn drie bouwlagen hoog. Voor de plint en decoratieve elementen als hoekkettingen werd ruw bewerkte assesteen toegepast, bakstenen gevelbanden en -lijsten zorgen voor een horizontale geleding. De gevels van de verdieping zijn bij een aantal woningen voorzien van een cementering. Naast de variërende dakvormen wordt de volumewerking bijkomend verlevendigd door in- en uitspringende geveldelen, met balkons bekroonde erkers en overkragende verdiepingen.

De gevelopeningen zijn doorgaans rechthoekig en hebben bakstenen lateien en hardstenen dorpels. Het oorspronkelijke buitenschrijnwerk met kleinhoutverdeling in de volledige vensters of enkel in de bovenlichten, beluikte benedenvensters en eenvoudige houten paneeldeuren is quasi volledig vernieuwd. Bij de woning Meerlenlaan 36 lijken het originele schrijnwerk met structuurglas in de bovenlichten en de houten paneeldeur nog bewaard. De vensters van Zwanenlaan 15 hebben mogelijk nog originele houten kozijnen met kleinhoutverdeling in de bovenlichten. In een aantal woningen werd de kleinhoutverdeling in de vernieuwde ramen of bovenlichten nagebootst: Beeckmanslaan 5 en 11, Meerlenlaan 40, Sterrenlaan 11, Woudlaan 8, 14, 18 en 20 en Zwanenlaan 13 en 17.

In blok 6 werden overeenkomstig het totaalplan woningen van het type I, Ia, II en III gebouwd.

Woningtype I (Beeckmanslaan 11, Sterrenlaan 7 en 9, Woudlaan 12 en 18)

De woningen van dit type zijn opgetrokken in ongeschilderd baksteenmetselwerk en hebben een plint en halve hoekkettingen in assestenen. De volumewerking is eerder sober en wordt enkel verlevendigd door een driezijdige gelijkvloerse erker, bekroond door een balkon op de verdieping. De voordeur heeft een leien afdakje dat, net als de overkragende dakrand, ondersteund wordt door slanke twee- of drievoudige kraagstukken. Een goed bewaard voorbeeld van dit type is de woning Sterrenlaan 7.

Woningtype Ia (Beeckmanslaan 9, Woudlaan 10, 16 en 20)

Dit woningtype wordt gekenmerkt door de aan de voorgevel boven het gelijkvloers overkragende en op drie pijlers rustende verdieping. Hierdoor ontstaat er een gevelbrede portiek die voor de brede venstertravee met een houten balustrade afgesloten was. Deze balustrade is bij de woning Woudlaan 20 nog bewaard of vernieuwd naar historisch model. Alle drie de bewaarde woningen van dit type zijn anno 2023 volledig wit geschilderd. Oorspronkelijk waren het baksteenmetselwerk op het gelijkvloers en de volledige zij- en achtergevels niet geschilderd, het overkragende deel van de verdieping was vlak gecementeerd. Bijkomende sierelementen zijn de getrapte, uit de zijgevel uitspringende rookkanalen en de tot de getrapte impostblokken doorgetrokken uitspringende lateien van de vensters van de verdieping. Bij de woning Woudlaan 10 werd het dak afwijkend van het initiële plan als mansardedak uitgevoerd of nadien aangepast.

Woningtype II (Beeckmanslaan 1-7, Meerlenlaan 36 – 42, Sterrenlaan 3, 5, 11 en 13, Woudlaan 6 en 8)

Dit woningtype is het meest aanwezig in het bouwblok, een goed bewaard exemplaar is de woning Meerlenlaan 36. De smalle inkomtravee van de voorgevel wijkt ver terug. Het bredere geveldeel vooraan heeft op het gelijkvloers een rechthoekige erker onder leien schilddak, de gevel van de verdieping is bepleisterd. De gelijkvloerse gevel, de zijgevel en de achtergevel waren oorspronkelijk niet geschilderd. Deze toestand is bij de woningen Beeckmanslaan 1 en Sterrenlaan 11 nog behouden.

Woningtype III (Zwanenlaan 13-19)

Dit woningtype werd enkel in de Zwanenlaan gebouwd en is het enige dat drie bouwlagen telt. Hierdoor ontstaat er ruimte voor twee bijkomende slaapkamers. De voorgevel heeft op het gelijkvloers een driezijdige erker onder leien schilddakje en wordt bekroond door een markante puntgevel. De zijgevel heeft een ondiepe, drie bouwlagen hoge uitbouw, die het inkomportaal met leien afdakje en aan de binnenzijde het trappenhuis bevat.

Woudlaan 14 en 16

Het bouwdossier bevat twee exemplaren van het algemeen plan, beiden gedateerd op 12 december 1922. De twee plannen geven voor de woningen Woudlaan 14 en 16 telkens verschillende woningtypes weer. Het eerste plan geeft voor nummer 14 type VII en voor woning 16 type VI aan, het tweede, vermoedelijk aangepaste plan geeft respectievelijk type I en Ia aan. Woning 16 komt inderdaad overeen met het woningtype I, woning nummer 14 wijkt echter af van de andere types in deze wijk. De woning vertoont veel gelijkenissen met type I: een driezijdige erker met balkon, een plint en halve hoekkettingen in assesteen en een voordeur met afdakje op slanke kraagstukken. De vensters en de balkondeur van de verdieping hebben dezelfde omlijsting als de vensters bij woningtype Ia. Een bijzonderheid is dat de brede venstertravee bekroond wordt door een vanuit de gevel oplopende dakkapel met zeshoekige vensteropening onder een geknikte dakrand.

De oorspronkelijke volumewerking en de eenheid in materiaalgebruik is bij een aantal woningen verstoord door individuele aanpassingen. Bij verschillende woningen werden garages bijgebouwd of erkers vergroot, bij woningen van het type II werden de terugwijkende volumes tot aan de voorgevel uitgebreid. Toch bleef de eenheid herkenbaar bewaard. Het oorspronkelijke schrijnwerk met kleine roedeverdeling en beluikte benedenvensters, is quasi volledig vernieuwd.

Interieur

De planindeling is ondanks de variatie in types relatief gelijkaardig en leunt aan bij het voor stedelijke rijwoningen van deze tijd typerende enkelhuisplattegrond. Op het gelijkvloers bevat de smalle deurtravee de hal of gang, geflankeerd door twee woonruimtes, al dan niet in enfilade. Achteraan bevindt zich in een uitbouw de keuken, vaak gecombineerd met een wasplaats en soms geflankeerd door een veranda. Hierachter situeerde zich de wc. De trap naar de verdieping bevindt zich ofwel in de gang of staat haaks op deze, tussen de twee woonruimtes. De bovenverdiepingen bevatten de slaapkamers.

Ondanks de financiële beperkingen werd er gestreefd naar een hoog comfort. Zo waren alle woningen voorzien van water-, elektriciteits- en gasleidingen en was er veel aandacht voor een goede verluchting en hygiëne. Door de weloverwogen positionering van de vensteropeningen werden alle ruimtes van daglicht voorzien. De lage achterbouw van woningtype III had hiervoor een koepel met omlopende vensterrij.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossier 1074#10494.
  • VERHEYEN S. 1996-1997: Den ‘Elsdonk”, onuitgegeven eindverhandeling, Hogeschool Antwerpen, departement Architectuur.

Auteurs: Fexer, Charlotte
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Inventaris Onroerend Erfgoed 2026: Tuinwijk Elsdonk [online], https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/308831 (geraadpleegd op ).

Beheerder fiche: Stad Antwerpen

Contact

Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.