erfgoedobject

Tuinwijk Koornbloem-Berkenveld

bouwkundig element
ID
308832
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/308832

Beschrijving

In het kader van de grote woningnood na de Eerste Wereldoorlog werden er vanaf 1921 rond het Koornbloemplein en het Berkenveldplein eengezinswoningen naar verschillende ontwerpen van het architectenduo Vincent Cols en Jules De Roeck gebouwd. Door onvolledige en mogelijk ook ontbrekende bouwdossiers kan de bouwevolutie maar gedeeltelijk gereconstrueerd worden.

In een eerste fase trad de Société Anonyme C.A.M.O. als bouwheer op. Het bijhorende bouwdossier bevat geen bouwaanvraag of –vergunning en betreft 36 woningen langs de Michel Geysemansstraat, de hoek met de Valkstraat en de zuidzijde van het Berkenveldplein. Het dossier bevat een liggingsplan en een plan met alle gevel- en dakenschema’s. De plannen dateren van 1 december 1921. Daarnaast zijn vier plannen bewaard met daarop telkens de grondplannen, gevelplannen en een snede van een reeks per drie of vier gekoppelde woningen, deze zijn genummerd als woningen 10 tot 13, 16 tot 19, 20 tot 23 en 34 tot 36. Volgens het liggingsplan komen deze woningen overeen met de huidige huisnummers Michel Geysemansstraat 14 – 20 en 2-8, Berkenveldplein 59 en Valkstraat 1-5 en Berkenveldplein 14, 15, 16. De nummers en de namen van de eigenaars of huurders staan vermeld op het liggingsplan. De reeks detailplannen is echter onvolledig.

Uit vergelijking van de plannen uit 1921 met de huidige toestand blijkt dat de woningen afwijkend van het oorspronkelijke ontwerp en met minder decoratieve gevelelementen uitgevoerd werden. Soms werden de ontwerpen afwijkend van het oorspronkelijke gevelschema bij andere woningen toegepast dan voorzien.

Een tweede bouwdossier bevat opnieuw plannen van Cols en De Roeck, opgemaakt voor rekening van de Maatschappij voor Goedkope Woningen. Ook dit bouwdossier bevat geen bouwaanvraag of –vergunning, de plannen dateren van augustus 1922.

Het liggingsplan toont dat het om de woningen aan de noord-, oost- en westzijde van het Berkenveldplein, de oostzijde van de Berkenveldstraat, de westzijde van de Valkstraat en de zuidzijde van het Koornbloemplein gaat. Het liggingsplan vermeldt ook de letters A, B, C en D, die overeenkomen met woningtypes op de andere plannen van het bouwdossier. Naast het liggingsplan bevat het dossier de grondplannen van type A (enkelhuis met achterbouw), type B (klein dubbelhuis zonder achterbouw) en type D (3 varianten met onder andere een winkelhuis) en gevels en snedes van type B (2 varianten), type C (4 varianten), type D en type E. De plannen tonen meer bescheiden woningen dan deze uit 1921. De hoogte is vaak beperkt tot één bouwlaag met dakverdieping, enkel type C en D hebben een tweede bouwlaag. Er werden beperkte decoratieve elementen toegepast zoals siermetselwerk en een donkerdere gevelsteen en getrapte gevelvormen. Opnieuw blijkt bij vergelijking met de bestaande toestand dat de woningen afwijkend van de oorspronkelijke plannen uitgevoerd werden, of dat bepaalde woningtypes niet gebouwd werden.

Op 28 september 1926 werd aan de Maatschappij de Goedkope Woning en de architecten Cols en De Roeck een vergunning verleend voor de bouw van 10 huizen in de reeds bestaande wijk. De plannen dateren van juni 1926 en tonen kleinere woningen met een soberder gevelontwerp. De woningen bestaan doorgaans uit een bouwlaag met dakverdieping en zijn twee (type A en C) of drie (type B) traveeën breed. De dakvorm is een zadel- of mansardedak met brede dakkapellen in beide dakvlakken. Uit het gevelschema blijkt dat de tien nieuwe woningen tegen bestaande huizenrijen aangebouwd werden of bestaande huizenrijen vervolledigd werden. Het dossier bevat geen liggingsplan, maar de gevels lijken op de woningen in de Valkstraat, aan de noord-, oost- en westzijde van het Berkenveldplein, en in het zuidelijke deel van de Berkenveldstraat.

Exterieur

De woonwijk Koornbloem-Berkenveld ligt ten westen van de Boomsesteenweg en omvat de bebouwing langs de noordwestzijde van de Michel Geysemansstraat (vroeger Moerelei), de westzijde van de Valkstraat (vroeger Valaardreef), de oostzijde van de Berkenveldstraat, de zuidzijde van een deel van de Koornbloemstraat en de panden rond het Berkenveld- en het Koornbloemplein. De woningen zijn maximaal per zes gekoppeld, waardoor een vrij groot aantal woningen één vrijstaande zijgevel heeft en de bebouwing afwisselt met tuinstroken. De huizengroepen werden in stroken langs de straatzijden of rond de twee pleinen ingeplant en elke woning heeft een kleine voortuin en een diepere achtertuin. Langs de achterzijde van de tuinen werden voetpaden voorzien, die anno 2023 nog grotendeels bewaard zijn. Het tuinwijkkarakter wordt ook bepaald door de twee groene pleinen, op het Berkenveldplein werd in een recente fase sport- en spelinfrastructuur geïnstalleerd.

Alle woningen hebben bakstenen gevels, die in latere fases deels bepleisterd of van een andere afwerking voorzien werden. Als dakvorm werden zadel- en mansardedaken met variërende dakkapellen toegepast. Vaak alterneren lage lijstgevels met hogere of gebroken puntgevels of werden brede dakkapellen in de dakvlakken geplaatst. Hierdoor ontstond er een verspringende gevellijn. De variërende dakvormen, de verspringende gevellijn en de toepassing van siermetselwerk in verschillende baksteentinten verwijzen naar de cottagestijl.

Ondanks het feit dat alle ontwerpen door hetzelfde architectenduo opgemaakt werden, vormt de wijk een stilistisch heterogeen geheel. De oorzaak ligt deels in de drie opeenvolgende bouwfases waarbij telkens een ander ontwerp en duidelijk ook een ander bouwbudget opgemaakt werd. Bij verschillende woningen werden de gevels in latere fases aangepast. Uit elke fase bleven wel volledige huizengroepen bewaard en goed leesbaar.

De woningen uit de eerste bouwfase zijn twee bouwlagen hoog en hebben in vergelijking met de latere woningen rijkelijk versierde voorgevels, hoewel deze soberder werden uitgevoerd dan op de oorspronkelijke gevelplannen voorzien. De woningen zijn vrij ruim, bestaan doorgaans uit twee bouwlagen met dakverdieping en zijn twee of drie traveeën breed.

Vaak wordt een woning met gebroken puntgevel geflankeerd door twee lagere woningen met lijstgevels, die met een smal fronton of dakkapel bekroond worden. Dit is bijvoorbeeld bewaard in het gevelfront van de woningen Michel Geysemanstraat 14/16/18 en 24/26/28. Hier werd aan één zijde van de huizenrij nog een woning met puntgevel toegevoegd (huisnummer 20 en 22). Ook de rij Berkenveldplein 10/11/12 heeft een centrale gebroken puntgevel. De gevels van Berkenveldplein 14/15/16 voldoen aan hetzelfde schema maar met een centrale puntgevel. Bij andere woningen werden twee lijstgevels met fronton of dakkapel tussen twee puntgevels geplaatst, zoals bij de eerste vier woningen in de Valkstraat (Berkenveldplein 59 en Valkstraat 1/3/5) en de eerste vier woningen in de Michel Geysemansstraat (Huisnummers 2 tot 8), waar echter de gevel van huisnummer 6 later verhoogd werd.

De gevelopeningen zijn rechthoekige maar variëren in afmeting. De inkomdeuren worden vaak geflankeerd door een kleine vensteropening. Gevelornamenten werden in siermetselwerk in verschillende baksteenkleuren en met variërend metselverband uitgevoerd. Verder werden de gevels verlevendigd door erkers en wisselende gevelordonnanties. Dit toont dat er in deze eerste fase een hoger budget ter beschikking stond dan bij de latere fases. Een over twee bouwlagen oplopende erker met oorspronkelijk schrijnwerk is bij de woning Valkstraat 5 nog bewaard.

Woningen uit de tweede bouwfase zijn nog goed en leesbaar bewaard aan de noordzijde van het Koornbloemplein, op de hoek Valkstraat/Koornbloemstraat en Koornbloemstraat/Berkenveldstraat, aan de zuidzijde van de Koornbloemstraat (huisnummers 75 tot 97) en in het noordelijke deel van de Berkenveldstraat (huisnummers 54 tot 32). Deze woningen zijn kleiner en meer bescheiden dan deze uit de eerste fase, maar ook hier werden de gevels nog versierd met tweekleurig metselwerk en reliëfs in siermetselwerk. In de meeste gevallen wordt een centrale woning met gebroken puntgevel geflankeerd door woningen met lagere lijstgevels en mansardedak. De gebroken puntgevels bevatten drie smalle gekoppelde vensteropeningen en zijn in de punt voorzien van siermetselwerk of getrapte zijden. Op de straathoeken staan telkens twee woningen met gebroken puntgevels. De huizen werden in kleine groepen gekoppeld en dan trapsgewijs naast elkaar geplaatst. Hierdoor verspringt de gevellijn en ontstaat er variatie in het formaat van de voortuinen.

Het gevelfront aan de noordzijde van het Koornbloemplein heeft een centrale brede gebroken puntgevel, die bij twee woningen hoort. Deze worden geflankeerd door lagere woningen met lijstgevels. De uiteinden van de huizenrij vormen telkens twee woningen met ver vooruitspringende gebroken puntgevels.

De meest eenvoudige woningen zijn wellicht al in of kort na de tweede bouwfase ontstaan, maar hiervan werden geen bouwplannen gevonden. In de derde fase (1926) werden de huizenrijen met dezelfde types aangevuld. In de Valkstraat, de Berkenveldstraat en aan de westzijde van het Berkenveldplein zijn meerdere woningen van dit eenvoudigere type intact bewaard gebleven.

In vergelijking met de hierboven beschreven woningen zijn de gevels soberder en nagenoeg zonder versiering. De woningen bestaan uit één bouwlaag met dakverdieping en hebben doorgaans een enkelhuisopstand van twee traveeën. Enkele uitzonderingen tellen drie smalle traveeën met een dubbelhuisopstand. Vaak wordt de inkomdeur geflankeerd door een kleine vensteropening, bijvoorbeeld bij de woningen aan de westzijde van het Berkenveldplein (huisnummers 20 tot 24). De dakverdieping wordt door een brede dakkapel of kleine vensteropeningen net onder de dakrand verlicht. De rechthoekige gevelopeningen hebben betonnen lateien en eenvoudige hardstenen dorpels.

Bij een groot aantal van deze eenvoudigere woningen werd de gevel verhoogd of het dak aangepast, waardoor de typerende, door dakkapellen verspringende daklijn niet bewaard bleef. Ook de gevelopeningen werden veranderd. Dit is het geval bij de woningen aan de zuidzijde van het Koornbloemplein, de noord- en oostzijde van het Berkenveldplein en de straatdelen van deze twee pleinen (Koornbloemplein 1/2, 14-20, 34-36 en Berkenveldplein 2-6 en 53-57).

Interieur

Gezien de bewaarde bouwdossiers niet volledig zijn en de woningen deels afwijkend va het ontwerp werden uitgevoerd, beschikt men niet over duidelijke informatie over de interieurindeling. Op basis van de enkelhuisopstand van de meeste gevels kan men veronderstellen dat de woningen een enkelhuisplattegrond hadden, waarin zich in de deurtravee de gang met trap bevond. Traditioneel waren op het gelijkvloers de woonruimtes en de keuken gelegen en bevatte de (dak)verdieping het slaapgedeelte.

De grondplannen uit het eerste bouwdossier tonen ook een variatie op deze plattegrond, waarbij de trap dwars op de inkomhal geplaatst werd en de woning zo over de volledige breedte verdeelde.

Bij woningen met een dubbelhuisopstand bevond zich de trap wellicht in het midden van de woning.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 1074#10495, 1074#10492 en 238#1517.

Auteurs: Fexer, Charlotte
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Inventaris Onroerend Erfgoed 2026: Tuinwijk Koornbloem-Berkenveld [online], https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/308832 (geraadpleegd op ).

Beheerder fiche: Stad Antwerpen

Contact

Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.