erfgoedobject

Godelievemotte

archeologisch geheel
ID
308849
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/308849

Beschrijving

Algemene situering

De Godelievemotte bevindt zich op het grondgebied Gistel. De site is ingepland op ruime afstand (ca. 2,5 km) van de kern van Gistel, in de 11de eeuw een grafelijk domein. Van het mottekasteel rest vandaag enkel nog de motteheuvel en omliggende gracht. Deze motteheuvel bevindt zich aan de rand van het huidige abdijareaal van Abdij Ten Putte, toegankelijk via de Abdijstraat. Deze straat gaat mogelijk terug op een middeleeuwse voorloper die de abdij met de stadskern verbond. Het is niet duidelijk of de weg er al was ten tijde van de aanleg van de Godelievemotte.

Geomorfologisch behoort het noordelijke gedeelte van de site toe aan de kustvlakte. In deze vlakte zijn polygonale depressies aanwezig die de huidige percelering volgen en mogelijk wijzen op lokale veenontginning. Het zuidelijk deel is sterk golvend met in het noorden ervan een dekzandrug en een langwerpige hoogte die van mekaar gescheiden zijn door een deel van de maritieme vlakte met vlakke morfologie. In het breder gebied waarin het mottekasteel zich situeert komen bodems zonder pedogenese (p) en bodems met directe menselijke impact (gu) het meeste voor. Daarnaast gaat het overwegend om bodems die in verband te brengen zijn met veenexploitatie. Het geheel van deze weinig ontwikkelde bodems situeert zich in de slecht gedraineerde sectoren van de kustvlakte. De slechte drainage is te wijten aan de kleiige textuur van het substraat.

De morfologie van de volledige site is moeilijk te achterhalen omwille van de inplanting en ontwikkeling van Abdij Ten Putte. De diameter van de motteheuvel vandaag benadert met 43 meter vermoedelijk de historische realiteit. De bewaarde hoogte van ca. 2,5 m lijkt wat laag en ook de doorsnede van de gracht lijkt te wijzen op aanpassingen doorheen de tijd. Ze is vandaag 3 meter breed wat erg smal is.

Historisch onderzoek

De Godelievemotte in Gistel situeert zich binnen het domein van de abdij Ten Putte die in de 19de eeuw werd gebouwd op de terreinen van een oudere 12de-eeuwse abdij. Deze werd al gebouwd tussen 1137 en 1171. De opwerping van de motte dateert van daarvoor. Wie verantwoordelijk was voor de bouw van de motte is niet geheel duidelijk. De meest gangbare theorie is dat een zekere Bertolf van Gistel, een lokale heer, de Godelievemotte opwierp in de tweede helft van de 11de eeuw binnen zijn eigen allodiaal terrein.

De motte wordt aangelegd aan de grens van de kustpolders. Een vlak landschap dat op de 18de en 19de-eeuws kaartmateriaal is ingevuld met voornamelijk cultuurlanden en weilanden. Op het kaartmateriaal lijken de grachten niet in relatie te staan tot een natuurlijke waterloop. Dit kan te verklaren zijn door de ligging van de motte in de drassige poldergebieden, ten tijde van de opwerping vermoedelijk nog krekengebied onder invloed van het getij. Wel zien we verschillende antropogene waterlopen die te maken hebben met de inpoldering van het gebied in de 13de eeuw. Het gaat onder andere om de Groote Lede die ongeveer 150 meter ten westen van de site loopt. Mogelijk werd na inpoldering de grachten van de kloostersite verbonden met dit netwerk van grachten en kanalen. De precieze locatiekeuze was misschien vooral praktisch van aard. De drassige kustvlakte bood zekerheid omtrent de watertoevoer voor de grachten. We kunnen echter niet uitsluiten dat Bertolf van Gistel, of een ander lokale bouwheer, betrokken was bij de ontginning en eerste inpoldering van het aangrenzende krekengebied.

Het historisch kaartmateriaal biedt vooral informatie over de periode na demilitarisering van de motte (eerste helft 12de eeuw) en de inpoldering van de omgeving in de loop van de 13de eeuw. De zoektocht naar elementen in het cultuurlandschap die bepalend waren voor de locatiekeuze is dus niet éénvoudig. Op de Ferrariskaart (1777), de Popp-kaart (ca. 1842-1879) en ook bij de kaart van Sanderus (1641) herkennen we nog een tweeledige site. We herkennen het opperhof ten noorden van de abdij, met een brede gracht verbonden met een omgracht kloosterdomein. Dit kloosterdomein lijkt zich te situeren ter hoogte van het voormalige neerhof. Het middeleeuwse neerhof was vermoedelijk kleiner gezien het kloosterdomein een diameter heeft van meer dan 150 m. De kaart van Sanderus (1641) toont de abdij vóór de 19de-eeuwse verbouwingen en hier zien we inderdaad nog een kleiner kloosterdomein. De grachten en vermoedelijk ook een aantal bijgebouwen van het klooster lijken nog te verwijzen naar de layout van het vroegere castrale neerhof. Op deze eerste twee kaarten is een kruis te zien. Deze verwijst naar het Kraaiekapelletje die nu nog steeds op de heuvel aanwezig is.

De motteheuvel is nog duidelijk zichtbaar aan de hand van orthofotografie. Op de recente beelden is te zien hoe de heuvel volledig bebost is en uitsteekt boven zijn omgeving. Dit is ook duidelijk op het Digitaal Hoogtemodel. Van een neerhof is er op deze beelden geen sprake meer.

Archeologisch onderzoek

De Godelievemotte kent een lange onderzoeksgeschiedenis. In 1909 werden er al een aantal proefputjes aangelegd door de Société d'Archéologie de Bruxelles. Tijdens deze opgraving werd er een oudere en grotere kapel op het onderzoeksgebied aangetoond. In 1958, bij verbouwingswerken in de abdijkerk, werd er een archeologisch onderzoek georganiseerd door de voormalige Nationale Dienst voor Opgravingen en de stad Gistel. Tijdens dit onderzoek besloot men ook doorheen de motteheuvel een viertal sleuven te graven. In 1987 volgden enkele gerichte nieuwe sleuven door het mottelichaam gegraven op initiatief van de Nationale Dienst voor Opgravingen.

De onderzoeksresultaten, zowel die uit 1958 als die uit 1984, hebben vooral betrekking tot de opbouw en de wijze van opwerpen van het heuvellichaam van het opperhof. De motteheuvel bestaat voor een groot deel uit klei en in mindere mate uit zand. De stratigrafie maakt duidelijk hoe de motte werd aangelegd. In eerste instantie werd de grond uit de gracht eenvoudigweg naar binnen geschept. Hierdoor ontstond er een klein walletje. De ruimte achter de wal werd nadien opgevuld. Tijdens het ophogen zijn er aan de westelijke zijde pakketten beginnen te schuiven en af te spoelen. Dit heeft men verholpen door te stutten met kleiplaggen.

De oorspronkelijke motteheuvel was aanzienlijk kleiner met een basisdiameter van slechts 25 m (in plaats van 43 m vandaag). Dit impliceert een bijzonder steile heuvel als men een motteplateau met aanvaardbaar oppervlak wil realiseren. Weinig verwonderlijk dus dat de zandige pakketten gingen glijden. Vermoedelijk werd daarom een gegeven moment de motte ook verlaagd en verbreed. Dit gebeurde door grond in de grachten te schuiven. De grachten werden daarbij gereduceerd van 15 m naar de huidig 3 m in doorsnede. Deze nivellering wordt gelinkt aan de demilitarisering van de site en de bouw van de eerste kapel.

Bij het onderzoek ter hoogte van de abdijkerk werd enige info gewonnen over de opwerping van het neerhof. Anders dan de motteheuvel werd deze niet aangelegd op mariene klei. Dit bevestigt dat het mottekasteel zich werkelijk op de grens tussen de lage en natte kustvlakte/polder en hogere droge zandgronden werd ingeplant. De motteheuvel werd opgeworpen op de afgezette klei aan de rand van het dekzand. Op die manier was water in de gracht rond het opperhof verzekerd. Het neerhof, dat aansloot op de zuidflank van de heuvel, werd op de eolische lineaire duin aangelegd.

Aard en bewaringstoestand

De motteheuvel en de omliggende gracht kennen tot op de dag van vandaag nog een goede bewaringstoestand. Er moet enkel rekening gehouden worden met de bouw van de twee recentere kapellen. Voor de rest kent de motteheuvel geen bebouwing. Daarnaast bevinden we ons hier in gunstige bodems. Het neerhof daarentegen is zwaar verstoord door de bouw van de 12de-eeuwse en 19de-eeuwse abdijstructuren.

  • HERREMANS D., CRUZ F., STORME A., VERHEGGE J., ALLEMEERSCH L., DE SMEDT P., STICHELBAUT B., ROZEK J., VERGAUWE R., VAN DE VELDE S., VAN PARYS V. & LALOO P. (Red.) 2023: is het gras groener aan de andere kant van de heuvel? De studie van mottekastelen vanuit landschappelijk en beheersmatig perspectief, SYNTAR 017, BRUSSEL.

Auteurs: Lommelen, Lies
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)


Relaties

  • Wordt opgevolgd door
    Abdij Ten Putte


Je kan deze pagina citeren als: Inventaris Onroerend Erfgoed 2024: Godelievemotte [online], https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/308849 (geraadpleegd op ).

Beheerder fiche: Agentschap Onroerend Erfgoed

Contact

Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.