Ruime villa in modernistische stijl gebouwd voor rekening van Herman Jeger, naar een ontwerp van het architectenduo Eddy Posson en Yves Donck uit juli 1971.
Het oeuvre van het architectenbureau Posson en Donck is nog onderbelicht. Zij ontwierpen in 1973 ook de villa in de nabijgelegen Kwikstaartlaan 7, in 1974 de villa in de Goudvinklaan 9-11 en in 1978 de villa in de Goudvinklaan 2. Daarnaast waren zij betrokken bij een aantal verbouwingen en restauraties van historische gebouwen in de Antwerpse binnenstad.
In 1991 werd de villa een eerste keer verbouwd: onder leiding van architect Marc Errera werd op de verdieping de badkamer van de ouderslaapkamer vergroot en werd er een nieuw blokvormig inkomvolume voor de hoofdingang geplaatst.
Bij een tweede verbouwing in 2004 werd de villa aan de achterzijde over driekwart van de lengte uitgebreid met een nieuwe vleugel van twee bouwlagen onder tondak. Hierdoor werd de oppervlakte van de woonruimtes verdubbeld. Op de verdieping werd het aantal slaapkamers verminderd maar in oppervlakte vergroot en werd er een TV-kamer toegevoegd. De dakverdieping van de nieuwe vleugel bevat twee bijkomende slaapkamers met gedeelde badkamer en wc. Het ontwerp voor deze verbouwing werd getekend door architect Philippe Van Thuyne.
Villa van twee bouwlagen onder samengestelde flauw hellende lessenaarsdaken, gedekt met zwarte dakpannen en afgewerkt met een brede zwarte dakrand.
De straatgevel is vrij gesloten opgevat en wordt bepaald door de volumewerking van uitspringende en terugwijkende witte gevelvlakken, doorsneden met smalle horizontale en verticale gevelopeningen. Dit is ook van toepassing op de linkerzijgevel, de rechterzijgevel is volledig blind.
De oorspronkelijke achtergevel was op gelijkvloers en verdieping volledig open geconcipieerd met grote gevelhoge raampartijen en op het gelijkvloers schuifdeuren, die enkel door smalle steunelementen van elkaar gescheiden werden. Op de verdieping was per kamer één van de twee ramen een vensterdeur, voorzien van een borstwering in witte asbestcement platen.
Met uitzondering van de garage is de villa volledig onderkelderd. Onder de linkervleugel bevinden zich vier sanitaire ruimtes, onder het centrale gedeelte een berging, een grote speelkamer en een voorraad- en wijnkelder.
De oorspronkelijke bouwplannen tonen op de begane grond een functionele indeling waarin de woonruimtes de belangrijkste rol spelen. In de kleine rechtervleugel bevindt zich de garage met aan de tuinzijde een atelier. Het centrale gedeelte bevat in de rechterhelft de dienstingang met eigen wc en vestiaire, daarnaast de was- en strijkkamer. Aan de tuinzijde bevindt zich hier de keuken met eethoek. In de linkerhelft, tussen dienst- en hoofdingang bevindt zich de hal met bordestrap naar de verdieping en keldertrap, ingebouwde vestiairekasten en een wc. Hierachter ligt de eetkamer.
De linkervleugel is naar de tuin toe dieper, hier bevindt zich vooraan een klein bureel, achteraan een zeer ruime living met bar, TV-hoek en driezijdige zithoek op verlaagd niveau. Door een vouwdeur kan de opening tussen living en eetkamer gesloten worden.
Zowel de living als de eetkamer en de keuken hebben aan de tuinzijde grote glazen schuifdeuren, die voor veel lichtinval vanuit het zuiden en het zuidoosten zorgen. Het bureel en de TV-hoek hebben naar het noordoosten georiënteerde glazen schuifdeuren. Langs de tuingevel ligt op dit niveau een terras, dat langs één zijde van de living overdekt is.
De verdieping wordt door een gang in de lengterichting verdeeld en is zowel boven de garage als boven de living kleiner van oppervlakte. Het centrale deel bevat vooraan de trappenhal, een wc, een linnenkamer en de gastenbadkamer. Aan de tuinzijde ligt een reeks van vier kinderslaapkamers, waarvan telkens twee een centrale douchekamer delen. Aan het rechter uiteinde van de gang bevindt zich de gastenkamer, aan het linker uiteinde de grotere ouderslaapkamer met ensuite dressing en grote badkamer.
Auteurs: Fexer, Charlotte
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Antwerpen