De vrijstaande interbellumwoning werd volgens het kadaster gebouwd in 1931 in opdracht van Usines de la Dyle en is op die manier gelinkt aan de voormalige Usines de la Dyle, tegel- en porseleinfabriek aan de overzijde van de straat. Vermoedelijk betreft het een directeurswoning of een woning voor het hogere kaderpersoneel van de fabriek.
De hoeve Halmbaum langs de Bornestraat (reeds weergegeven op de kaart van Ferraris) vormde de basis van de latere stoomporseleinfabriek Usines de la Dyle. Op een eeuw tijd wordt het woonhuis met brouwerij en stokerij omgevormd tot een stoomporseleinfabriek: in 1908 werd het geheel verkocht aan Vermarcken uit Herent. Hij plaatste er een stoommachine en voorzag in 1909-1910 in meerdere uitbreidingen. Vanaf 1914 heet het bedrijf 'Usines de la Dyle'. In 1939 volgde een nieuwe uitbreiding richting het grondgebied van Wilsele. Tot in de jaren 1920 werd er uitgesproken art-nouveaugetinte wandbetegeling gemaakt met als merknaam 'La Glaive'. In 1939 neemt het bedrijf Produits céramiques de la Dyle bijna de volledige driehoek in beslag gevormd door de huidige Nieuwe Bornestraat en de André Emondstraat – Halloboomstraat.
De villa in interbellumstijl werd gebouwd in 1931 in opdracht van Usines de la Dyle. Een architect is niet gekend. De villa situeert zich in een ruime, boomrijke tuin, die volgens een luchtfoto uit 1948 voorzien was van een aanleg met onder meer een cirkelvormige vijver of constructie.
De villa is gelegen aan de rand van een grote, boomrijke tuin, aan de straatzijde ommuurd door bakstenen muurtjes en afgesloten door smeedijzeren hekwerk tussen bakstenen pijlers. De villa is gelegen in de bocht waar de Halleboomstraat (Herent) overgaat in de André Emondstraat (Leuven). In het verlengde van de villa richting Herent bevindt zich een klein bijgebouw dat wat betreft de architectuur ondersteunend is aan de villa.
De villa is opgebouwd uit wisselende volumes in hoogte en met een grote variatie aan dakvormen. Elk van deze volumes was aanvankelijk opgetrokken in felrode baksteen met witgeschilderde plint, voorzien van wit, houten schrijnwerk met donkere, keramische raamdorpels en onder rode pannen daken. Recent werd de villa witgeschilderd. Ondanks de grote dynamiek in volumes is er sprake van een totaalontwerp. De voorgevel op de rooilijn alsook de zijgevel gericht naar de zijde van Leuven, zijn onder meer vanwege het withouten schrijnwerk met roedeverdeling architecturaal verfijnd vormgegeven.
Het hoofdvolume op rechthoekig grondplan, met de voordeur aan de straatzijde, telt twee bouwlagen onder een gecombineerd zadel- en wolfsdak. Dit hoofdvolume onderscheidt zich van de nevenvolumes door het gebruik van segmentboogvormige vensteropeningen, een twee bouwlagen tellende erker met ovaalvormig venster tegen de zuidgevel en een rijkelijk uitgewerkte witte houten kroonlijst met consoles. De oostelijke voorgevel heeft een symmetrisch uitgewerkte geleding met centraal de verdiept gelegen voordeur, geaccentueerd door de lokaal hoger opgetrokken witgeschilderde plint. Links in de gevel bevindt zich een nis voor een heiligenbeeld. In de spits van het wolfsdak is een kleine dakkapel verwerkt, afgetopt met een pinakel.
De drie lagere volumes (met rechthoekig alsook zeshoekig grondplan) tellen twee bouwlagen onder schilddaken en een zeszijdig tentdak, steeds voorzien van een pinakel. Deze gevels alsook het houten schrijnwerk zijn eenvoudiger uitgewerkt.
Het aanwezige houten schrijnwerk in de voordeur en de vensters is origineel en ondersteunend aan de architectuur van deze vermoedelijke directeurswoning uit het interbellum. De opengaande vleugels zijn voorzien van een fijne profilering, de vaste bovenlichten van verticale roedes (hoewel ook zonder roedes in de drie lagere volumes). In het noordelijk volume bevindt zich aan de straatzijde een guillotinevenster.
Auteurs: Elsen, Liedewij
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Leuven