Wijk Ouderenvreugd vormt een sociale woonwijk van 40 individuele bejaardenwoningen en één gemeenschapslokaal met conciërgewoning, in 1952 opgetrokken door de S.M Heuvelhof. De wijk met een sterke sociale focus werd wat betreft de ruimtelijke als architecturale opbouw door architect Frans De Groodt sterk opgevat als een historisch begijnhof. De historiserende architectuur waarbij witbakstenen, kleinschalige woningen onder rode pannen daken worden geschikt rondom sterk vergroende, gemeenschappelijke erven met centraal het gemeenschapslokaal, maakt van Wijk Ouderenvreugd een wijk met een sterk homogeen begijnhofkarakter.
De gronden waarop Wijk Ouderenvreugd in 1952 werd gebouwd waren aanvankelijk eigendom van de gemeente Wilsele, vandaag Leuvense deelgemeente Wilsele-Dorp. De Samenwerkende Maatschappij voor Goedkope Woningen Heuvelhof (later Dijledal), destijds in Kessel-Lo gebaseerd, initieerde de bouw van de woonwijk voor bejaarden op deze gronden. Architect Frans De Groodt (1912-2009) uit Antwerpen werd aangesteld. De Groodt liep stage bij J.J. Eggericx en Raphaël Verwilghen en had een opleiding tot stedenbouwkundige. Zijn oeuvre focust voornamelijk op openbare gebouwen en de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. Wijk Ouderenvreugd vormt een mooi voorbeeld waar zijn rol als stedenbouwkundige samenkomt met zijn stilistische voorkeur voor eerder traditionele architectuur in de eerste decennia van zijn carrière.
In 2000-2002 werd Wijk Ouderenvreugd door Dijledal gerenoveerd door architectenbureau Cerulus en Desmedt. Hierbij werd onder meer het interieur gewijzigd tot woningen van een 40-tal m2. De daken werden vernieuwd (in de geest van het oorspronkelijk ontwerp) en de bestaande dakkapellen werden vervangen door nieuwe varianten in zink. Het oorspronkelijk schrijnwerk met veelvuldige roedeverdelingen droeg sterk bij aan het regionalistische karakter van de woningen, maar dit werd vernieuwd door eerder eenvoudig schrijnwerk zonder fijne roeden. Enkele woningen werden intern gekoppeld om ruime, rolstoeltoegankelijke woningen te creëren. De woningen kregen elk een individueel tuintje langs de voor- of achtergevel, zonder de centrale groene plantsoenen volledig aan te snijden. De conciërgewoning werd omgevormd door een appartement voor een gezin, met behoud van de voormalige gemeenschapszaal op de gelijkvloerse verdieping.
Wijk Ouderenvreugd werd opgetrokken in een deel van het spievormige bouwblok dat gevormd wordt door de Kapellelaan en de Albert Woutersstraat. Parallel met deze straten en dus noord-zuid georiënteerd werden drie reeksen van 10 tot 13 woningen in stroken opgetrokken. Deze reeksen werden oost-west doorsneden door de straat Wijk Ouderenvreugd die afbuigt en in verbinding staat met de Twaalfmeistraat. Parallel aan deze straten werden kleinere reeksen woningen opgetrokken, met als resultaat dat er verschillende gemeenschappelijke ‘binnenhoven’ ontstonden waar de individuele tuintjes naar werden georiënteerd. Zowel de tuinen als deze hoven werden met talrijke groenbeplantingen omboord, wat de wijk een sterk vergroend aangezicht geeft. Specifieke bestrating in klinkers zorgt voor samenhang in de wijk. Op de centrale as die de straat Wijk Ouderenvreugd vormt, bevindt zich de voormalige conciërgewoning met gemeenschapslokaal die zich in schaal onderscheid van de overige woning. De opbouw van éénzelfde typewoningen geschaard rondom binnenhoven met één volume van grotere schaal doet sterk denken aan de pleinbegijnhoven met kapel of kerk.
De kleinschalige bejaardenwoningen in stroken tellen één bouwlaag met gevels in witgeschilderde of rode baksteen onder zadeldaken met rode pannen. Een eenvoudige hanggoot en getrapte consoles ter hoogte van de zijgevels, werken de gevels af. De woningen tellen steeds een deur- en venstertravee, per twee aan elkaar gespiegeld. De voordeur zit gevat in een zandstenen omlijsting en is voorzien van een bovenlicht (aanvankelijk met kruisroedeverdeling), door een eenvoudig venster geflankeerd.
De voormalige conciërgewoning met gemeenschapslokaal werd opgetrokken in eenzelfde architectuur maar wordt door zijn drie bouwlagen onder spitse bedaking met geprononceerde puntgevel benadrukt als gebouw met collectieve functie in de wijk.
Auteurs: Elsen, Liedewij
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Stad Leuven