Het Leopold I-gedenkteken in De Panne uit 1958 is een ‘lieu de mémoire’, verwijzend naar de betekenisvolle locatie waar Leopold I als eerste koning van België het land betrad op 17 juli 1831. Het stedenbouwkundig en architecturaal ontwerp is van de hand van architect Victor Martiny en wordt gecombineerd met een bronzen standbeeld naar ontwerp van beeldhouwer René Cliquet.
Het gedenkteken voor Leopold I bevindt zich aan de kust van De Panne en werd in de tweede helft van de jaren 1950 opgericht in het toen nog onaangeroerd duinengebied ten westen van de dorpskern. Bij de bepaling van de locatie van het gedenkteken werd rekening gehouden met de inplanting en zichtbaarheid binnen de geplande aanleg van een ‘Koninklijke Baan’ (toen Pannekalsijde, huidige Leopold I Esplanade), die een ontworpen breedte had van zo’n 40 meter. Het gedenkteken staat op de plaats waar prins Leopold van Saksen-Coburg-Gotha als eerste koning van België het grondgebied betrad in 1831. Prins Leopold vertrok op 17 juli 1831 richting De Panne vanuit Calais na zijn overtocht uit Engeland. Tussen Duinkerke en De Panne verliep de tocht per koets over het strand tot aan het punt waar de weg naar Veurne start. Hij werd er ontvangen in de afspanning L’Alliance, die gelegen was aan de toenmalige Pannekalsijde. Vervolgens ging de tocht van prins Leopold verder met Veurne als volgende tussenstop. Hij legde in Brussel de eed af als koning der Belgen op 21 juli 1831 en werd het symbool van de eenheid en onafhankelijkheid van België. Leopold I bleef koning tot zijn dood in 1865.
Met het oog op de 125-jarige viering van de intrede van de vorst in De Panne werd in 1951 een Nationaal Comité van het Monument Léopold I opgericht. Het tijdelijke comité ging uit van een lokaal initiatief en luitenant-generaal Albert Nyssens was de voorzitter ervan. Het comité was werkzaam onder het provinciaal bestuur van Brabant en genoot van bij het begin de steun van gemeente en de Staat. Naast dit uitvoerend comité zou er ook een Comité d’Honneur opgericht worden, bestaande uit belangrijke hoogwaardigheidsbekleders. Nadat eerst aan beeldhouwer Alfred Courtens een ontwerpvoorstel was gevraagd, koos het comité in 1955 voor een ontwerp met een symbolisch portiek en standbeeld van de vorst naar plannen van architect Victor Martiny, hoofdarchitect-directeur van de Technische Gebouwendienst van de provincie Brabant. De uitvoering van het beeldhouwwerk werd toevertrouwd aan beeldhouwer René Cliquet. De realisatie zou gefinancierd worden met een openbare inschrijving.
De ambitie om het gedenkteken te realiseren en in te huldigen tegen de 125-jarige viering van de intrede in 1956 bleek niet haalbaar. Pas in het najaar van 1957 werd de bouwvergunning verleend en werd de uitvoering van de werken toegewezen aan aannemer nv G. D’Hooge en Zoon (De Panne). Aannemer Braet (Nieuwpoort) stond in voor de funderingswerken, waarvoor het Brusselse studiebureau H. Hine de betonstudie had uitgevoerd. Op 22 september 1957 werd met een beperkte ceremonie de eerstesteenlegging gevierd. Een gedenksteen in blauwe hardsteen herinnert hieraan.
Tegen de lente van 1958 waren de werkzaamheden volop gestart. Het uitvoerend comité bracht een bezoek aan het atelier van beeldhouwer René Cliquet. Het plaasteren model van het beeld werd gegoten in brons door de gebroeders Vindevogel (bronsgieters Zwijnaarde-Gent). Architect Martiny besliste dat de inscriptie in het Latijn zou worden uitgevoerd in handgekapte letters. Andere ideeën om ook bronzen platen aan te brengen met daarop de vertaling van deze inscriptie in het Vlaams en Frans en het integreren van een bestaande bronzen gedenkplaat met het portret van de drie eerste koningen, werden niet uitgevoerd. Door financiële en constructieve problemen werd de inhuldiging nogmaals uitgesteld van 17 juli 1958 naar 5 oktober 1958. Zo werd de portiek in eerste instantie door de aannemer met de verkeerde oriëntatie opgericht, alsof de koning naar het strand zou kijken.
De inhuldiging op zondagnamiddag 5 oktober 1958 was een feestelijke gebeurtenis die een grote volkstoeloop veroorzaakte omwille van de komst van koning Boudewijn. De koning werd ontvangen door eerste minister Gaston Eyskens, gouverneur van Outryve d’Ydewalle, burgemeester Honoré Oscar Gevaert en natuurlijk ook door luitenant-generaal Nyssens. Verder waren er lokale autoriteiten, leden van het comité en medewerkers bij de uitvoering uitgenodigd. Minister Eyskens schetste in zijn toespraak het samenvallen van de geschiedenis van België en deze van het vorstenhuis. Hij bracht hulde aan de betekenis van de eerste vorst. Nyssens nam ook zelf het woord en verwees naar het initiatief van enkele ‘vooraanstaande personen uit de Westhoek’ om zich in te zetten voor een gedenkteken dat zou herinneren aan de aankomst van koning Leopold I in België. Nyssens bedankte niet enkel de ontwerpers, aannemers, uitvoerders, de verschillende overheden en iedereen die financieel had bijgedragen aan het gedenkteken. Hij bracht specifiek hulde aan de arbeiders die vaak in lastige omstandigheden hadden gewerkt. Burgemeester Gevaert stelde “dat dit nationaal monument vlak bij de zee en aan de poort van België een herinnering zal blijven van de roemrijke geschiedenis van ons land” en beloofde “dat de gemeente van De Panne rondom het monument voor een passende versiering zou zorgen.”
Het gedenkteken werd tijdens de decennia nadien een locatie voor huldebetoon en herdenking, bijvoorbeeld bij diverse vieringen ter ere van koning Leopold I of de Belgische onafhankelijkheid. Het onderhoud van het gedenkteken bracht de nodige uitdagingen met zich mee gezien de ligging en blootstelling aan zand en zeewater. In 1966 nam de gemeente De Panne officieel de zorg en het onderhoud van het gedenkteken op zich. Omstreeks 1973-1974 werden werken uitgevoerd en ingepast in de werken aan de Esplanade, waaronder schilderwerken om de inscriptie opnieuw leesbaar te maken, reiniging, voegwerken en het vernieuwen van vloertegels. Volgens plannen van de gemeente werd aan de voorzijde van het gedenkteken een rechthoekig podium aangelegd, toegankelijk via enkele trappen. In de jaren 1980 drongen zich opnieuw werken op, die uiteindelijk pas in 1996 werden aanbesteed en in 1999 definitief werden opgeleverd. Bij deze restauratie was er aandacht voor het herstellen en restaureren van zowel het gebouchardeerd gewapend beton als de blauwe hardsteen, inclusief het voegwerk. Het gedenkteken werd gereinigd en kreeg een beschermlaag tegen graffiti.
Het gedenkteken viel meermaals ten prooi aan vandalisme. In 2011 werd de bronzen sabel van het standbeeld van Leopold I gestolen, nadat het was afgezaagd met een haakse slijper. De sabel werd in 2016 opnieuw gemaakt door kunstenares Monique Mol en uitgevoerd door bronsgieter Hans Steylaert uit Waardenburg (Nederland). Het onderdeel werd vervolgens op zijn plaats gelast.
Het gedenkteken voor Leopold I vormt de blikvanger en het centrale eindpunt van de Leopold I Esplanade, gericht naar het zuidoosten en met het strand en de Noordzee als achtergrond. Ook vanaf het strand is het een beeldbepalend element. Van de oorspronkelijke ligging vrij in de duinen, getuigt nog een drieledige trappenpartij met treden in leisteen aan de strandzijde. Deze trappen bakenen een trapeziumvormige verharding, die oorspronkelijk beperkt was tot aan de voorzijde van het gedenkteken en uitgevoerd was in typische keramische zeedijktegels. In de jaren 1970 werd aan de voorzijde een rechthoekig podium voorzien, met treden en uitgevoerd in silexdallen. Vandaag is het gedenkteken omgeven door een recentere verharding en gewijzigde aanleg in de vorm van een halfcirkelvormig podium van twee niveaus, toegankelijk via enkele omlopende trappen.
De opvallende ruimtelijke compositie van het gedenkteken combineert een monumentaal portiek op een uitgewerkte onderbouw met een bronzen standbeeld. Aan de strandzijde van het hardstenen voetstuk is een verweerde inscriptie aanwezig die verwijst naar de ontwerpers en uitvoerder. Centraal is vermeld “VG MARTINY/ ARCHITECT/ H HINE/ INGENIEUR/ G D’HOOGE EN ZOON/ AANNEMER” en eronder links “OPGERICHT DOOR OPENBARE INSCHRIJVING” en rechts “OFFERT PAR SOUSCRIPTION PUBLIQUE”. In de binnenkant van de westelijke pijler van de portiek bevindt zich een blauwe hardstenen gedenksteen met ingekapte inscriptie die verwijst naar de eerstesteenlegging op 22 september 1957: “EERSTE STEENLEGGING/ XXII – IX – MCMLVII/ POSE DE LA 1ERE PEIRRE”.
Het geheel is gebouwd op een caisson in gewapend beton. De onderbouw heeft volgens de bouwplannen een rechthoekige footprint van 11,6 meter breedte op 7,7 meter, en is 1,05 meter hoog. Omlopend zijn geprofileerde zitbanken voorzien. Dwars, over de volledige diepte van de onderbouw, is centraal een balkvormig voetstuk aanwezig dat uitsteekt aan de voorzijde van het gedenkteken en 30 cm hoger opgetrokken is ten opzichte van de onderbouw. Vooraan op dit voetstuk is het bronzen beeld van Leopold I geplaatst. Op de onderbouw is een portiek geplaatst met een hoogte van 13,55 meter. Het verjongt licht naar boven toe tot een breedte bovenaan van 7,40 meter. In functie van de stevigheid werd gekozen voor een ontdubbelde constructie van de pijlers en een skelet in gewapend beton, dat ter plaatse werd gegoten. De pijlers zijn zo uitgewerkt met een U-vormige footprint en tonen aan de binnenzijde het gebouchardeerde beton. De rechthoekige openingen van de portiek verschillen in grootte, waarbij de opening aan de voorkant aan alle zijden 45 cm groter is. Bovenaan de portiek is aan de voorzijde een Latijnse inscriptie in de steen gekapt: “HIC LEOPOLDVS PRIMVS BELGARVM REX/ XVIIA DIE MENSIS JVLII A° MDCCCXXXI/ TERRAM BELGICAM INGRESSVS EST/ ET SOLEMNITER RECEPTVS”. Volgens meerdere bronnen was de inscriptie oorspronkelijk verguld. De huidige inschildering met witte verf is verweerd, waardoor de leesbaarheid ervan is verminderd.
De bovenzijde van de portiek is afgedekt met betonnen dekstenen, die oorspronkelijk uitgevoerd waren in blauwe hardsteen van 15 cm dik. De portiek en de onderbouw zijn bekleed met verzoete blauwe hardsteen. Volgens plan zijn de zijden van de portiek uitgevoerd in hardstenen blokken van 25 cm dik en de sokkel in hardstenen blokken van 12 cm dik. De bekleding van de portiek bevat een levendige compositie van hardstenen blokken in diverse formaten. De vloertegels van de onderbouw zijn gebouchardeerd. Enkele tegels bevatten een kleinere recente, vierkante hardstenen tegel of een tegel met grondverlichting. In de binnenzijde van de pijlers van de portiek zijn de vloertegels vervangen door kleinere hardstenen tegels.
Het bronzen standbeeld stelt koning Leopold I voor, die landinwaarts kijkt en voor de monumentale portiek staat als symbool voor zijn intrede in België. De plint van het beeld vermeldt de signatuur van de beeldhouwer “R. CLIQUET”, evenals de bronsgieter “BRONSG.VINDEVOGEL/ GEBROEDERS – ZWIJNAARDE – GENT”. Het standbeeld is twee keer levensgroot (3,56 meter hoog). De vorst wordt uitgebeeld met grote bakkebaarden en draagt een militair uniform, meer bepaald een aansluitend rokkostuum met slippen en een rechte kraag, en een lange broek. Zijn kledij is aangevuld met insignes van zijn waardigheid, namelijk epauletten, een sabel in de linkerhand en op zijn borst de ster van de Leopoldsorde en andere decoraties en eretekens.
Aan de voorzijde van het voetstuk van het beeld is een recentere hardstenen plaat (toevoeging uit de jaren 1990) voorzien met handgekapte letters, die de inscriptie van op de boog vertalen naar het Nederlands: “LEOPOLD/ DE EERSTE/ KONING VAN BELGIË/ IS HIER OP DE 17DE DAG/ VAN DE MAAND JULI ANNO 1831/ BINNENGEKOMEN OP/ BELGISCHE GROND/ EN PLECHTIG/ ONTVANGEN”.
Auteurs: Verhelst, Julie; Vandeweghe, Evert
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Je kan deze tekst citeren als: Verhelst J. & Vandeweghe E. 2026: Leopold I-gedenkteken [online], https://id.erfgoed.net/teksten/454813 (geraadpleegd op ).
Bronzen standbeeld van Leopold I uit 1958, naar ontwerp van architect Victor Martiny en beeldhouwer René Cliquet, ter herinnering aan de intrede van de eerste koning op Belgisch grondgebied, op 17 juli 1831.
Het standbeeld werd opgericht door toedoen van het ‘Nationaal Comité van het Monument Leopold I te De Panne’. Ontwerpers waren Victor Martiny (architect), René Cliquet (beeldhouwer) en H. Hine (stabiliteitsingenieur). De uitvoering van het beeld gebeurde door de gebroeders Vindevogel (bronsgieters Zwijnaarde-Gent), de aannemer van het bouwwerk was de firma D’Hooge & Zoon (De Panne) en de funderingswerken werden uitgevoerd door firma Braet (Nieuwpoort). Voor de bouw van dit standbeeld werden naar verluidt enkele grote bunkers afgebroken en andere militaire bouwwerken op het strand en in de duinen. Op 5 oktober 1958 huldigde burgemeester Honoré Oscar Gevaert in aanwezigheid van koning Boudewijn en eerste minister Gaston Eyskens het beeld in.
Het beeld werd eind twintigste eeuw grondig gerestaureerd en na een diefstal in 2011 werd het zwaard van het beeld in 2016 vernieuwd door kunstenaar Monique Mol en bronsgieter Hans Steylaert uit Waardenburg. Op de hardstenen sokkel van het beeld is recent een inscriptie gekapt: “Leopold/ de eerste/ koning van België/ is hier op de 17de dag/ van de maand juli anno 1831/ binnengekomen op/ Belgische grond/ en plechtig/ ontvangen”. Deze tekst vormt een vertaling van de originele Latijnse inscriptie op de triomfboog.
Het bronzen beeld van Leopold I is een staande figuur die landinwaarts kijkt. De plaatsing net voor een monumentale portiek (triomfboog) symboliseert de intrede van Leopold I in het land.
De monumentale portiek is gebouwd op een caisson in gewapend beton, op geprefabriceerde funderingspalen. Omwille van de stevigheid werd gekozen voor een ontdubbelde constructie en een skelet in gewapend beton, grotendeels bekleed met blauwe steen. Enkel de binnenzijde van de dubbele triomfboog is het beton zichtbaar gehouden en gebouchardeerd. De eenvoudige maar monumentale vormgeving van de triomfboog sluit aan bij het modern classicisme, en de taps toelopende vorm doet Egyptiserend aan. Bovenaan de triomfboog bevindt zich aan landzijde een Latijnse inscriptie: “HIC LEOPOLDVS PRIMVS BELGARVM REX/ XVII^ DIE MENSIS JVLII A° MDCCCXXXI/ TERRAM BELGICAM INGRESSVS EST/ ET SOLEMNITER RECEPTVS”. Deze inscriptie was volgens een artikel uit 1959 in het tijdschrift Habitat Habitations oorspronkelijk verguld. De blauwhardstenen sokkel van de portiek is rondom uitgewerkt als een zitbank.
Auteurs: Verhelst, Julie; Vandeweghe, Evert
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Je kan deze tekst citeren als: Verhelst J. & Vandeweghe E. 2025: Standbeeld Leopold I [online], https://id.erfgoed.net/teksten/445026 (geraadpleegd op ).