Aan de oostzijde van de achttiende-eeuwse hoeve, gelegen aan Vlierzeledorp 3, bevindt zich een geschoren haag die grotendeels bestaat uit een eenstijlige meidoorn (Crataegus monogyna), met een ondergeschikte aanwezigheid van iep (Ulmus sp.). De haag is gesitueerd op de perceelsgrens tussen een trage weg en een aanpalende boomgaard.
Historisch gezien werden iepen frequent in hagen aangeplant ter vervanging van uitgevallen exemplaren. Enkele iepen binnen deze haagstructuur zijn inmiddels uitgegroeid tot kleine bomen, wat opmerkelijk is gezien de gevoeligheid van jonge iepen voor infectie met de iepenziekte (Ophiostoma spp.), die doorgaans leidt tot voortijdige sterfte.
De haag fungeerde oorspronkelijk als afsluithaag, als natuurlijk omheining om het vee op het perceel te houden en omsloot vermoedelijk het volledige erf.
Hoewel de haag aanvankelijk regelmatig werd gesnoeid tot een lagere hoogte, wordt ze tegenwoordig minder strikt onderhouden en groeit ze vrijer uit. Ter hoogte van de toegang tot het erf staat een recentere aanplant van meidoorn.
Auteurs: Logghe, Marion; Schepens, Annelies
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Gemeente Sint-Lievens-Houtem