erfgoedobject

Park bij het voormalige kasteel van Lembeek en de Malakofftoren

bouwkundig / landschappelijk element
ID
310035
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/310035

Juridische gevolgen

Beschrijving

In de Zennevallei liggen de resten van het voormalige kasteeldomein van Lembeek, dat nu nog bestaat uit een groene omgeving met enkele monumentale bomen, afgesloten Zenne-meanders, de 19de-eeuwse Malakofftoren en een ijskelder, een bassin met Heilig Hartbeeld en het noviciaatsgebouw begin 20ste eeuw.

We schrijven Lembeek 1971. Kranen en vrachtwagens verzamelen in het kasteeldomein van Lembeek voor de sloop van de vele gebouwen in het domein. De nieuwe eigenaar (Colruyt NV) had besloten zich van de leegstaande gebouwen te ontdoen. De meeste van deze gebouwen waren in een recentere periode gebouwd, maar ook het 17de-eeuwse kasteel – weliswaar in de 19de eeuw verbouwd en in de 20ste eeuw aangepast- viel onder de sloophamer. Het domein bevat dus een oudere kern. Om dat te vatten spoelen we even terug in de tijd, namelijk tot het begin van de 17de eeuw.

Een nieuw kasteel boven op een oudere voorganger

Bij het begin van de 17de eeuw ontstond in Lembeek een prestigieus nieuw kasteeldomein onder impuls van de man die nog maar kort tevoren heer van Lembeek was geworden, Jean Richardot, hoofd van de Geheime Raad (één van de adviesraden die de vorst bijstond) en een zeer invloedrijk man. Bij zijn aankoop van de heerlijkheid Lembeek behoorde ook de zogenaamde burcht van Lembeek, die op het einde van de 16de eeuw zou zijn vernield. Op een kaart uit 1601 is het gebouw in geen geval nog te bekennen. Enkel een grijze vlek is te zien op de locatie waar de burcht verondersteld werd te staan. Dat er wel degelijk een oudere constructie stond, is door archeologisch onderzoek aangetoond (Borremans). Bij de burcht hoorde ook een versterkingstoren, die mogelijk met de 12de-eeuwse geschiedenis van de vrijheid van Lembeek kan worden geassocieerd.

Bovenop de resten van die oudere burcht, liet Richardot in 1618 een nieuw kasteel met bijgebouwen optrekken en later ook een park aanleggen met vijvers, een fontein, een lusttuin, dreven, boomgaarden, ijskelder en graslanden op een terrein van bijna 28 ha.

Een in de 17de eeuw verplaatste dorpskern

Speciaal voor de aanleg van het kasteeldomein verplaatste de dorpskern zich meer naar het noordwesten. Tot het begin van de 17de eeuw had Lembeek zich ontwikkeld als een straatdorp in een scherpe bocht van de Zenne (kaart van 1601). Een natuurlijke rotsopduiking verklaart het bizarre riviertracé én ook de ligging van het dorp op het lichtjes verhoogde terrein in de binnenbocht van de meander. Omdat de Zennemeander zo smal was, bestond het dorp uit één straat met bebouwing aan weerszijden. Maar daar kwam begin 17de eeuw verandering in. Grotendeels vernietigd door de zware oorlogsomstandigheden van het einde van de 16de eeuw, had het dorp al zware klappen gekregen. In 1618 besloot de toenmalige heer van Lembeek, Jean Richardot, tevens voorzitter van de Geheime Raad en hoogste ambtenaar van het land, zijn nieuwe prestigieuze kasteeldomein in de Zennemeander op te richten, precies op de locatie van het oude dorp.

Kasteeldomein splitst na de aanleg van het kanaal Brussel-Charleroi (1826-1832)

Na Richardot wisselde het kasteeldomein geregeld van eigenaar. Wellicht hadden die wissels hun gevolg op de parkaanleg, maar door gebrek aan archief valt dat moeilijk te achterhalen. Wel duidelijk zijn de gevolgen door de aanleg van het kanaal Brussel-Charleroi in de jaren 1826-1832. Ondanks de scherpe bocht die het kanaal ten zuiden van Lembeek maakt, kon toch niet helemaal worden vermeden dat het kanaal dwars door het kasteeldomein zou snijden. Op verzoek van de toenmalige domeineigenaar, de hertog van Ursel, leidden de kanaalbouwers bij wijze van compensatie het kanaal ter hoogte van het kasteeldomein door een smalle ondergrondse doorgang, in de volksmond het ‘souterrantje’ genoemd. Schepen met een tonnage van 70 ton geraakten erdoor. Het gevolg van deze flessenhals laat zich raden. Naarmate de schepen omvangrijker werden, moest ook het kanaal verbreden. Samen met die verbreding in de jaren 1930 verdween het ‘souterrantje’. Door de kanaalaanleg, latere verbredingen en tracé-aanpassingen raakten ook heel wat Zennemeanders afgesneden van hun natuurlijke loop. Op de linkeroever kreeg de Zenne een nieuw gegraven doorgang parallel aan het kanaal. Een pittoreske brug, de Duivelsbrug genoemd, zorgde samen met het ‘souterrantje’ voor een aangepaste doorgang voor de kasteelheer om het linkergedeelte van het kasteeldomein met de rechteroever te verbinden. De Duivelsbrug verdween in de jaren 1950, opnieuw als gevolg van een kanaalverbreding.

Nieuw elan onder eigenaar Paul Claes: de Malakofftoren (tweede helft 19de eeuw)

In 1853 kocht industrieel en jeneverstoker Paul Claes (1818-1884) het kasteeldomein van zijn voorganger, de hertog van Ursel. Hij kreeg een domein in verval in handen. Het kasteel had geleden onder een periode van leegstand en het domein was sinds de kanaalaanleg in twee delen gesplitst. Maar dat belette Claes niet om het geheel een nieuw elan te geven. Het kasteel liet hij restaureren en uitbreiden met een wintertuin. En ook de parkaanleg kreeg een 19de-eeuwse update. De doorgang via de Duivelsbrug en het 'souterrantje' vormden de inspiratie voor een netwerk van nieuwe paden. Bepalend voor de opbouw en de contouren van het park was de loop van de oude Zenne. De parkaanleg speelde zich volledig binnen de oude Zennemeander af.

Bij de nieuwe parkaanleg hoorde naar de geest van de tijd de bouw van een romantisch ‘middeleeuwse’ toren in de typisch lokale arkosesteen. Gelegen boven op een verhevenheid en omgeven door paden, was de toren een echte blikvanger in het parkgedeelte op de rechteroever van het kanaal. En ook al werd hij in 1854 gebouwd, toch deed hij middeleeuws aan. De stijl en het materiaalgebruik refereerde aan een robuuste versterkingstoren, die ooit op het domein had gestaan, maar dan op een andere locatie ten noorden van het oude kasteel. Eigenlijk liet Claes een folly bouwen, een constructie zonder nut of functie, dat enkel als decoratie diende om het domein het aura van een vervlogen feodaal verleden te geven. In die tijd kwamen follies wel vaker in landgoederen voor.

Even verder naar het zuidoosten ligt een ijskelder, waarvan de toegang eveneens in arkosesteen is opgetrokken (Dehem 1908). Hoewel in de 17de eeuw al een ijskelder op het kasteeldomein bestond, is het niet zeker of dit het bewust exemplaar is, dan wel later is gebouwd samen met de Malakofftoren. In elk geval lag de ijskelder oorspronkelijk dicht bij de Zenne, logischerwijze want de nabijheid van water of ijs in de winter was noodzakelijk voor de toevoer van ijs in de winter naar de kelder.

Transformatie naar een vormingssite (1904-1968)

Na de dood van Paul Claes (1884) en zijn vrouw Laure van Gend (1900) verkochten in 1904 de erfgenamen het domein in twee loten. Voor het eerst raakte het domein dus ook in realiteit opgesplitst. Het deel rechts van het kanaal met de Malakofftoren en de ijskelder kwam in handen van de Belgische overheid. Het deel links met het kasteel werd gekocht door een uit Frankrijk uitgeweken religieuze congregatie voor scholen en onderwijzersopleidingen. Die begon prompt met de omvorming van het kasteeldomein tot een vormingssite. Er ging een heel bouwprogramma mee gepaard, geleid door broeder-architect Geraldus. Op de site verscheen een (klein) noviciaat, tweede noviciaat, scholasticaat, een kapel aansluitend bij het kasteel, een secretariaat, een infirmerie. Kortom, het voormalige kasteeldomein onderging een hele transformatie. Er kwamen nieuwe gebouwen bij en bestaande gebouwen werden omgevormd of afgebroken. En ook het park werd aangepakt, zoals blijkt uit een vergelijking tussen een plan van 1865 met één van 1904. De padenstructuur bleef min of meer dezelfde, maar centraal in de tuin achter het kasteel verscheen een grote moestuin met een boomgaard in het noorden. Het versterkte de nutsfunctie van het domein.

Zwanenzang (1971-1993)

In 1968 verliet de laatste broeder van de Christelijke Scholen het domein in Lembeek. Drie jaar later verkocht de congregatie het kasteeldomein aan NV Etablissementen Fr. Colruyt, dat dringend op zoek was naar nieuwe bedrijfsterreinen. De sloop van het hele kasteeldomein begon, met ruggensteun van de gemeente: schoolgebouwen maar ook het 17de-eeuwse kasteel moesten plaats maken voor de nieuw geplande loodsen, terwijl de afbraak ook gepaard ging met terreinnivelleringen en ophogingen. Nadat het bedrijf onverwacht toch in Halle de nodige uitbreidingsruimte had gekregen, zette het de afbraakwerken in Lembeek stop. In 1985 kocht Halle het kasteeldomein om acht jaar later de laatste resten af te breken. Het zwaar verminkte domein kreeg een nieuwe invulling als openbare ruimte.

Wat overbleef

Van de gebouwen bleven enkel het poortgebouw en het klein noviciaat uit begin 20ste eeuw langs de Molenstraat behouden. Van het 17de-eeuwse kasteel is niets bewaard gebleven. Enkele monumentale bomen, een groep geknotte platanen en het bassin ten oosten van het kasteel herinnert nog aan de parkaanleg uit de tijd van het kasteeldomein.

Poortgebouw in de Bondgenotenstraat van twee bouwlagen onder een schilddak bedekt met leien. Centrale, korfboogvormige doorrijpoort, geflankeerd door links een voetgangersdoorgang en rechts een afgesloten ruimte. Eenvoudige bakstenen gevels met overhoekse dubbele muizentandfries en segmentboogvormige muuropeningen met hardstenen hoekblokken. Boven de poort een sluitsteen met wapenschild, waarin een ster met stralen. Aan de parkzijde zijn de poortdoorgangen voorzien van natuurstenen omlijstingen. Mogelijk dateert het poortgebouw van eind 19de eeuw, maar werd het aangepast in de 20ste eeuw.

Het klein noviciaat sluit aan op het poortgebouw en heeft mogelijks een oudere kern met grondige verbouwingen begin 20ste eeuw. Aan de straatzijde betreft het een eenvoudig, verankerd bakstenen gebouw van dertien traveeën en drie bouwlagen onder een zadeldak met leienbedekking. Segmentboogvormige muuropeningen en een hoge plint in lokale arkosesteen. De travee aansluitend op het poortgebouw springt terug ten opzichte van de straatlijn, in aansluiting met het iets dieper gelegen poortgebouw. De parkgevel is rijker uitgewerkt, met natuurstenen omlijstingen van de brede segmentboogvormige muuropeningen op de begane grond en natuurstenen hoekblokken en waterlijsten ter hoogte van de verdiepingen. Op oude foto’s is zichtbaar dat deze gevel in de eerste helft van de 20ste eeuw eenvoudiger uitgewerkt was met smalle muuropeningen op de begane grond en zonder natuurstenen details. Waarschijnlijk kreeg de parkgevel van het gebouw midden 20ste eeuw een historiserende verbouwing. Aansluitend rechts tegen de achtergevel overblijfsel van de gaanderij van het voormalige gebouw dat haaks op het klein noviciaat stond.

Het oostelijke parkgedeelte aan de overzijde van het kanaal is grotendeels opgehoogd, onder andere met puin afkomstig van de afbraak van het souterrantje bij de kanaalverbreding van de jaren 1923 - 1933. Ironisch genoeg werd in 2011 10m2 arkosesteen weer uit het puinstort opgevist als bouwsteen voor de restauratie van de Sint-Martinusbasiliek van Halle.

Wie goed toekijkt, herkent op het terrein ook nog stukken van de oude Zennemeanders die ooit de contouren van het kasteelpark markeerden. Grote stukken verdwenen in de jaren 1970-1980 onder afbraakpuin en nivelleringen. De Malakofftoren en de ijskelder zijn wel nog bewaard gebleven en herinneren aan het 19de-eeuwse park bij het kasteel. Uit de 20ste eeuw is het bassin met H. Hartbeeld.

De Malakofftoren, daterend uit het midden van de 19de eeuw, is opgetrokken uit lokale arkosesteen en uitgewerkt als een versterkte toren met steunberen, bekroond met kantelen op trapvormige consoles. Op de begane grond bevinden zich rondboogvormige toegangen en op de eerste verdieping een rechthoekige muuropening in een uitkragend gevelvlak. Verder blinde schietgaten.

De toegang tot de ijskelder is opgetrokken in arkosesteen en voorzien van een segmentboogvormige opening, afgesloten met een ijzeren hek.

In het park Heilig-Hartbeeld op een hoge vierkante sokkel in blauwe hardsteen met het opschrift “Venez tous à moi”. Het beeld werd gemaakt door Van Capelle (waarschijnlijk beeldhouwer Camille Vande Capelle) en ingezegend op 20 augustus 1914. Het beeld stelt Christus voor met gespreide armen.

  • BORREMANS R. 1983-1985: Lembeek. Opgraving van de grondvesten van het kasteel (BR.), Archaeologia Mediaevalis 5, 27; 6, 21; 7, 31; 8, 36; 10, 23-25.
  • BORREMANS R. 2007: Het Kasteel van Lembeek. Opgravingen 1981-1986 en 1992, Hallensia 29.4, 3-8.
  • DEHEM A. 1908: L'emploi de l'arkose dans les constructions, Annales des travaux publics de Belgique, 13, 425-.
  • VANDENPLAS D. 1983: Lembeek in oude prentkaarten, s.p.
  • VANDENPLAS D. 2007: Requiem voor het kasteel van Lembeek, Hallensia 29.6, 37-63.

Auteurs: Verboven, Hilde; Verwinnen, Katrien
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)


Relaties

  • Is deel van
    Hallerbos - Lembeekbos - Maasdalbos

  • Is deel van
    Lembeek


Waarnemingen


Je kan deze pagina citeren als: INVENTARIS ONROEREND ERFGOED 2026: Park bij het voormalige kasteel van Lembeek en de Malakofftoren [online], https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/310035 (geraadpleegd op ).

Beheerder fiche: Stad Halle

Contact

Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.