De groeve van Rodenem is bijzonder voor de studie van de oudste gesteenten in onze regio. Het is namelijk een plek waar gesteenten van 530 tot 570 miljoen jaar oud heel uitzonderlijk aan de oppervlakte komen. Ze ontstonden in het Cambrium toen het grootste deel van het aardoppervlak door zee was bedekt en de continenten zoals we die vandaag kennen, zich nog niet hadden gevormd. Meestal liggen deze oudste gesteenten diep begraven, maar op sommige locaties, zoals in de bovenloop van de Zenne en meer bepaald in Lembeek-Halle, erodeerden de bovenliggende lagen door waterlopen weg. Het zand dat de Cambrische zee hier afzette, werd in de loop van de miljoenen jaren door drukkracht en temperaturen samengeperst tot een gesteente dat we kwartsiet noemen.
Grootschalig was deze groeve niet. Op de topografische kaart van 1865 staat ze ingetekend met een oppervlakte van 0,4 ha. De noordoostelijke wand had een maximale lengte van 80m. Wanneer ze precies geopend werd, is onbekend, maar de kans is groot dat ze ‘ontdekt’ is in 1826-1832 bij de aanleg van het kanaal Brussel-Charleroi dat de geologische lagen toen aansneed en zichtbaar maakte. In 1848 bestond ze in elk geval al. Lokaal stond de groeve bekend als de ‘groeve Lebens’, genoemd naar de eigenaar in de periode rond 1860. Sinds 1863 baatte de “Société pour l’exploitation de la carrière de Rhodenem” uit. De groeve van Rodenem bevatte kwartsiet (formatie van Tubize), arkose en magnetiethoudende fyllieten. Van de uitgegraven gesteenten werden straatstenen gemaakt.
De groeve van Rodenem trok al van in de 19de eeuw de aandacht van geologen, die zich hier in de oudste geologie van ons land kwamen verdiepen. In 1879 stelde geoloog Malaise vast dat de groeve verlaten was en grotendeels onder water stond. Hij was het die enkele jaren later het fossiel Oldhamia Radiata identificeerde in een stuk filliet dat door twee onderwijzers in de verlaten groeve was gevonden. De vondst toonde aan dat de lagen in het Cambrium waren ontstaan, omdat deze organismen toen veel voorkwamen.
Bij de verbreding van het kanaal verdween het grootste deel van de groeve, terwijl de rest werd opgevuld. Na nog meer kanaalwerkzaamheden in 1957 blijft enkel een steilrand over. Door een mooi ontsluitingsinitiatief in 2009 kan iedereen de groeve bezoeken.
Sinds de inrichting van 2009 bestaat de site uit een toegang, grasveld, een verticale stenen wand en een aangelegde poel. De wand die het gesteente goed zichtbaar maakt, is ongeveer 4m hoog.
Auteurs: Verboven, Hilde
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)