De restanten van de Graaf Jansdijk tussen Blankenberge en Zeebrugge corresponderen met de 14de tot 15de-eeuwse dijkaanleg waarvan het initiatief hier bij het bestuur van het Brugse Vrije en de lokale watering van de Eiesluis lag. De west-oost-gerichte dijk palmde hier de oudere inlagedijken of weerdijken in, die in oorsprong vermoedelijk uit de 13de eeuw dateren. Deze korte noord-zuidgerichte dijkjes vormden een aanvullende bescherming voor de zeedijken aan de binnenduinrand en beperkten hier dus het risico van een zeedoorbraak door de duinen.
In de loop van de 16de en 17de eeuw was de duinengordel buiten de zeedijk sterk aangegroeid waardoor de zeewerende functie van de Graaf Jansdijk onbeduidend werd. In de binnenduinrand en tussen de laatste sporen van de inlagedijkjes, ontwikkelde zich een snoer van duinmeertjes of zogenaamde ‘fonteintjes’, gevoed door zoet kwelwater.
De restanten van de Graaf Jansdijk zijn, weliswaar met enkele onderbrekingen, nog vrij goed waarneembaar in het duinreliëf, met hoogtes tussen 1 en 2 meter. Ook de inlagedijkjes zijn nog iets meer herkenbaar, met hoogtes tussen 1 en 3 meter. Zowel op het restant van de Graaf-Jansdijk als op de inlagedijkjes lopen actuele zandpaden.
Auteurs: Himpe, Koen
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)