Kasteel van Opleeuw

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Limburg
Gemeente Borgloon
Deelgemeente Gors-Opleeuw
Straat Mettekovenstraat
Locatie Mettekovenstraat 2-4, 3-5, 4A, Borgloon (Limburg)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Borgloon (adrescontroles: 04-12-2007 - 04-12-2007).
  • Inventarisatie Borgloon (geografische inventarisatie: 01-01-1999 - 31-12-1999).
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Kasteel van Opleeuw

Deze vaststelling is geldig sinds 01-02-2018.

is deel van de bescherming als monument Kasteel van Opleeuw met aanhankelijkheden, park en moestuin

Deze bescherming is geldig sinds 01-03-2004.

Beschrijving

Historiek

De heerlijkheid Opleeuw was tot 1469 in bezit van de familie van Opleeuw, met als oudst gekende telg Jan van Opleeuw (tweede helft 13de eeuw), kastelein van Kolmont en seneschalk van het graafschap Loon. Vervolgens komt de heerlijkheid in het bezit van de familie van Mettecoven (1469), die tot eind 18de eeuw heer van Opleeuw blijft. Door huwelijk komt het kasteel begin 19de eeuw in handen van baron de Woelmont. In 1905 wordt het verkocht aan de familie de Grady, die het drie jaar later verkoopt aan M. Cassalette, een Duits officier; na Wereldoorlog I wordt het goed daarom onder sekwester gesteld en door de fiscus verkocht aan het consortium Bernheim en Cie. Het wordt aan drie eigenaars verkocht: J. Boelen, L. Wilmots en J. Kersten, vervolgens aan C. Steenhaute, en in 1971 aan de huidige eigenaar.

In 1694 wordt het kasteel geplunderd door Franse troepen. Uit de bestaande iconografische bronnen, een tekening van Remacle Le Loup (circa 1740), de Ferrariskaart (1771-77) met bijhorende beschrijving, de tekening van Ph. de Corswarem (circa 1800), de Atlas van de Buurtwegen (1844), en een lithografie van 1861, kan de bouwgeschiedenis afgeleid worden. Op de oudste voorstelling is het kasteel een U-vormig gebouw in Maasstijl, daterend uit de 17de eeuw, met barokke afwerking voor deuren en poorten. Het is volledig omgracht. De open zijde van de binnenplaats is met een ophaalbrug verbonden met het zuidelijk gelegen neerhof, eveneens U-vormig, met de open zijde van het erf naar het kasteel toe, aan de andere zijde voorzien van een poortgebouw. Links van het neerhof bevindt zich de barokke Sint-Joriskapel uit de 17de eeuw, rechts de ommuurde Franse tuin. De heuvel achter het kasteel wordt ingenomen door bossen waarin lanen zijn aangelegd in geometrische patronen met een centraal gelegen belvedère. Dit 17de-eeuws kasteel wordt tussen circa 1740 en circa 1775, mogelijk in 1744 grondig aangepast, of afgebroken en herbouwd: het kasteel zelf bestaat thans uit een centrale vleugel met twee dwarse, korte vleugels op de uiteinden, die aan de noordzijde, duidelijk als façade opgevat, voorzien van twee torens. Het neerhof blijft behouden, maar is thans volledig gesloten door toevoeging van een vleugel op de voorheen open zijde naar het kasteel toe; de twee parallelle vleugels ten oosten en ten westen van het erf krijgen hun huidige, classicistische uitzicht. De Franse tuin is verdwenen, en het noordoostelijk deel van de voorheen beboste helling achter het kasteel is thans ingenomen door akkers. Het stervormige lanenpatroon in het noorden bleef behouden; een dubbele dreef scheidt het kasteel van dit bos en vormt de verbinding tussen de gehuchten Gorsleeuw en Opleeuw. Begin 19de eeuw, waarschijnlijk op het moment dat baron de Woelmont het kasteel koopt, heeft een volgende bouwcampagne plaats: het classicistische kasteel wordt aan de oostzijde ingekort, waarbij de oostelijke, haakse vleugel verdwijnt. Het is thans een T-vormig complex onder mansardedaken, waarbij de muuropeningen mogelijk worden aangepast in laatclassicistische stijl. Het is nog steeds omgracht, en het 17de-eeuwse neerhof met poortgebouw is nog aanwezig; de kapel, nog aangeduid op de Ferrariskaart, is echter verdwenen.

In het tweede kwart van de 19de eeuw heeft een volgende verbouwing plaats. De omgrachting is verdwenen, evenals de noordelijke en zuidelijke vleugel (met poortgebouw) van het neerhof; laatstgenoemde is nu aan de zuidzijde door een hek afgesloten. De dienstgebouwen zijn uitgebreid met twee halfronde vleugels in neoclassicistische stijl, ten oosten en ten westen, zodat hier secundaire erven ontstaan. De bebossing achter het kasteel is aanzienlijk verminderd, het drevensysteem sterk gereduceerd, zodat het stervormige drevenpatroon slechts gedeeltelijk bewaard blijft; waarschijnlijk dateert uit deze periode de aanleg van het Engelse park, waarbij alleen de vijver nog herinnert aan de vroegere slotgracht.

Een laatste bouwcampagne dateert van 1874. Het classicistische kasteel wordt afgebroken en vervangen door het huidige, neobarokke gebouw, dat ten oosten van het oorspronkelijke kasteel wordt opgetrokken. In deze vorm bleef het complex bewaard. Het park omvat nog slechts een klein gedeelte van de oorspronkelijke oppervlakte, de omgeving wordt thans ingenomen door boomgaarden en weilanden.

Beschrijving

Het kasteel is een alleenstaand herenhuis van het dubbelhuistype, zes traveeën en twee bouwlagen onder mansardedak, met dakkapellen; op de zuidelijke schoorsteen bevindt zich een smeedijzeren (?) wapenschild met kruis en datering 1744. Witgeschilderd bakstenen gebouw, aan de oostzijde op sterk verhoogde begane grond (souterrain). Hardstenen hoekbanden. De westelijke gevel is voorzien van een middenrisaliet, afgewerkt met een boogvormig fronton; vóór de gelijkvloerse verdieping een driezijdige erker, doorgetrokken met een rechthoekige uitbouw naar de naastliggende travee links, op de tweede bouwlaag, afgezet met een hardstenen balustrade, voorzien van een hardstenen gevelsteen met wapenschild met kruis (18de eeuw?). Bordes vóór de erker. De oostelijke gevel heeft een middenrisaliet met een driehoekig fronton. Rechthoekige muuropeningen in een geprofileerde, hardstenen omlijsting.

De twee parallelle dienstgebouwen, die resten van het oorspronkelijke neerhof, dateren in hun huidig uitzicht tussen circa 1740 en circa 1775. Het is niet te achterhalen of zij een oudere kern hebben die teruggaat tot het 17de-eeuwse neerhof. Zij schijnen gefungeerd te hebben als knechtenkwartier, koetshuis en stal. Identieke, witgeschilderde bakstenen gebouwen onder mansardedaken met smeedijzeren windvanen. Gepikte plint. Onder de dakrand, op houten daklijstbalkjes, overhoekse muizentandfries met dropmotief. Getoogde vensters in een kalkstenen omlijsting met sluitsteen. Rondboogdeuren in een kalkstenen omlijsting voorzien van sluitsteen met druiplijst. Rondboogpoorten in een kalkstenen omlijsting met imposten en drie sluitstenen. De achtergevel van het westelijk dienstgebouw was oorspronkelijk alleen voorzien van een aantal ronde en rechthoekige asemgaten in kalkstenen omlijsting; thans een aantal recentere muuropeningen. Drie grote smeedijzeren ankers met krullen uit de 17de eeuw (hergebruikt of verwijzend naar een oudere kern?). De zijgevels aan straatzijde van beide gebouwen zijn elk voorzien van twee hardstenen pilasters met lijstkapiteel, waarvan de functie niet duidelijk is. De zijgevel van de oostelijke vleugel heeft bovendien een houten zonnewijzer (eerste helft 19de eeuw).

De oostelijke vleugel maakt deel uit van het erf van een neoclassicistisch dienstgebouw uit tweede kwart 19de eeuw. Het bestaat uit een centraal dubbelhuis van vijf traveeën en twee bouwlagen onder schilddak, en van twee flankerende, tegen de zijgevels aangebouwd kwartronde vleugels van één bouwlaag. Verhoogde begane grond; bakstenen plint met hardstenen afwerking en keldervensters in hardstenen omlijsting. De functie is niet duidelijk. Bepleisterde en beschilderde bakstenen gebouwen, de kwartronde vleugels evenals de gelijkvloerse verdieping van het centrale gedeelte voorzien van schijnvoegen. Het centrale gedeelte is voorzien van licht uitspringende hoekrisalieten. Rondboogvormige muuropeningen op de benedenverdieping, rechthoekige met smeedijzeren leuningen op de bovenverdieping. De ronde vleugels zijn voorzien van halfronde vensters met houten roedeverdeling. Aan de overzijde van het erf werd, eveneens in het tweede kwart van de 19de eeuw tegen de achtergevel van het oostelijke dienstgebouw van het kasteel een langgestrekt bijgebouw aangebouwd van één bouwlaag onder lessenaarsdak, voorzien van rondboogpoorten en halfronde vensters met houten roedeverdeling, dat fungeerde als koetshuis.

Een kwartrond erf bevond zich achter de westelijke vleugel van de dienstgebouwen van het kasteel, bestaande uit een rechthoekig gebouw aan de straat en een kwartronde vleugel die dit gebouw met de achtergevel van het westelijk dienstgebouw verbond. Hiervan rest slechts het rechthoekige gebouw, baksteen onder schilddak. Aangepaste muuropeningen, op twee halfronde vensters met houten roedeverdeling na.

Bron: Pauwels D., Schlusmans F. met medewerking van Muyldermans E. & Rombouts J. 1999: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Tongeren, Kanton Borgloon, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 14N4, Brussel - Turnhout.

Auteurs: Schlusmans, Frieda

Datum tekst: 1999

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Gors-Opleeuw

Gors-Opleeuw (Borgloon)

is gerelateerd aan Kasteelhoeve

Mettekovenstraat 1, 1A, Borgloon (Limburg)

is gerelateerd aan Kasteelpark van Opleeuw

Mettekovenstraat 2-4, 3-5 (Borgloon)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.