Gesloten hoeve, voormalig neerhof van het allodiale riddergoed Montferrant.
Het complex aan de Montferrantstraat is de geëvolueerde kern van het allodiale riddergoed de Montferrant, dat voor het eerst wordt vermeld in 1240. Uit een tekst van 1315 blijkt dat het een Brabants leen was. Het geslacht de Montferrant was één van de aanzienlijkste adellijke families van Haspengouw. Guillaume-Arnold, overleden in 1682, was de laatste telg van de familie die het kasteel van Batsheers bewoonde. Na die tijd raakte het in verval.
In de atlas van Averbode wordt ongeveer ter hoogte van het huidige kasteelgoed een redelijk grote, L-vormige constructie weergegeven, waarvan het niet duidelijk is in hoeverre het met het kasteel te associëren is. Duidelijker verbanden zijn er op de Ferrariskaart, waar het goed nog als klassiek tweeledig afgebeeld, met een opperhof-neerhofstructuur. Neerhof is de nog L-vormige hoeve (volume met rechter- en achtervleugel aan voorerf) aan straatzijde, ten zuiden van het opperhof, een U-vormig complex, met korte linker- en langere rechtervleugel, het erf open zijde naar het zuiden. Het terrein was ten oosten, noorden en westen nog gedeeltelijk van een omgrachting voorzien. In de Atlas der Buurtwegen is het beeld wat geëvolueerd: de hoeve is al semigesloten door een toegevoegde linkervleugel met uitbouwen aan straatzijde, de structuur van het kasteel, met korte linker- en langere rechtervleugel, wordt bevestigd; de site is ook niet langer omgracht.
Het complex, ingeplant te midden van akker- en weiland, bleef zijn tweeledige structuur sindsdien behouden. De hoeve bleef in grote trekken in zijn midden-19de-eeuwse extensie bewaard: de achtervleugel (woonhuis) bleef daarbij herkenbaar als 18de-eeuwse component; in de huidige linkervleugel (schuur), die later werd heropgebouwd, werd een mergelstenen gevelsteen geïntegreerd, met het opschrift I R D/A O/1737, ook wel als 1787 te interpreteren: een restant van de oude rechtervleugel of van de na de Ferrariskaart toegevoegde linkervleugel? Linker-, straat- (poort) en rechtervleugel (stal) schijnen volumetrisch oudere constructies te volgen, mogelijk vakwerkstructuren.
De site van het kasteel (de Montferrantstraat 4) is nog steeds bebouwd, maar de samenhangende U-vorm is verdwenen. Tegenwoordig staan hier drie vrijstaande constructies, die wel zodanig zijn geschikt dat de vroegere U-vorm er nog in wordt weerspiegeld. De bebouwing omvat een dienstgebouw links, een fermette achteraan en een torenachtige constructie rechts. Enkel de toren zou een restant van het vroegere kasteel kunnen zijn; de fermette is recent, het dienstgebouw kan hoogstens gedeeltelijk met de vroegere korte linkervleugel worden geassocieerd, want het betreft op zijn minst een uitbreiding, die ondertussen overigens werd gemoderniseerd.
De hoeve bleef bewaard als complex van bakstenen volumes onder zadeldaken met Vlaamse pannen, de volumes geschikt omheen een gekasseid erf. Zoals aangehaald werd de linkervleugel verbouwd en dit is dan ook het enige niet-authentieke hoeve-onderdeel.
De straatvleugel is een ondiep volume, met rechts een rechthoekige poort onder zadeldakje, waarbij links een stalletje aansluit, gesloten aan straatzijde en aan erfzijde voorzien van een drietal deuren, kleine stalvenstertjes en een zoldervenster.
Het woonhuis is een dubbelhuis, zes traveeën breed en één bouwlaag hoog boven een licht verhoogde begane grond. De deur, getoogd, in een kalkstenen omlijsting met kalkstenen sluitsteen, neuten en deurkalf, wordt links en rechts geflankeerd door telkens twee getoogde, beluikte vensters in kalkstenen omlijsting met sluitsteen en sponningbeloop. Een opkamervenster in de uitertst linkse travee is omlijst in gerecupereerde, gebouchardeerde kalksteenblokken.
De stalvleugel is een geblokt volumetje onder hoog zadeldak, met aan erfzijde een tweetal deuren en een venstertje, de kopgevel-straatzijde gedeeltelijk met pannen beschoten en voorzien van een venstertje in de geveltop. Het volume sluit niet rechtstreeks bij het woonhuis aan, maar staat er via kleine aanbouwen mee in verbinding. Tegen de rechter-zijgevel is een garage aangebouwd onder pannen lessenaarsdak.
De torenconstructie die vermoedelijk het enige restant uitmaakt van het vroegere kasteel, is een bakstenen volume op rechthoekig grondplan, afgedekt door een pannen zadeldak. De constructie is twee bouwlagen hoog, omvat getoogde vensters in de langsgevels, een op twee zoldervenstertjes na blinde voorste kopgevel en een achterste kopgevel met wat lijkt op een houten kruiskozijn. De vensters in de rechterlangsgevel zijn onregelmatig gepositioneerd en verraden interne niveauverschillen.
Bron: Onroerend Erfgoed Digitaal beschermingsdossier DL002431, Batsheers: aspecten van het dorp (WUYTS V. 2005).
Auteurs: Wuyts, Vicky
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Je kan deze tekst citeren als: Wuyts V. 2005: Kasteelhoeve de Montferrant [online], https://id.erfgoed.net/teksten/442081 (geraadpleegd op ).
Gesloten hoeve, gelegen op de plaats van het kasteel Montferrant. Montferrant, voor het eerst vermeld in 1240, was een belangrijk allodiaal riddergoed. In 1315 wordt het vermeld als een Brabants leen. Het geslacht de Montferrant was één van de aanzienlijkste adellijke families van Haspengouw. Guillaume-Arnold (+ 1682) was de laatste de Montferrant die het kasteel van Batsheers bewoonde. Na die tijd raakt het in verval.
De Ferrariskaart (1771-77) toont op de plaats van de huidige hoeve een L-vormig gebouw, waarvan de noordvleugel een woonhuis was, de oostvleugel een schuur; het eigenlijke kasteel was een U-vormig complex ten noorden hiervan; het geheel was aan de noord-, oost- en westzijde (gedeeltelijk) van een omgrachting voorzien.
In de Atlas van de Buurtwegen (1843) wordt de site Oud Kasteel Ferme genaamd; de omgrachting is verdwenen, evenals een gedeelte van de westvleugel van het kasteel; het L-vormige gebouw heeft zich ontwikkeld tot een semi-gesloten hoeve. In de loop van de tweede helft van de 19de of de 20ste eeuw evolueerde zij tot volledig gesloten, de gebouwen rondom een gekasseid erf.
Het kasteel is thans volledig verdwenen. Van de gebouwen, aangeduid op de Ferrariskaart rest slechts het woonhuis van de hoeve, daterend van circa 1775; de schuur werd afgebroken; in de huidige, recente schuur aan de westzijde van het erf bevindt zich een mergelstenen gevelsteen, afkomstig van deze oude schuur, met opschrift: I R D/ A O/ 173[?]7. De huidige stal, ten oosten van het erf, en de poortvleugel zijn waarschijnlijk recente versteningen van vakwerkgebouwen.
Woonhuis van het dubbelhuistype, zes traveeën en één bouwlaag onder zadeldak (Vlaamse pannen), achteraan het erf. Bakstenen gebouw op licht verhoogde begane grond. De linkertravee is de opkamer. Getoogde, beluikte vensters in een kalkstenen omlijsting met sluitsteen en sponningbeloop; het opkamervenster heeft een omlijsting van hergebruikt materiaal: gebouchardeerde kalksteenblokken. Getoogde deur in een kalkstenen omlijsting met sluitsteen, tussendorpel en neuten.
Bron: PAUWELS D. & SCHLUSMANS F. met medewerking van MUYLDERMANS E. & ROMBOUTS J. 1999: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Tongeren, Kanton Borgloon, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 14n4, Brussel - Turnhout.
Auteurs: Schlusmans, Frieda
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Je kan deze tekst citeren als: Schlusmans F. 1999: Gesloten hoeve [online], https://id.erfgoed.net/teksten/32065 (geraadpleegd op ).