Watermolen van Heks

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Limburg
Gemeente Heers
Deelgemeente Heks
Straat Molenstraat
Locatie Molenstraat 42, Heers (Limburg)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Heers (adrescontroles: 12-04-2007 - 12-04-2007).
  • Inventarisatie Heers (geografische inventarisatie: 01-01-1999 - 31-12-1999).
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Watermolen van Heks

Deze vaststelling is geldig sinds 01-02-2018.

is deel van de bescherming als monument Watermolen van Heks met omgeving

Deze bescherming is geldig sinds 13-07-2005.

Beschrijving

Het complex bestaat uit een molenhuis, een molenaarswoning en stallen. De bakstenen gebouwen boven lage gecementeerde plinten en onder zadeldaken met Vlaamse pannen zijn geschikt rondom een voorerf en een achtererf.

Historiek

De Heksmolen werd opgericht door de cisterciënzers van de abdij van Villers, die het domein Heks in 1174 ten geschenke hadden gekregen van gravin Agnes van Loon. In 1282 wordt vermeld dat zij in Heks het Monnikenhof bouwden, bomen plantten op de gemene weide en de Herkebeek afleidden naar een molen. De molen werd onder de benaming Hex Molen weergegeven op de Ferrariskaart (1771-1777) en verschijnt daar als een L-vormig complex, een eindje van de huidige Molenstraat verwijderd, met een vleugel parallel aan de beek en een aansluitende, dwarse achtervleugel. Hetzelfde beeld verschijnt op het primitieve kadasterplan, maar daar is het bestaande complex al uitgebreid met een achtererf, waaraan een vrijstaand dienstgebouw grenst, parallel met de oude achtervleugel.

Beschrijving

Het complex bestaat uit bakstenen gebouwen boven lage gecementeerde plinten en onder zadeldaken met Vlaamse pannen. Bij het molenhuis, parallel met de beek, sluit dwars een woonhuis aan, met een gekasseid achtererf, toegankelijk via een ijzeren hek links naast het huis; aan het achtererf, parallel met het woonhuis, grenst ook een vrijstaande stal. De Heksmolen is van het bovenslagtype; een ijzeren goot voerde het water aan vanuit de thans droog staande molenvijver. Het woonhuis, vier traveeën breed en anderhalve bouwlaag hoog onder een steil dak, is door een brandmuur van het aansluitende molenhuis gescheiden.

De gevel aan het voorerf gaat tot op plinthoogte schuil achter een haagje. Het blinde centrale deel van het parement wordt door een boompje overwoekerd, waaraan een gevelkapelletje is opgehangen. De gevel omvat op gelijkvloers niveau, links en rechts van het boompje, telkens één vierkant, getralied kruiskozijn in een kalkstenen omlijsting met sponningbeloop in het voorheen beluikte benedengedeelte. De bovenverdieping omvat boven elk kruisraam telkens één rechthoekig zoldervenstertje in een vlakke kalkstenen omlijsting. Naast het rechtse zoldervenstertje is een derde venstertje toegevoegd, onder houten latei.

De gevel aan het achtererf omvat een centrale, getoogde deur in een geprofileerde, kalkstenen omlijsting, links en rechts geflankeerd door smeedijzeren krulankers. Links, rechts en boven de deur zijn kleine, rechthoekige en getraliede vensters te situeren, in een vlakke kalkstenen omlijsting.

De vrije linkse kopgevel, met aandak en vlechtingen, is grotendeels blind, op twee zoldervenstertjes na, één vierkant, gevat in een vlakke kalkstenen omlijsting, één getoogd. Het eigenlijke molenhuis, zoals het woonhuis onder een steil dak tussen aandaken met vlechtingen, is een korte diephuisconstructie, waarbij vooraan een smallere en lagere aanbouw aansluit, die het voorerf langsheen de beek afboordt. De aanbouw, onder laag zadeldak, omvat aan erfzijde een eenvoudige deur en twee dito vensters, alle onder houten lateien.

De kopgevel van het molenhuis aan de zijde van het voorerf wordt slechts gedeeltelijk door deze aanbouw overlapt en omvat een korfboogpoortje in een verankerde kalkstenen omlijsting met regelmatig geplaatste negblokken, het geheel onder een ontlastingsboog van een platte laag, een rollaag en een platte laag. Boven de deur en in de geveltop is telkens één relatief groot, getoogd venster voorzien, in een kalkstenen omlijsting met sluitsteen. Een smal rechthoekig venster boven de daknok van de aangebouwde vleugel schijnt een latere toevoeging te zijn. De kopgevel aan de zijde van het achtererf omvat een rechthoekige deur in vlakke kalkstenen omlijsting, daarnaast een dichtgemetseld venstertje in vlakke kalkstenen omlijsting, een tweede bouwlaag met twee getoogde vensters in kalkstenen omlijsting met sluitsteen en een oculus in de nokpunt.

De beekzijdegevel gaat over de hoogte van één bouwlaag schuil achter een lage aanbouw onder golfplaten lessenaarsdak. In de aanbouw, die via een deur toegankelijk is, bleef het metalen molenrad bewaard. De tweede bouwlaag van de gevel wordt centraal bekroond door een puntgevelvormige verhoging, afgewerkt met aandak en vlechtingen. Onder de verhoging zijn twee getoogde vensters ingebracht, een derde venster in de verhoging is dichtgemetseld. De binneninrichting en het molenwerk bleven vrij gaaf bewaard; door gebrek aan water is de molen thans echter niet meer maalvaardig.

Het vrijstaande stalgebouw aan het achtererf is een tweeledige constructie, met een achterwaarts verder uitgebouwd en door opmetseling verhoogd linkerdeel, naast een schijnbaar authentieker rechterdeel. Aan erfzijde markeert een duidelijke bouwnaad de autonomie van beide gedeelten. De erfzijde van het geheel omvat acht getoogde staldeuren, waaronder de eerste en tweede van links en de derde van rechts hoger zijn en de tweede van links daarbij hoger gepositioneerd is (verdwenen trap?). Tussen de eerste en tweede staldeur is een rechthoekig raampje ingebracht, de derde staldeur van links wordt aan beide zijden geflankeerd door lage getoogde venstertjes. Links en rechts boven de eerste deur van links zijn twee kleine getoogde venstertjes ingebracht. Getoogde laadvensters zijn voorzien boven de eerste en derde deur van links, alsook boven de derde deur van rechts. De twee linkse vensters zijn grotendeels opgenomen in de integrale gevelverhoging van het linkse staldeel, het rechtse venster is ingebracht in de centrale, puntgevelvormige verhoging van het rechtse staldeel. Alle laadvensters hebben hardstenen (of gecementeerde?) onderdorpels.

Bron: Beschermingsdossier DL002354, Heks: aspecten van het dorp (digitaal dossier).

Datum tekst: 2005

Alle teksten

Relaties

maakt deel uit van Heks

Heks (Heers)

is gerelateerd aan Moestuin en erf van de watermolen

Molenstraat 42 (Heers)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.