Abdij van Rozendaal

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Antwerpen
Gemeente Sint-Katelijne-Waver
Deelgemeente Sint-Katelijne-Waver
Straat Rozendaal
Locatie Rozendaal 1-5, 2, 9, Sint-Katelijne-Waver (Antwerpen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Sint-Katelijne-Waver (adrescontroles: 16-10-2006 - 16-10-2006).
  • Inventarisatie Sint-Katelijne-Waver (geografische inventarisatie: 01-01-1997 - 31-12-1997).
Links

Juridische gevolgen

is beschermd als cultuurhistorisch landschap Abdij van Rozendaal

Deze bescherming is geldig sinds 11-09-1968.

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Abdij van Rozendaal

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

omvat de bescherming als monument Abdij van Rozendaal: infirmerie, poortgebouw met ommuring, wagenhuis en ijskelder
gelegen te Rozendaal 1-5 (Sint-Katelijne-Waver)

Deze bescherming is geldig sinds 12-01-1987.

Beschrijving

Uitgestrekt natuurgebied met een rijke en merkwaardige fauna en flora als rivierlandschap aan de Nete met resten van de voormalige abdij van Rozendaal gelegen op de grens met Walem, sinds 1985 het jeugdverblijfcentrum "v.z.w. Roosendael".

HISTORIEK

Contemplatieve cisterciënserinnenabdij gesticht tussen 1220 en 1227; volgens een niet door bronnen gestaafde 17de-eeuwse overlevering waren Oda en Elisabeth Berthout de stichters; zeker is dat Gillis Berthout, Heer van Berlaar, in 1227 de eerste tienden schonk aan het klooster te Walem "waar ook mijn dochters verblijven". De naam Roosendael komt een eerste keer voor in een oorkonde van 1229 en de eerste vermelding als "abdij" dateert van 1233; aanvankelijk onder toezicht van de abdij van Villers, later van de Sint-Bernardsabdij te Hemiksem. De bloeiende abdij, met talrijke bezittingen in de (verre) omgeving, had veel te lijden van de 16de-eeuwse godsdiensttroebelen: in 1537 geplunderd door het keizerlijk leger, in 1542 en 1576 door Spaanse troepen en in 1578, toen de kloostergebouwen grotendeels afbrandden, door soldaten van paltsgraaf Casimir. In 1579 verlieten de laatste kloosterlingen Rozendaal om na een reeks omzwervingen vanaf 1585 tot 1660 hun intrek te nemen in hun refugie aan de Mechelse Bleekstraat.

Pas na de vrede van Munster in 1648 definitieve heropbouw van de abdij, volgens A. Wauters naar ontwerp van architect De Neve. Uit deze bouwperiode dateert het zogenaamde pesthuis of infirmerie (nummer 4) opgericht op de grens van het domein. Tijdens de 18de eeuw, voornamelijk onder keizerin Maria-Theresia, kende de abdij opnieuw een grote bloei. Het gebouwenbestand werd onder abdis Agnes Haegens gevoelig uitgebreid, onder meer met de inkompoort in 1777 en het koetshuis in 1781. De Franse Revolutie betekende het einde: in juli 1794 vestigde generaal Pichegru zijn hoofdkwartier in de abdij en in 1795 werden de zegels gelegd, in januari 1797 ten slotte werden de kloosterlingen verjaagd en in mei verkocht men de abdijbezittingen: 920 ha grond, tweeëntwintig hoeven en twee windmolens.

De meeste kloostergebouwen werden kort daarop gesloopt en het materiaal verkocht voor hergebruik. De vroegere residentie van de abdis die als "kasteel" diende, werd in de eerste weken van de Eerste Wereldoorlog verwoest. De familie Pirard bouwde circa 1920 op de abdijfunderingen een nieuwe villa met neotraditionele reminiscenties (nummer 5).

Na de schenking van het domein aan het Seminarie van Mechelen met als voorwaarde dat het goed ten dienste kwam van de jeugd, werd het vrij vervallen landhuis vanaf 1960 gebruikt als bivakplaats voor jeugdgroeperingen; in 1984 werd het volledig gerestaureerd en omgebouwd tot jeugdverblijfcentrum. Restauratie in diverse fasen vanaf midden jaren 1980 naar ontwerp van G. Beetens.

Afbeeldingen uit de 17de en de 18de eeuw tonen het ommuurde en omgrachte klooster op de zuidelijke oever van de Nete als een indrukwekkend geheel met binnenplaatsen waarrond rijzige kloostervleugels van bak- en zandsteen met trap- en lijstgevels, rechthoekige muuropeningen en barokke ingangspartijen van hardsteen met zwierige topgevels; aan de oostzijde een georiënteerde kerk met barokke westgevel van natuursteen, ritmerende steunberen en hoge rondboogvensters; aansluitende bijgebouwen en tuinen. Op een schilderij van einde 17de eeuw en een afbeelding van Leroy van 1735 bemerkt men in het noorden van het domein een dok met ijzeren hek als verbinding met de rivier, ten oosten hiervan staat een rechthoekig gebouwtje met een toren in traditionele stijl, mogelijk het zogenaamd "pesthuis".

BESCHRIJVING

Van het uitgebreide complex resten, buiten het landhuis van 1920 tegen de zuidelijke gracht, enkele als monument beschermde gebouwen: de buiten de omgrachting gelegen inkompoort met aansluitende ommuring ten zuiden, een wagenhuis ten noorden, de infirmerie op de noordelijke omgrachting en een 17de-eeuwse ijskelder ten oosten Het hele omgrachte domein met vijver ten westen en de omgeving werden tevens als landschap beschermd.

Naast deze gebouwen bevat het domein in de vroegere kruidentuin een arduinen zuil met chronogram 1775, ruïnes van het kasteel en twee bruggen. Bovendien toonden verscheidene steekproeven aan dat de funderingen van de vroegere gebouwen nog aanwezig zijn. Het is dan ook de bedoeling om op termijn opgravingen te verrichten.

Inkompoort

Gerestaureerde inkompoort met aansluitende ommuring en lagere aanbouwsels op het einde van de gekasseide toegangsdreef. Het poortgebouw klimt op tot 1777 zie het chronogram "CUstoDIt sepes et arCet portã MUnIt Ut pLUs serVet", met integratie van het devies van de toenmalige abdis Agnes Haegens "custodit sepes et arcet" (sepes = haag).

Monumentale classicistische constructie met een parement van blauwe hardsteen voor de zuidgevel van drie traveeën en twee bouwlagen opgevat als klassiek tempelfront. Rechthoekige. poort onder houten, geornamenteerde tussendorpel en rondbogig, blind bovenlicht in geprofileerde omlijsting met voluutsleutel en festoenen; flankerende, dubbele, geringde Dorische zuilen op een gereduceerd stylobaat onder klassiek hoofdgestel met gelede architraaf, fries met trigliefen, metopen en centraal chronogram onder gekorniste kroonlijst op klossen, aansluitend driehoekig fronton met het wapenschild van Agnes Haegens; zware topvaas als bekroning. Zijtraveeën met licht horizontaal accent door een geleed kordon ter hoogte van de imposten en de aansluitende omheiningsmuren, rechthoekige vensters in vlakke hardstenen omlijstingen. Overige bepleisterde en beschilderde zij- en achtergevels met omlopende gelede architraaf en gekorniste kroonlijst onder de afgewolfde leien bedaking aansluitend bij het fronton. Noordgevel met hoekpilasters en smalle, rechthoekige vensters in een omlijsting van blauwe hardsteen.

Schouderboogpoort in brede hardstenen omlijsting met centraal uitspringend voetstuk van het Onze-Lieve-Vrouwebeeld, heden met een beeld van de Heilige Ida, beschermheilige van de abdij, hoger blind segmentbogig spaarveld. Aansluitende deels gebogen, bepleisterde en beschilderde afsluitingsmure met hardstenen afdekstenen voor het gebogen gedeelte eindigend op hardstenen pilasters.

Portierswoningen

Ten noorden, aan weerszijden van de poort: symmetrische, haaks aangebouwde lagere portierswoningen (nummers 1-2) onder leien mansardedaken. Bepleisterde en beschilderde lijstgevels met gelede architraaf en geprofileerde daklijst; rechthoekig, op nummer 1 blinde, muuropeningen in hardstenen omlijstingen).

De diverse merktekens gevonden op de hardsteen van het poortgebouw werden nog niet geïdentificeerd.

Koetshuis

Niet gerestaureerd koetshuis in classicistische stijl opgericht in 1781 (zie gevelsteen). Na de Franse Revolutie in gebruik en tot 1960 woonplaats voor het dienstpersoneel. Bepleisterd en beschilderd gebouw van elf traveeën en twee bouwlagen met driezijdige afsluiting aan noord- en zuidzijde, onder schilddak (Vlaamse pannen, kunstleien en golfplaten).

Symmetrisch opgebouwde, bepleisterde en beschilderde oostelijke voorgevel met doorlopende kordons, centraal risaliet van drie traveeën onder bekronend driehoekig fronton met ovaal venster in vlakke, met festoenen omlijnde omlijsting en topbekroning. Nagenoeg vierkante vensters en rechthoekige deur in hardstenen omlijsting. Bovenverdieping met op een centrale hardstenen gevelplaat het opschrift "ANNO/ DOMINI/ MDCCLXXXI". Links en rechts telkens drie rondboogpoorten, poorten eertijds lager en onder rechthoekig venster.

Uiterste travee met woningen voor stalmeesters en stalknechten, rechthoekige muuropeningen in arduinen omlijstingen. Aan zuidzijde in afgeschuinde travee: blinde rondboognissen, waarvan één eertijds vermoedelijk met een borstbeeld van Linnaeus dat verdween circa 1960. Vrij gesloten bakstenen achtergevel met geprofileerde, bepleisterde daklijst uitgevend op het natuurreservaat "Cloosterveld".

Pesthuis of Infirmerie

Nummer 9. Zogenaamd Pesthuis of Infirmerie op de noordelijke omgrachting van het domein. De ligging aan het water zou kunnen wijzen op een opslagplaats of andere functie, waardoor de benaming "pesthuis" enigszins moet genuanceerd worden. Gerestaureerd, deels bepleisterd en beschilderd bak- en zandstenen gebouw van drie traveeën onder zadeldak (nok parallel aan de gracht, leien) met achtzijdige traptoren onder leien spits aan oostzijde, opklimmend tot de 17de eeuw en in de loop van de 19de eeuw verbouwd tot oranjerie.

Verankerde, bepleisterde en beschilderde zuidgevel met 19de-eeuwse rondboogvensters met doorgetrokken arduinen imposten. Voorts verankerde baksteenbouw met gebruik van zandsteen voor kordons, hoekstenen, omlijstingen en steigergaten. Rechthoekige muuropeningen, onder meer vernieuwd kruiskozijn. Bij de restauratie opnieuw opengewerkte, hogere noordgevel met bolkozijnen. Restauratiewerken uitgevoerd in 1995-1996. Tijdens het bouwhistorisch onderzoek werden onder de funderingen 13de-eeuwse muurresten gevonden.

IJskelder

IJskelder uit de 17de eeuw ten noordoosten van het landhuis. Deels verdwenen, monumentale hardstenen toegang met aansluitende geknikte bakstenen gang uitmondend in een ondergrondse bijenkorfvormige, polygonale ruimte met gemetseld koepelgewelf.

Park

Park met een oppervlakte van ongeveer 7 hectare binnen de omgrachting, met sierpark ten oosten van het woonhuis. Naast de meer bekende parkflora zoals onder meer plataan, witte en roze paardekastanje, rode en groene beuk, zomer- en wintereik, taxus, rhododendron en zo meer, vindt men er ook minder voorkomende bomen en struiken zoals de Pyrenese eik, de zwarte Amerikaanse notelaar, de Libanese ceder, moerascypressen, catalpa en een uit China ingevoerde pruikenboom.

Het gedeelte ten westen van het woonhuis, afgesloten als natuurreservaat, bezit naast de gewone inlandse boomsoorten een merkwaardige oude haagbeuk langs de waterkant en eeuwenoude kastanjelaars; verder grasklokjes, daslook en duizenden sneeuwklokjes. Door de grote variëteit aan struiken, bomen en planten is dit park een uitstekende biotoop voor talrijke vogelsoorten.

In 1984 werd ter plaatse van de vroegere kloostertuin een hoogstamboomgaard aangeplant en werd de oude, halfronde druivenserre hersteld. Een aanplantingsplan van 1985 wordt, binnen de budgettaire mogelijkheden, in fasen uitgevoerd. Een ontwerpplan van 1987 voorziet in de aanleg van toegangswegen in aansluiting op de restauratieplannen van de oude abdijgebouwen; dit plan voorziet eveneens in de herschikking van het domein in natuurreservaat en gemeenschappelijke wandel- en recreatiezones.

  • Administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten & Landschappen, Afdeling Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumentenzorg Antwerpen, Cel Monumenten en Landschappen, Beschermings- en restauratiedosssier.
  • SERNEELS J., De abdij van Rozendaal te Sint-Katelijne-Waver (± 1220-1797), in Voorwoord bij Een bijdrage tot de Geschiedenis van Itegem, Sint-Katelijne-Waver, 1989, p. 5-13.
  • WAUTERS A., Histoire des environs de Bruxelles, VI, Brussel, 1972, p. 258.

Bron: Kennes H. & Steyaert R. 1997: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Antwerpen, Arrondissement Mechelen, Kantons Duffel - Heist-op-den-Berg, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 13N4, Brussel - Turnhout.

Auteurs: Steyaert, Rita

Datum tekst: 1997

Aanvullende informatie

Bij archeologisch onderzoek in de jaren 2008-2009 door onderzoeksbureau Archaeological Solutions en in 2011 door de provincie Antwerpen, werden sporen vastgesteld vanaf de 15de eeuw. Restanten van het gastenkwartier, beerputten en funderingen van de toegangsburg die teruggaat tot de 17de eeuw konden worden geregistreerd.

  • Cornelis L. & Sevenants W. 2011: Archeologische prospectie toegangsbrug domein Roosendael - Sint-Katelijne-Waver (provincie Antwerpen), Rapport 2011-1.
  • Tiri W., Bracke M. & Van Looveren J. 2009: Van gasthuis naar landhuis. Archeologisch onderzoek rond het landhuis op domein Roosendael (Sint-Katelijne-Waver), AS-Rapportage 2009-26, Mechelen.

Bracke, Maarten; Cornelis, L.; Sevenants, Walter & Tiri, W. (13-01-2015 )

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Sint-Katelijne-Waver

Sint-Katelijne-Waver (Sint-Katelijne-Waver)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.