Teksten van Stadhuis van Mesen

Stadhuis (beschermingsdossier) ()

Het stadhuis van Mesen sluit aan bij de typologie van stad- en gemeentehuizen die systematisch heropgebouwd werden na de Eerste Wereldoorlog. Vooral in de frontstreek (Westhoek – West-Vlaanderen) was deze heropbouw drastisch en systematisch gezien de graad van verwoesting. Met het oog op uitstraling en representativiteit werd extra aandacht besteed aan de inplanting en vormgeving van de openbare gebouwen, waardoor niet altijd het vroegere voorkomen gerespecteerd werd. Dit is ook het geval voor Mesen, waar het naoorlogse gemeentehuis aan de andere Marktzijde, en feitelijk buiten de historische stadskern, werd ingepland.

Stadhuis, vroeger ook Vredegerecht, naar ontwerp van architect Charles Patris uit de jaren 1920. Indrukwekkend volume dominant aanwezig op het Marktplein. Eclectisch gebouw van negen traveeën en twee bouwlagen met verhoogde begane grond, onder lessenaarsdak(!) (nok evenwijdig met plein, mechanische pannen) met dakruiter (sirene). Baksteenbouw met gebruik van ijzerzandsteen voor de sokkel. Voorgevel: lijstgevel, verticaal geritmeerd door de zgn. Brugse travee, links een hoekrisaliet van twee traveeën; deurrisaliet met kolossale hoekpilasters onder gecementeerd driehoekig fronton waarin het stadswapen, bovendaks bekroond door een open torentje met klokvormige bekroning. Anderzijds, gecementeerde horizontale banden, doorgetrokken bakstenen druiplijst op de bovenste verdieping en geprofileerde dito kroonlijst. Voorgevel met getoogde vensteropeningen op de benedenverdieping (tralies verdwenen), rechthoekige vensters op de bel-etage en rondbogige bovenvensters. Verdiepte borstweringen met decoratief metselwerk. Rondboogdeur. Hoge pui met dubbele steektrap (ijzeren leuning met art-decogetinte uitwerking) die toegang geeft tot de "piano nobile" met ontvangsthal, gekenmerkt door centraal geplaatste eretrap die van op een bordes symmetrisch ontdubbelt. Verder sober interieur met bewaarde decoratieve cementtegels en half beglaasde deuren. Op de hoogste verdieping is een theaterzaal met podium bewaard doch in verwaarloosde toestand. Van architect Charles Patris zijn een aantal woonhuizen gerepertorieerd in het Brusselse Gewest (Elsene, Etterbeek, Sint-Joost-ten-node, Sint-Pieters Woluwe) alle rond de periode 1908-1913 daterend en in eclectische stijl of met art-nouveau-inslag.

  • BEUN I. 1994: Mesen, een kleine stad met een grote geschiedenis, Tijdschrift van het Gemeentekrediet, 48.3, 5-35.
  • BEUN J. 1978: De enclave van Mesen, een aankoop uit 1234, Iepers Kwartier, 14.3, 81-87.
  • BEUN J. 1976: Het Koninklijk Gesticht van Mesen 1776-1976, Iepers Kwartier, 12.2, 39-52.
  • CONSTANDT H. (onder redactie van) 1982: Stad Mesen. Herinneringen en geschiedenis samengevoegd bij de tiende verjaardag van het museum, Mesen.
  • DHONT J. 1941, Bijdrage tot het cartularium van Meesen, Bulletin de la Commission Royale d'Histoire, 56, 95-234.
  • GHEKIERE A. 1982-1983: Messines avant 1914 d'après des cartes postales anciennes, Mémoires de la Société d'Histoire de Commines-warneton et de la Région, 12, 87-100; 13, 287-296.
  • Het gekwetste Gewest – Archievengids van de wederopbouwarchitectuur in de Westhoek, Focus Architectuurarchieven 3, 2009.
  • HUYGHEBAERT N. 1979: Adela van Frankrijk, gravin van Vlaanderen, stichteres van de abdij van Mesen (ca. 1017-1079), Iepers Kwartier, 15.33, 76-132.
  • SMETS M., De Belgische Wederopbouw na 1914, Wonen TABK, 4-5/83.
  • RESURGAM. De Belgische wederopbouw na 1914, tentoonstellingscatalogus, 1985.
  • RONSE A., RAISON T. 1918: Fermes-Types et constructions rurales en West-Flandre, 2 delen, Brugge.
  • TERRIER H. 1912: Histoire de l’ancienne abbaye de Messines, Ieper.
  • THAILLE, P. de 1999: Charles Patris, Encyclopedie van de Art nouveau, deel 1, Noordoostwijk Brussel, Wetenschappelijke uitgaven Sint-Likasarchief, 122.

Bron: Beschermingsdossier DW002466
Auteurs:  Decoodt, Hannelore
Datum:


Je kan deze pagina citeren als: Decoodt, Hannelore: Stadhuis van Mesen [online], https://id.erfgoed.net/teksten/128861 (geraadpleegd op )


Stadhuis ()

Stadhuis, vroeger ook Vredegerecht, naar ontwerp van architect C. Patris (Elsene) uit de jaren 1920. Eclectisch gebouw van negen traveeën en twee bouwlagen met verhoogde begane grond, onder lessenaarsdaken (nok parallel aan het plein, mechanische pannen) met dakruiter (sirene). Baksteenbouw met gebruik van ijzerzandsteen voor de sokkel. Verticaal geritmeerde lijstgevel zie Brugse travee, links hoekrisaliet, deurrisaliet met kolossale hoekpilasters onder gecementeerd driehoekig fronton waarin het stadswapen, en vier geprofileerde schoorstenen die aanzetten vanaf de gootlijst. Anderzijds, gecementeerde horizontale banden, doorgetrokken bakstenen druiplijst op de bovenste verdieping en geprofileerde dito kroonlijst. Getoogde benedenvensters met tralies, rechthoekige belétage- en rondbogige bovenvensters. Rondboogdeur. Hoge pui waarin deurtje; dubbele steektrap met gietijzeren leuning. Sober interieur.

  • Algemeen Rijksarchief, Dienst der Verwoeste Gewesten, 5104.

Bron: Delepiere A.-M. & Huys M. 1991: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie West-Vlaanderen, Arrondissement Ieper, Kantons Mesen - Wervik - Zonnebeke, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 11N3, Brussel - Turnhout.
Auteurs:  Delepiere, Anne Marie, Huys, Martine
Datum:


Je kan deze pagina citeren als: Delepiere, Anne Marie; Huys, Martine: Stadhuis van Mesen [online], https://id.erfgoed.net/teksten/32784 (geraadpleegd op )