Parochiekerk Sint-Medardus

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Knesselare
Deelgemeente Ursel
Straat Urseldorp
Locatie Urseldorp zonder nummer, Knesselare (Oost-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Knesselare (adrescontroles: 22-01-2008 - 22-01-2008).
  • Inventarisatie Knesselare (geografische inventarisatie: 01-01-1994 - 31-12-1994).
Links

Juridische gevolgen

is beschermd als monument Parochiekerk Sint-Medardus

Deze bescherming is geldig sinds 30-01-2013.

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Parochiekerk Sint-Medardus

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

omvat de bescherming als monument Parochiekerk Sint-Medardus: toren en koor
gelegen te Urseldorp zn (Knesselare)

Deze bescherming is geldig sinds 28-12-1936.

Beschrijving

Ingeplant op een hoogterug in de westpunt van een vermoedelijk tot de Frankische periode opklimmende driehoekige dries. Omringend kerkhof en ijzeren omheining verdwenen bij de verbreding van de Eekloseweg circa 1966.

Historiek

Eerste vermelding van een kerk in 1171 waarbij het altaar van "Ursele" samen met dit van Zomergem, Merendree, Knesselare en Gottem door de Doornikse bisschop geschonken werd aan het kapittel van Doornik. Bij de afpaling van de parochies bij het Bulskampveld in 1242 werden ook de grenzen van de parochie Ursel vastgelegd. De oudste elementen in de huidige kerk, de zware kruisingspijlers en basis van de kruisingstoren van breuk- en veldsteen verwijzen mogelijk naar een eerste romaans kerkje opklimmend tot de 12de eeuw. Vermoedelijk na de vernieling van het dorp door de Gentse Witte Kaproenen in 1381 werd de kerk heropgebouwd in de vorm van een Latijns kruis met kruisingstoren in vroeg-gotische stijl. De behouden achthoekige klokkenkamer van Balegemse zandsteen verwijst duidelijk naar deze bouwfase. Transept en kooraanleg gaan vermoedelijk ook tot deze periode terug. De oudst bewaarde kerkrekeningen dateren uit de 16de eeuw: in 1558 is onder meer sprake van een soort noordbeuk, afgedekt met stro. Belangrijke restauraties begin 17de eeuw met onder meer "vermaken van het belfort van de toren" in 1619, herstellen van deur en torendak, schilderen van de kerk en plaatsen van een kruisbeeld in het schip in 1620. In 1664 nieuwe beuk aan zuidzijde en pijlers geplaatst; nieuwe preekstoel aangekocht in 1667.

Sacristie gebouwd in noordoostelijke hoek in 1742; de oude sacristie wordt het linkse zijkoor van het Heilig Kruis. De huidige zijbeuken dateren van 1760 en 1781. Op het kruis van het koor staat het jaartal 1771, mogelijk verwijzend naar een verbouwing. Verdere aanpassingen in 1839-1840 met vernieuwen van pijlers en verhogen van bogen en gewelven onder een nieuw dak. Bouwen van een nieuwe sacristie in zuidoostelijke hoek in 1849. Nieuwe uitbreiding van de kerk naar het westen toe met 7 meter en nieuwe voorgevel in neogotische stijl naar ontwerp van architect K. Bruggheman in 1865. Vernieuwen van veertien vensters in neogotische stijl (voorheen steekboogvormig) in 1872 en heropenen van het oostelijke koorvenster met plaatsing van glasramen in 1889 - 1893, uitgevoerd door N. Bouckaert (Gent). Vanaf 1870 ook verrijking van het interieur met onder meer nieuwe neogotische altaren, beelden, een kruisweg, nieuwe vloer en polychrome beschildering. Grondige restauratie in 1966 door architect Adrien Bressers met volledig vernieuwen van dak en dakspanten, vervangen van de gewelven in de zijbeuken en restaureren van toren en ramen. Een deel van het kerkhof, de omheining ervan en het knekelhuisje met calvarie tegen de zuidgevel verdwenen toen ook. Binnenschilderwerken uitgevoerd in 1975-76 en nieuwe restauratiebeurt voorzien.

Beschrijving

De huidige plattegrond ontvouwt een driebeukige hallenkerk met kruisingstoren, schip en zijbeuken van vijf traveeën, niet uitspringend transept en koor van twee traveeën met driezijdige apsis. Oude sacristie, thans berging in noordoostelijke hoek, nieuwe sacristie in het zuidoosten. Eén groot afdekkend zadeldak (leien) en hoge naaldspits op toren. Opgetrokken uit baksteen, met uitzondering van de westgevel volledig witgekalkt en toren van Balegemse zandsteen op basis van veldsteen. Bakstenen westgevel met centrale hoger oplopende travee met brede puntgevel afgelijnd door achthoekige torentjes onder leien naaldspits. Horizontale geleding door nieuwe natuurstenen kordons. Spitsboogdeur onder waterlijst en hoog spitsboogvenster met drieledige tracering naar gotisch model. Identieke vensters met tweeledige tracering in de zijbeuken. Begrenzende versneden steunberen. Verankerde witgekalkte zijgevels, aan de zuidzijde gestut door versneden steunberen, doorbroken door hoge spitsboogvensters met tweeledige tracering naar gotisch model, bij de vensters van de tweede tot de vijfde travee met sporen van omvorming in 1872. Sporen van vroegere zijingangen in de tweede travee, gedicht in 1865. Achthoekige kruisingstoren van veldsteen en klokkenkamer van Balegemse zandsteen, doorbroken door spitsboogvormige galmgaten tussen omlopende aflijnende waterlijsten; vier uurwerken naar de vier windstreken. Koor met centrale driezijdige apsis gestut door versneden steunberen, voorzien van hoge spitsboogvensters met gotische tracering en glas in lood. Links, rechts en achteraan rechthoekige uitbouwen onder leien schilddaken.

Interieur: voorheen polychroom, thans egaal grijsgeschilderde hallenkerk met iets hogere middenbeuk, van de zijbeuken gescheiden door spitsboogarcaden op Toscaanse zuilen en overwelfd door gedrukte tongewelven, in het schip opgedeeld door vlakke gordelbogen op guttae. Kruising met zware kruispijlers waarvan twee armen in het transept in breuksteen vrijgemaakt werden. Hoogkoor overwelfd met houten spitstongewelf.

Mobilair. Beeldhouwwerk: Piëta geschonken door de heer Borluut, geschilderd hout, door Mathias Zens, 1883;

Hoofdaltaar toegewijd aan Heilige Drievuldigheid, gift van de heer Borluut, door Mathias Zens, 1884.

Noordelijk zijaltaar van Onze-Lieve-Vrouw, portiekaltaar met schilderij: "Onze-Lieve-Vrouw schenkt rozenkrans aan Heilige Dominicus" door J.D: Coninckx (Mechelen) geschonken door C. De Neve, 1870; zuidelijke zijaltaar van Heilig Kruis, portiekaltaar met schilderij: "De vinding van het Heilig Kruis" door J.D: Coninckx, geschonken door E. Bruggeman, 1869; houten koorlambriseringen met zitbanken, vernieuwd in 1757 (?); preekstoel, eik in barokstijl, 1667; drie 18de-eeuwse biechtstoelen, elk, onder meer één gedateerd 1726.

Orgel vernieuwd in 1749 door P. van Peteghem met behoud van enkele elementen uit het oude orgel van 1664, met nieuw doksaal en orgelkast met op fronton rozet met voorstelling van Koning David met zijn harp; wijzigingen door L. Lovaert (Nevele) in 1844, opgepoetst door P. van Peteghem in 1858, gerestaureerd en verplaatst in 1866 door M. van Peteghem en J. Vergaert (Gent) hersteld en onderhouden door J. Deprez (Gent) in 1903-17 en gewijzigd in 1947 door L. Daem (Appelterre); kruisweg, gesigneerd en gedateerd J.D: Coninckx, 1878.

  • Archief Bestuur voor Monumenten en Landschappen, Buitendienst Oost-Vlaanderen.
  • DE POTTER F. & BROECKAERT J., Geschiedenis van de gemeenten der provincie Oost-Vlaanderen, reeks I, deel 6, Gent, 1864- 1870, p. 21-30.
  • MOELAERT R.-RYSERHOVE A., Heemkundige speurtocht door Ursel, in Ons Meetjesland, IX, 2, 1976, p. 42-72.
  • VANDENBUSSCHE-VAN DEN KERKHOVE C. & RENARD R., Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen, Provincie Oost-Vlaanderen, Kanton Zomergem, Brussel, 1975, p. 25-26.
  • VAN DE VEIRE D., Ursel en de St.-Medarduskerk, onuitgegeven eindwerk PHO, Ten Doom, Eeklo, 1987-1988.

Bron: Bogaert C., Lanclus K. & Verbeeck M. 1994: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Oost-Vlaanderen, Arrondissement Gent, Kantons Waarschoot - Zomergem, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 12N5, Brussel - Turnhout.

Auteurs: Bogaert, Chris & Lanclus, Kathleen

Datum tekst: 1994

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Urseldorp

Urseldorp (Knesselare)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.