Klooster Onze-Lieve-Vrouw van Barmhartigheid

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Antwerpen
Gemeente Mechelen
Deelgemeente Mechelen
Straat Drabstraat, Begijnenstraat
Locatie Drabstraat 6A, 8, 8A-C, 10, 101A, 102A, Begijnenstraat 50, 50A, Mechelen (Antwerpen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Mechelen historische binnenstad (actualisaties: 01-01-2007 - 06-12-2007).
  • Adrescontrole Mechelen historische binnenstad (adrescontroles: 10-12-2007 - 10-12-2007).
  • Inventarisatie Mechelen historische binnenstad (geografische inventarisatie: 01-01-1982 - 31-12-1982).
  • Project beschermingsdatabank 2013-2016 (beschermingen: 01-01-2013 - 30-06-2016).
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Klooster Onze-Lieve-Vrouw van Barmhartigheid

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

omvat de bescherming als monument Hooghuys
gelegen te Drabstraat 10 (Mechelen)

Deze bescherming is geldig sinds 19-06-1997.

Beschrijving

Klooster van de zusters van Onze-Lieve-Vrouw van Barmhartigheid, ontstaan in 1854 toen deze congregatie door kanunnik Scheppers werd gesticht. De congregatie groeide uit een vereniging van godvruchtige dames die zich sedert 1819 bezig hielden met de verzorging van oude vrouwen en het onderwijs van arme kinderen.

Complex van 16de-, 17de-, 19de- en 20ste-eeuwse gebouwen op onregelmatig grondplan ingeplant rondom een onregelmatige binnenplaats die in twee is gedeeld door een gesloten galerij. Het klooster is gelegen tussen de Drab- en de Begijnenstraat.

De vleugel aan de Drabstraat is het resultaat van het samenvoegen en verbouwen van oudere diephuizen in de 19de eeuw: geheel van vier gecementeerde gebouwen op arduinen plint; links vooruitspringende en verankerde puntgevel, genaamd Hooghuys, uitziend op de Melaan; drie traveeën en twee bouwlagen onder steil leien zadeldak; aangepaste rechthoekige vensters met arduinen lekdrempels en rolluikkasten; top van twee geledingen met drie rechthoekige vensters onderaan en twee met houten luik bovenaan. Rechterzijgevel van een zichtbare travee. Verankerde achtergevel, eenvoudige rechthoekige vensters; drieledige top met onderaan een rechthoekig venster met houten luik en rechts een zandstenen kruiskozijn onder bakstenen ontlastingsboog; rechthoekig bovenvenster; zandstenen latei en onderdorpel, houten luik.

Rechts: drie gebouwen van elk drie bouwlagen, geüniformeerde gevelordonnantie uit de 19de eeuw, niettegenstaande verschillen qua bouwlaaghoogten; rechthoekige vensters en witgeschilderde rolluikkasten op de onderste bouwlaag; eerste gebouw onder pseudomansardedak (platen); lijstgevel - enkelhuisopstand - van vijf traveeën en links rechthoekige poort in arduinen omlijsting onder geprofileerde kroonlijst op gegroefde consoles; zandstenen neuten en schamppalen; oorspronkelijk houten kroonlijst op klossen, heden vernieuwd. Fragmentarisch bewaarde muurankers: "1.4.", volgens A. Reydams "1647". Tweede lager gebouw onder zadeldak (Vlaamse pannen), verankerde lijstgevel van vijf traveeën met centrale houten deur in arduinen rechthoekige omlijsting onder uitstekende druiplijst, rechtstanden met gegroefde consoles en dropmotief; bovendorpels op tweede bouwlaag. Fragmentarisch bewaarde jaarankers "1635".

Derde gebouw eveneens onder pseudomansardedak; afgeronde vorm, voorts gelijkaardig uitzicht; latere uitbreiding uit het laatste kwart van de 19de eeuw, ter vervanging van vier huizen (waarvoor bouwaanvraag van 1888).

Gevels aan binnenplaatszijde

Ten westen van binnenkoer: achtergevels van de gebouwen aan de Drabstraat; links lijstgevel van zeven traveeën met rechthoekige vensters en arduinen lekdrempels; vervolgens een verankerde dubbele topgevel en een vooruitspringende topgevel, respectievelijk van drie en twee traveeën; beide opgetrokken in traditionele bak- en zandsteenstijl; eerste en tweede bouwlaag gemarkeerd door eenvoudige rechthoekige vensters met arduinen lekdrempels en bakstenen ontlastingssysteem wijzend op oorspronkelijke kruiskozijnen; gedicht kloosterkozijn; bakstenen ontlastingssysteem. Eerste bouwlaag grotendeels verborgen door gesloten beglaasde galerij. Derde bouwlaag van dubbele topgevel links gemarkeerd door lager geplaatst centraal korfboogvenster met arduinen lekdrempel en zandstenen imposten, geflankeerd door twee kleinere met houten luik, rechts voormalig kruiskozijn, heden rondboogvenster; gedicht kloosterkozijn. De drie toppen met muurvlechtingen en een overhoeks topstuk worden respectievelijk gemarkeerd door een korfboogvormig laadvenster, een gedicht rechthoekig venstertje en een lager geplaatst rondboogvenster geflankeerd door twee kleinere onder ovaal oculus.

Ten noorden en oosten van de binnenkoer: L-vormige constructie in neogotische stijl waarvan de oostvleugel uitziet op de Begijnenstraat; opgetrokken in 1911 (inwijding 1912) onder leiding van bouwmeester Edmond Peel. Gebouw van rode baksteen, verlevendigd door gesinterde baksteen en natuursteen; lijstgevels van respectievelijk acht en zeven traveeën en drie bouwlagen onder zadeldak (mechanische pannen); natuurstenen sokkel waarin getraliede keldergaten; traveeën gemarkeerd door doorlopende lisenen getooid door sierankers en verschillende venstertypes; overhoekse en rechte muizentandfries; druiplijst tussen eerste en tweede bouwlaag; dakkapellen.

De noordvleugel is verbonden met de vermelde trapgevel door middel van een constructie van drie traveeën en onder vernieuwd leien zadeldak; eenvoudige steekboogramen met arduinen lekdrempels.

In het verlengde van de oostvleugel bevindt zich de neogotische ontoegankelijke kapel van zeven traveeën, gemarkeerd door versneden steunberen onder zadeldak (Vlaamse pannen) met zeskantige klokkenruiter; spitsboogvensters onder druiplijst.

Ten zuiden van binnenkoer: gebouw van twee traveeën en drie bouwlagen onder plat dak, dat de kapel verbindt met de westvleugel; eenvoudige rechthoekige vensters met arduinen lekdrempels.

Straatzijde van de oostvleugel: lijstgevel van tweeëntwintig traveeën gemarkeerd door doorlopende lisenen en gekoppelde tweelichten; twee spitsboogpoorten onder rechthoekig getralied bovenlicht waarboven nis voor heiligenbeeld; voorts gelijkaardig uitzicht als binnenkoergevels. Nagenoeg blinde zijgevel met aanzet van schoorsteen en twee kleine getraliede vensters.

  • STADSARCHIEF MECHELEN, Berlemont F., Persoonlijk archief: Drabstraat (Archief 1888/22).
  • REYDAMS A., De namen en korte geschiedenis der huizen van Mechelen, Mechelen, 1896.

Bron: Eeman M., Kennes H. & Mondelaers L. 1984: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Mechelen, Binnenstad, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 9N, Brussel - Gent.

Auteurs: Eeman, Michèle; Kennes, Hilde & Mondelaers, Lydie

Datum tekst: 1984

Aanvullende informatie

Het Hooghuys is een imposant middeleeuws gebouw dat bestaat uit een hoofdgebouw op rechthoekig plan en een kleiner en smaller achterhuis, beide opgericht in bak- en zandsteenstijl. Het hoofdgebouw heeft een puntgevel aan de straatzijde en een trapgevel langs de achterzijde. Het hoofdgebouw bezit een indrukwekkende en zeldzame dakstructuur met gaaf bewaarde spanten samengesteld uit boven elkaar geplaatste jukken. Op de zolder bevindt zich een groot rad dat diende als heftoestel. De structuur van het gebouw dateert vermoedelijk uit de 16de eeuw, het interieur werd aangepast in het begin en het derde kwart van de 19de eeuw. Hiervan getuigen de stucplafonds, deuren, ramen met sierlijke spanjoletten, schouwen en trappen in empire en eclectische stijl.

  • Onroerend Erfgoed, digitaal beschermingsdossier DA002138, Drabstraat 10, (BRENDERS F., 1997).

Brenders, Francis (20-01-2015 )

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Begijnenstraat

Begijnenstraat (Mechelen)

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Drabstraat

Drabstraat (Mechelen)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.