Dominicanenklooster

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Antwerpen
Gemeente Mechelen
Deelgemeente Mechelen
Straat Edgard Tinellaan, Goswin de Stassartstraat
Locatie Edgard Tinellaan 4, Goswin de Stassartstraat 88-90, Mechelen (Antwerpen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Mechelen historische binnenstad (actualisaties: 01-01-2007 - 06-12-2007).
  • Adrescontrole Mechelen historische binnenstad (adrescontroles: 10-12-2007 - 10-12-2007).
  • Inventarisatie Mechelen historische binnenstad (geografische inventarisatie: 01-01-1982 - 31-12-1982).
Links

Juridische gevolgen

is beschermd als monument Dominicanenklooster

Deze bescherming is geldig sinds 19-08-1980.

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Dominicanenklooster

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

Beschrijving

De predikheren kwamen naar Mechelen in 1651 en verkregen in 1652 toestemming om een klooster met kleine kapel op te richten; inwijding in 1689; in 1729 bouw van de kerk gezien de kapel te klein was geworden; inwijding in 1736. De predikheren werden in 1796 door de Fransen verjaagd, het klooster werd in 1798 verkocht aan het bestuur der Godshuizen en ingericht als bejaardentehuis; militair hospitaal vanaf 1809. De kerk bleef tot 1814 door de Fransen gebruikt als oefenplaats, nadien ingericht als krijgsarsenaal waarbij onder meer de toren werd weggebroken; twee verdiepingen werden aangebracht in de kerk. Het klooster bleef militair hospitaal; de marmeren vloer werd opgebroken en de deuren weggehaald. Tot 1975: "kazerne Generaal Delobbe". Sinds 1977 overgenomen door de stad. Heden zonder bestemming.

Het voormalige klooster omvat vier vleugels ingeplant rondom een vierkante binnenplaats; kerk aangebouwd tegen de zuidvleugel. Tegen de oostvleugel werd eind 19de-begin 20ste eeuw een neogotische kapel gebouwd. Het geheel is deels ingebouwd en aan de Edgard Tinellaan afgesloten door een bakstenen muur, geritmeerd door steunberen. Het onderste gedeelte is een overblijfsel van de 13de-eeuwse stadsmuur. Tegen het eigenlijke kloosterpand en ook tegen de afsluitingsmuur bevinden zich verscheidene latere bijgebouwen. In een van de bijgebouwen ten westen van het kloosterpand bleef een 17de-eeuwse kern bewaard.

Kloosterkerk. De plattegrond van de totaal vervallen barokkerk vertoont een driebeukige transeptloze basiliek van zes traveeën en een koor van twee rechte traveeën met driezijdige sluiting. Het geheel is opgetrokken uit baksteen met verwerking van zandsteen (onder meer lijstwerk, steigergaten, vensteromlijstingen, negblokken van de pilasters).

De westgevel werd nooit voltooid; de begane grond van drie traveeën met zandstenen parement is geordonneerd door Dorische pilasters gekoppeld opgesteld aan weerszij van de middentravee; arduinen portiek met driekwartzuilen geplaatst voor geblokte pilasters; gekornist hoofdgestel onder gebroken fronton met cartouche; rondboogpoort in eenvoudige omlijsting met rolwerksluitsteen. Beide zijbeuken, onder lessenaarsdak, vertonen aan de westkant een rondboogvenster in vlakke omlijsting onder druiplijst. Verankerde bakstenen geveltop met gedicht rondboogvenster. De zijgevels van het schip onder zadeldak (golfplaten), zijn eenvoudig gehouden. Traveeën geritmeerd door pilasters; gedichte rondboogvensters met bewaarde ijzeren roeden, in vlakke zandstenen omlijsting onder druiplijst. In de zijgevel van zuidelijke zijbeuk gelijkaardige doch grotere en niet gedichte vensters; zandstenen muurbanden.

De zijgevel van noordelijke zijbeuk werd aangebouwd tegen zuidelijke kloostervleugel. De koortraveeën, geritmeerd door versneden pilasters, vertonen hoge, deels gedichte rondboogvensters met latere rechthoekige vensters voorzien van arduinen onder- en bovendorpel. Tegen de zuidzijde een lage aanbouw.

Interieur: schip van zes traveeën gemarkeerd door bepleisterde natuurstenen zuilen op achthoekig basement en met eenvoudige Toscaanse kapitelen, verbonden door rondbogen, later verlaagd tot steekbogen. Gedrukt, régence getint gewelf met versierde gordelbogen (1733 gedateerd) die rusten op de kapitelen van een zware kroonlijst boven vermelde rondboogarcade. Gelijkaardig gewelf in de zijbeuken. Gekasseide vloer.

Links van de kerk, op de hoek van de zuid- en westvleugel het ingangsportaal van het klooster: barok korfboogpoortje in geprofileerde geblokte omlijsting van zandsteen, met wapenschild in sluitsteen. Bekronende gekorniste druiplijst en nis geflankeerd door siervazen op voluten rustend en door gebogen fronton bekroond.

Klooster. De vier bepleisterde, voorts vrij sobere kloostervleugels onder aaneengesloten leien zadeldaken zijn ingeplant rondom een vierkante binnenplaats. Aan deze zijde, gevels van zeven traveeën en twee bouwlagen op gepikte plint. Eenvoudige rondboogvensters op de benedenverdieping; boven voormalige kruiskozijnen omgevormd tot steekboogvensters met tot druiplijst doorgetrokken onderdorpels. Behouden ordonnantie; steigergaten en lelieankers; later aangebrachte dakkapellen. Meer uitgewerkte zuidvleugel: rondboogvormige bovenvensters in omlijsting met neuten, onder doorgetrokken druiplijst met sluitsteen; centrale poort in latere omlijsting. Op de begane grond kloostergang inwendig overdekt door bepleisterde, gedrukte gewelven versierd met stucwerk; gordelbogen met casementen opgevangen op consolen. Op de bovenverdieping, waar eertijds vermoedelijk de bibliotheek was ingericht, bevindt zich een gedrukt barokgewelf met versierde gordelbogen rustend op mooie consooltjes.

De gevels aan straatzijde vertonen een verschillend aantal traveeën en latere aanpassingen, vermoedelijk deels uit het begin van de 19de eeuw bij de aanpassing als kazerne (onder meer de poortomlijstingen); voormalige kruiskozijnen verbouwd tot steekboogvensters met tot druiplijst doorgetrokken onderdorpels op de bovenverdieping; bewaarde doorgetrokken onder- en tussendorpels. Het oorspronkelijke dakgebint van het kloosterpand bleef uitstekend bewaard. Latere aanbouwsels.

In de oksel van de oost- en zuidvleugel: traptoren met stenen wenteltrap.

Kapel. Eénbeukige kapel van drie traveeën, transept en halfronde koorsluiting voorzien van vijf spitsboogvensters. Westgevel verbonden met de oostelijke kloostervleugel. Neogotische baksteenconstructie van eind 19de-begin 20ste eeuw afgedekt met leien zadeldak. Westpuntgevel waarvan de top is afgewerkt met natuurstenen lijst bekroond met een kruis. Langsgevels verlicht door gekoppelde spitsboogvensters telkens gevat in een rechthoekige nis met overhoekse baksteenfries tussen steunberen. Transepten, eveneens onder zadeldak, hebben gelijkaardig opgevatte puntgevels, afgelijnd met natuursteen; oculus in spitsboognis.

Interieur: houten tongewelf.

Bron: Eeman M., Kennes H. & Mondelaers L. 1984: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Mechelen, Binnenstad, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 9N, Brussel - Gent.

Auteurs: Eeman, Michèle; Kennes, Hilde & Mondelaers, Lydie

Datum tekst: 1984

Aanvullende informatie

Na restauratie zal het predikherenklooster te Mechelen worden herbestemd als bibliotheek (persbericht 25 april 2014).

Auteur niet publiek (28-04-2014 )

Bij opgravingen in 1977 werd de fundering van een zuil van de eerste dominicanenkerk, een sierput met talrijke archaeologica, een wandelpad en twee waterreservoirs aangetroffen, allen daterend uit de 17de eeuw. Er werden ook een reeks 19de-eeuwse glazen medicijnflesjes gevonden, die in verband kunnen gebracht worden met het militair hospitaal dat toen in het klooster was gevestigd.

  • Centrale Archeologische Inventaris, CAI ID 102447 Dominicanenklooster.

Mortier, Sophie (03-03-2015 )

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Edgard Tinellaan

Edgard Tinellaan (Mechelen)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.