Begijnhofkerk Sint-Alexius en Catharina

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Antwerpen
Gemeente Mechelen
Deelgemeente Mechelen
Straat Nonnenstraat
Locatie Nonnenstraat 28, Mechelen (Antwerpen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Mechelen historische binnenstad (actualisaties: 01-01-2007 - 06-12-2007).
  • Adrescontrole Mechelen historische binnenstad (adrescontroles: 10-12-2007 - 10-12-2007).
  • Inventarisatie Mechelen historische binnenstad (geografische inventarisatie: 01-01-1982 - 31-12-1982).
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Begijnhofkerk Sint-Alexius en Catharina

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

is beschermd als monument Groot Begijnhof: begijnhofkerk Sint-Alexius en -Catharina

Deze bescherming is geldig sinds 25-03-1938.

is deel van de aanduiding als unesco werelderfgoed kernzone Groot Begijnhof

Deze aanduiding is geldig sinds 02-12-1998.

is deel van de bescherming als stads- of dorpsgezicht, intrinsiek Groot Begijnhof

Deze bescherming is geldig sinds 12-07-2012.

is deel van de bescherming als stads- of dorpsgezicht, intrinsiek Groot Begijnhof: gedeelte

Deze bescherming is geldig sinds 02-05-1985.

Beschrijving

Barokke kerk gelegen in de Nonnenstraat aangevat in 1629 naar ontwerp van Jacob Franquart en de bouwkundige P. Huyssens. In 1638 reeds in gebruik hoewel de inwijding door G. Nemius, bisschop van Antwerpen pas in 1647 plaats vond. Na de dood van J. Franquart (1640) voltooid door Lucas Fayd'herbe. In 1798 werd de kerk geveild en pas in 1814 opnieuw in gebruik genomen. Volgens J. Schoeffer stond hier oorspronkelijk een andere kerk die in 1596 door M. Van den Hove, aartsbisschop van Mechelen, werd ingewijd. Delen van deze kerk zouden in de huidige bewaard zijn.

De plattegrond vertoont een driebeukige zandstenen zaalkerk van zes traveeën onder leien bedaking, vijfzijdige koorsluiting en achter het koor een oosttoren geflankeerd door twee zijruimten (onder meer de sacristie).

De plastisch uitgewerkte westgevel kan beschouwd worden als typevoorbeeld van barokarchitectuur. Gevel met drie registers, vernauwend naar de top met respectievelijk vijf, drie en een travee, laatstgenoemde onder driehoekig fronton. Superpositie van respectievelijk Dorische en Korinthische pilasters en halfzuilen (in de middentravee) op gekorniste plint, die telkens een hoofdgestel dragen bestaande uit een blinde fries en geprofileerde en gekorniste kroonlijst. Flankerende monumentale voluten en siervazen. Blinde zijtravee naast uitgewerkte middentravee die de hoofdingang bevat en bekroond wordt door een sterk gekornist en geprofileerd gebroken fronton; rondboogportaal in omlijsting met kwartholbeloop; imposten en rolwerksluitsteen; bekronend hoofdgestel met bladerwerkfries op volutenconsoles; gevelsteen met verweerde inscriptie; onversierde houten poort.

Boven de ingang: rondboognis ingeschreven in rechthoekige omlijsting met neuten, gekantonneerd door langgerekte voluten en bekroond door driehoekig fronton waarin lauwerkrans; Heilige Catharinabeeld met schelpmotief boven het hoofd, door L. Fayd'herbe.

In het tweede register: rondboogvenster in verweerde rechthoekige omlijsting met oren en neuten eveneens gekantonneerd door langgerekte voluten; bekronend gebroken fronton met verweerde cartouche; tweede cartouche onder het venster. Geveltop gemarkeerd door rondboognis met een in de druiplijst opgenomen sluitsteen. In de nis: beeld van God de Vader, eveneens van L. Fayd'herbe.

Zijgevels op sokkel met kwarthollijst, geritmeerd door steunberen uitlopend op langgerekte voluten. Rondbogige bovenvensters (schip) in zandstenen omlijsting op neuten en onder druiplijst. Vensters van de zijbeuken in geprofileerde omlijsting met oren en een in de druiplijst opgenomen sluitsteen, geprofileerde kroonlijst op modillons; kleine dakkapellen.

In de noordelijke zijgevel ter hoogte van vierde travee: portaal van natuursteen opgetrokken in het laatste kwart van de 19de eeuw naar ontwerp van Henri Meyns; twee traveeën en een bouwlaag; getoogd venster in kwartholomlijsting, oren, neuten en druiplijst; korfboogdeur eveneens in kwartholomlijsting, bekronend oculus en druiplijst.

Trapezoïdale oostgevel, gevormd door een travee brede aanzet van de toren, geflankeerd door de twee traveeën brede buitenmuur van de zijruimten; beide van één bouwlaag onder verspringend lessenaarsdak en gemarkeerd door getoogd venster en een verhoogd rechthoekig deurtje onder rechthoekig getralied bovenlicht en fraaie luifel.

Onvoltooid gebleven vierkante oosttoren: drie duidelijk gescheiden geledingen op zandstenen sokkel; versneden hoeksteunberen, uitlopend op langgerekte voluten. In de oostzijde: sokkel onderbroken door muuropening met afgeronde hoeken en flankerende oculi; in de eerste geleding: korfboogvenster in zandstenen omlijsting met neuten, onder druiplijst met sluitsteen en steekboogvenster, gekantonneerd door langgerekte voluten; tweede geleding blind aan oostzijde; noord- en zuidzijde: rechthoekige muuropening in verweerde zandstenen omlijsting met oren en neuten; relatief grote sluitsteen en bekronend gebogen fronton dat sterk geprofileerd is; derde geleding gemarkeerd door vier gelijkaardige zijden: spaarnis met rondboogvormig galmgat in kwartholomlijsting met neuten en een in de druipliist opgenomen sluitsteen.

Interieur. Italianiserende opstand: tussen schip en zijbeuken, rondboogarcades op pijlers, opgesmukt door Korinthische pilasters die een hoofdgestel dragen bestaande uit eier-, tand- en gekorniste kroonlijst; aanvullende versiering: acanthusmodillons en casementen met rozetversiering. Overwelving naar traditioneel patroon doch met barokke versiering. Kruisribgewelven met gordelbogen voorzien van casementen, geprofileerde ribben opgevangen door uitgewerkte consooltjes; half straalgewelf boven het koor. Bovenvensters van het schip: zes rondboogvensters in beschilderde omlijsting; zijbeuken gemarkeerd door getoogde vensters in geprofileerde omlijsting gekantonneerd door langgerekte voluten.

Het interieur werd in 1910 volledig door Frans van Rickstal en Jan Bertens geschilderd in onder meer roze, turkoois, beige en lichtblauw.

Mobilair. Barok hoofdaltaar (1671) opgetrokken uit zwart en wit marmer met aan weerszijden de beelden van de twee patroonheiligen van de kerk, Alexius en Catharina, toegeschreven aan J. van der Steen. Mooi bewerkte biechtstoelen en communiebank door J.F. Boecstuyns (1684-1701). Orgelkast door atelier van Pyperseel (1783) op het doksaal. In de sacristie bevindt zich de grootste schat: het kruisbeeld van Jérome Duquesnoy, de jongere (1602-1654). Voorts rijke verzameling schilderijen onder meer van Jan Cossiers (1600-1671), T. Boeyermans en Luc Franchoys de jongere (1615-1681).

  • CONINCKX H., Uit de rekeningen van het bouwen der Begijnenkerk, in Handelingen van de Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen, 1926, 41-51.
  • VERMUYTEN F., Het begijnhof van Mechelen en zijn kerk, Antwerpen, 1973.

Bron: Eeman M., Kennes H. & Mondelaers L. 1984: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Mechelen, Binnenstad, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 9N, Brussel - Gent.

Auteurs: Eeman, Michèle; Kennes, Hilde & Mondelaers, Lydie

Datum tekst: 1984

Relaties

maakt deel uit van Nonnenstraat

Nonnenstraat (Mechelen)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.