Parochiekerk Sint-Agatha

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Oosterzele
Deelgemeente Landskouter
Straat Bakkerstraat
Locatie Bakkerstraat zonder nummer, Oosterzele (Oost-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Oosterzele (actualisaties: 09-04-2008 - 10-04-2008).
  • Adrescontrole Oosterzele (adrescontroles: 27-02-2008 - 27-02-2008).
  • Inventarisatie Oosterzele (geografische inventarisatie: 01-01-1989 - 31-12-1989).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Parochiekerk Sint-Agatha

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

is beschermd als monument Parochiekerk Sint-Agatha

Deze bescherming is geldig sinds 28-12-1936.

Beschrijving

Oudste vermelding van de kerk teruggaand tot 1155 toen de bisschop van Kamerijk het patronaatschap afstond aan de Gentse Sint-Baafsabdij. Oorspronkelijk toegewijd aan de Heilige Blasius, later (vermoedelijk sinds de 18de eeuw) aan Sint-Agatha die als bedevaartheilige in de kapel werd bezocht voor borstziekten. Volgens een legende zou een Franse prinses lijdend aan een ongeneeslijke borstkwaal zich tot Sint-Agatha hebben gewend en uit dankbaarheid voor genezing de kapel te Landskouter hebben vervangen door een kerk.

Het omringend kerkhof was vroeger omheind door een lage zandstenen muur die in de tweede helft van de 19de eeuw werd gesloopt om als restauratiemateriaal te dienen voor de kerk. Sindsdien omhaagd. Voorheen met ijzeren toegangshek tegenover de noordkant tussen twee vierkante pijlers met beraping en siervaasbekroning. Waarschijnlijk oorspronkelijk een laatromaanse zaalkerk met westtoren uit de 12de eeuw nadien uitgebreid met transept en koor en verscheidene malen aangepast. Herstellingswerken in de 19de eeuw onder meer door architect de Perre-Montiguy in 1874. Recent gerestaureerd (circa 1980) onder leiding van architectenbureau Bressers.

De huidige parochiekerk is een typische kleine plattelandskerk in overgangsstijl romaans-gotisch. Plattegrond: eenbeukige kruiskerk met schip van drie traveeën, ongelijke transeptvleugels van één travee, recht afgesloten koor van twee traveeën en zware vierkante westtoren. Overwegend opgetrokken uit witgele zandsteen in regelmatig metselverband, afkomstig uit de steengroeven van de Betsberg (grens Landskouter/Oosterzele). Stroken metselwerk van onregelmatige Doornikse grijze steen boven de 1 meter hoge omlopende zandstenen sokkel, in de torengevels en in de zijgevels van het schip, mogelijk hergebruikt materiaal van de vroegere kapel. Toevoeging van de noordelijke transeptbeuk en koor in de 13de eeuw, gepaard gaand met verhoging van de daknok van het schip met 1 meter (zie sporen van de oude dakhelling in de oostelijke torenmuur), zodat nok van schip, koor en noordelijke transeptvleugel overeen stemmer. zuidelijke kruisbeuk bijgebouwd in de 16de eeuw.

Schip oorspronkelijk verlicht door kleine, hoog geplaatste spitsboogvensters waarvan één origineel behouden in de eerste travee van de noordgevel en twee gedichte zichtbaar naast de toegevoegde kruisbeuk. Gedichte deuropening in de noordgevel (vermoedelijk uit de 14de eeuw) met drielobbig gotisch boogveld ingeschreven in een spitsboog met druiplijst op imposten. Bij de verbouwingen van 1752: plaatsing in de tweede travee aan weerszij van het schip van een groot steekboogvenster. Noordelijke kruisbeuk met eenvoudige spitsboogvormige vensterlichten. Noordelijke puntgevel met oren en een tot steekboogvenster gedicht vroeger spitsboogvenster. Koorpuntgevel bekroond door een kruis ingeschreven in een cirkel. 13de-eeuws spitsboograam gedicht in de 16de eeuw. Zijgevels verlicht door steekboogvensters van 1752. Smallere en lagere zuidelijke puntgevel van transept met hoeksteunberen en twee horizontale waterlijsten; een groot spitsboogvenster met drieledig laat-gotisch maaswerk. 16de-eeuws spitsboogvenster in zuidgevel van schip bij 19de-eeuwse restauratiewerken voorzien van nieuw traceerwerk geïnspireerd op het zuidelijke transeptvenster. Kleine sacristie in de zuidelijke kooroksel gebouwd in 1897 ter vervanging van de te kleine oudere sacristie: bakstenen constructie op zandstenen sokkel en onder zadeldak.

Massieve vierkante westtoren geschoord door hoeksteunberen en ter hoogte van de versnijding verbonden door een zware waterlijst, overgaand in de omlopende daklijst van het schip. Westgevel met laatromaanse ingang. Rechthoekige vleugeldeur onder rondboogveld ingeschreven in een boog met booglijst op imposten. Deurvleugels van ongelijke breedte beslagen met ijzeren hengsels, nagels, oud slot, klink en trekring. Noordelijke en zuidelijke torenmuur met smal klein spitsboogvenster. Aan elke zijde een schietgat boven de waterlijst. Klokkenkamer verlicht door spitsboogvensters met Y-tracering in zandsteen, geplaatst door de Perre-Montigny in 1874. Licht naar het oosten overhellende achtkantige torenspits boven eenvoudige dakconsolenrij.

Interieur circa 1900 van polychromie voorzien, heden egaal beschilderd. Noordelijke transeptbeuk, schip en koor oorspronkelijk overwelfd met houten tongewelf waarvan nog sporen zouden zichtbaar zijn in het dakwerk. Nadien voorzien van kruisribgewelven. Overwelving van het transept daterend uit de 16de eeuw, van het koor uit de 17de eeuw, van het schip uit de 18de eeuw. Origineel kruisribgewelf van Doornikse steen in de toren, verscholen achter het doksaal van 1768. Zware ribben met gesculpteerde rozet op de sluitsteen en consoles versierd met bladwerk. Noordelijke transeptbeuk gescheiden van het koor door twee spitsbogen ingeschreven in een rondboog. Twee ongelijke spitsbogen scheiden het zuidelijk transept van het koor.

Mobilair. Beeldhouwwerken: houten calvariegroep uit begin 17de eeuw; Sint-Agatha, Heilige Blasius en Onze-Lieve-Vrouw met Kind uit de 16de eeuw maar met 19de-eeuwse polychromie. Meubilair overwegend uitgevoerd in rococostijl. Hoofdaltaar uit de tweede helft van de 18de eeuw van gemarmerd hout met schilderij "Verrijzenis" door Jacob Van Oost (18de eeuw); zijaltaren, gewijd aan Sint-Agatha en aan de Heilige Blasius (tweede patroonheilige), van gemarmerd hout uit de tweede helft van de 18de eeuw. Een eiken 18de-eeuwse biechtstoel. Eiken communiebank, gedateerd 1750 met vijf gesculpteerde cartouches uitgevoerd door Frans Hebbelinck. Eikehouten preekstoel gedateerd 1752, met gesculpteerde kuip op witgeschilderd beeld van de Goede Herder. Eiken koorgestoelte van 1768, door Domien Cruyt. Koorlambrisering van gemarmerd hout uit de tweede helft van de 18de eeuw. Eiken doksaal gedateerd 1768, door Domien Cruyt, met 18de-eeuws orgel. 15de-eeuws hardstenen wijwatervat.

  • BLOMMAERT P., Graf- en gedenkschriften der Provincie Oost-Vlaanderen, Derde reeks. Buitengemeenten. Parochiën der dekeny van Gent extra muros. - Eerste deel, Gent, 1860-1870, p. 263-274.
  • DE BROUWER P. & DE BOSSCHER D., Landskouter, Oosterzele, 1977, p. 108-143.
  • LANGEROCK P., Oude bouwwerken in Vlaanderen, Gent, 1887, Pl. XXXVI-XXXVIII.
  • VAN DER MENSBRUGGHE R., Landscauter et son Eglise, Gand, 1906.
  • VAN DER MENSBRUGGHE R., Landscauter, Oudheidkundige inventaris van Oost-Vlaanderen, 1911.

Bron: Bogaert C. & Verbeeck M. 1989: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Oost-Vlaanderen, Arrondissement Gent, Kantons Destelbergen - Oosterzele, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 12N2, Brussel - Turnhout.

Auteurs: Bogaert, Chris; Lanclus, Kathleen & Verbeeck, Mieke

Datum tekst: 1989

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Landskouter

Landskouter (Oosterzele)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.