Parochiekerk Sint-Martinus

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Sint-Martens-Latem
Deelgemeente Sint-Martens-Latem
Straat Dorp
Locatie Dorp zonder nummer, Sint-Martens-Latem (Oost-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Sint-Martens-Latem (adrescontroles: 01-08-2007 - 01-08-2008).
  • Inventarisatie Sint-Martens-Latem (geografische inventarisatie: 01-01-1991 - 31-12-1991).
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Parochiekerk Sint-Martinus

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

is beschermd als monument Parochiekerk Sint-Martinus

Deze bescherming is geldig sinds 28-07-1983.

omvat de bescherming als monument Parochiekerk Sint-Martinus: kerkhofmuur
gelegen te Dorp zonder nummer (Sint-Martens-Latem)

Deze bescherming is geldig sinds 28-07-1983.

is deel van de bescherming als stads- of dorpsgezicht, intrinsiek Parochiekerk Sint-Martinus en omgeving

Deze bescherming is geldig sinds 28-07-1983.

Beschrijving

Gelegen in een ommuurd kerkhof ten oosten van het dorpspleintje in de nabijheid van de Leie. Smeedijzeren 18de-eeuws toegangshek, afkomstig van het kasteel van Deurle, in 1840 geschonken door mevrouw Hopsomere. De huidige witgekalkte muren en hekpijlers dateren van de heraanleg van 1965. Op het kerkhof bevinden zich enkele merkwaardige graven van onder meer Albijn Van den Abeele (1835-1918), oud burgemeester, schrijver en kunstschilder, van beeldhouwer baron George Minne (1866-1941) met beeld van Moeder en kind, en het graf van de familie Ziane-Raes met beeld van beeldhouwer Leon Sarteel.

Oudste vermelding in 1121, toen de kerk door de bisschop van Doornik-Noyon onder patronaat van de Gentse Sint-Baafsabdij geplaatst werd. Vermoedelijk was het een kleine basilicale kerk met achthoekige kruisingstoren en koor, opgetrokken uit Doornikse kalksteen in onregelmatig verband (opus incertum) waarvan duidelijk sporen bewaard zijn. Beschadigd tijdens de godsdiensttroebelen van de 16de eeuw en belangrijke verbouwingen en herstellingen in het tweede kwart van de 17de eeuw. Volgens kerkrekeningen in 1629-1630, plaatsing van een zolder in de kerk en in 1634 verbouwing van het zuidelijke transept en de sacristie in "kareelsteen". Vermoedelijk gelijktijdig ook verbouwing van de noordelijke transeptarm in dezelfde baksteen met metselaarstekens in de oostgevel. Vergrotingswerken in 1771-1772 onder leiding van Jan Baptist Simoens waarbij de kerk met twee westelijke traveeën verlengd werd en een nieuwe vierkante kruisingstoren gebouwd werd. De zijbeuken kregen een laag bepleisterd plafond, de zijingang werd gedicht, transeptarmen hersteld en de sacristie vergroot. In 1870 bouw van een tweede sacristie. Nieuwe vergrotingswerken in 1898-1899 naar ontwerp van architect August Van Assche: verbouwing tot hallenkerk: de zijbeuken werden gesloopt en vervangen door twee brede beuken onder afzonderlijke zadeldaken, het dak van het schip werd vernieuwd en het bepleisterde plafond vervangen door een spitsbooggewelf; aan de zuidzijde werd een traptorentje en aan de noordzijde een doopkapel in neogotische stijl gebouwd. Gerestaureerd en volledig witgeschilderd onder leiding van architect Jean Van den Bogaerde in 1989-1990.

De plattegrond vertoont een driebeukige hallenkerk van vier traveeën met kruisingstoren, niet uitspringend transept in het noorden en licht uitspringend in het zuiden met rond traptorentje in de oksel, koor van één travee met rechte sluiting met achteraan gebouwde nieuwe sacristie en oude sacristie in de oksel van koor en zuidelijk transept.

Doornikse steen van de romaanse kerk merkbaar in het koor en de funderingen van het transept, in de bovenlichtmuren van de eerste twee traveeën van het schip en in de vierkante pijlers waarop de muren rusten. Overigens 17de- en 18de-eeuwse baksteen voor transept, toren en oostelijke geveltop van het koor, 19de-eeuwse baksteen voor de nieuwe zijbeuken en de westgevel. Verder verwerking van hardsteen voor plint en hoekblokken aan transept en toren. Neogotische westgevel met drie identieke puntgevels gescheiden door steunberen met dubbele versnijding, afgezet met natuurstenen dekstenen en bekronende kruisen. Middenbeuk met spitsboogdeur onder waterlijst. Drie hooggeplaatste spitsboogvensters met driepastracering. Identieke vensters tussen steunberen in noord- en zuidgevel. Vierkante kruisingstoren met twee geledingen gescheiden door een waterlijst. Bovenste klokkenkamer met telkens twee rondboogvormige galmgaten in spaarvelden. Bekronende ingesnoerde spits met smeedijzeren kruis en bol met haan. Noordelijk transept met behouden noordpuntgevel met aandak en vlechtingen en spitsboogvenster met vorktracering.

Zuidelijk transept met sporen van vlechtingen en aangepast mank zadeldak (met sacristie). Koor met getoogd venster in noordgevel, sporen van oorspronkelijke kroonlijst en van gedicht spitsboogvenster in oostmuur; recent gerestaureerde calvarie met beelden in terracotta op een sokkel met imitatierots.

Interieur, opgeknapt in 1968 door Jean Van den Bogaerde. In drie beuken verdeeld door twee rijen van vier pijlers, in tweede en derde traveeën van Doornikse steen (ontpleisterd in 1937), met rondboogarcade. Houten spitstongewelven. Transept en kruising van schip gescheiden door een bepleisterde rondboog. Kruising overkluisd door schoudergewelf met cirkelvormige sluitsteen als klokkengat. Zuidelijke transeptarm van twee traveeën gescheiden door een gordelboog uitkomend op een gesculpteerde console met cherubijn. Overwelving met soort dwars tongewelf waarop graten in pleisterwerk. Noordelijk transept met kruisvormig graatgewelf. Kruising met twee losstaande en twee in de koormuur verankerde kruispijlers. Koor met gedrukt spitstongewelf, in de 18de eeuw bepleisterd.

Mobilair. Schilderijen: De hemelvaart van Maria door A. Van den Heuvel(?) (1644) boven hoofdaltaar; Heilige Maria ontvangt de rozenkrans uit handen van Heilige Dominicus van G. van de Woestijne (1900) boven noordelijk zijaltaar; Heilige Martinus van Tours, door M. Schelck, 1966 boven het zuidelijk zijaltaar. Beeldhouwwerk: Mariabeeld van Mathias Zens (1874); houten borstbeeld van een bisschop (Heilige Martinus?) uit de zeventiende eeuw (hoofdaltaar).

Portiekaltaren in gepolychromeerd gemarmerd hout: hoofdaltaar van Sint-Martinus uit het klooster van Sint-Barbara (Gent), in 1685 in de kerk geplaatst; zijaltaren (noordelijk van Onze-Lieve-Vrouw en zuidelijk van Sint-Martinus) in Lodewijk XVI-stijl van 1771. Kansel van 1771 door J. Martens, met dubbele trap en onderaan beeld van Heilige Kerk. Biechtstoel naar ontwerp van J. Martens van 1767 in Lodewijk XVI-stijl. Orgel gebouwd door L. Lovaert van 1861, gewijzigd in 1925 en 1966. Verschillende grafplaten in de kerk uit de 17de, 18de en 19de eeuw.

  • VAN DEN ABEELE J., De kerk van Sint-Martens-Latem, (Heemkring Scheldeveld, Jaarboek V, 1974-1975, p. 171-208).
  • VANDENBUSSCHE - VAN DEN KERKHOVE C. - VERSCHRAEGEN H., Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen, Provincie Oost-Vlaanderen, Brussel, 1975, p. 41-43.

Bron: Bogaert C. & Lanclus K. 1991: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Oost-Vlaanderen, Arrondissement Gent, Kantons Deinze - Nazareth, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 12N3, Brussel - Turnhout.

Auteurs: Bogaert, Chris & Lanclus, Kathleen

Datum tekst: 1991

Relaties

maakt deel uit van Dorp

Dorp (Sint-Martens-Latem)

maakt deel uit van Parochiekerk Sint-Martinus en omgeving

Dorp, Kerkakker, Kerkstraat, Meersstraat, Mortelputstraat (Sint-Martens-Latem)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.