Feodaal kasteel van Beersel

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Vlaams-Brabant
Gemeente Beersel
Deelgemeente Beersel
Straat Lotsestraat
Locatie Lotsestraat 63, Beersel (Vlaams-Brabant)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Beersel (actualisaties: 25-04-2006 - 25-04-2006).
  • Adrescontrole Beersel (adrescontroles: 26-06-2007 - 26-06-2007).
  • Inventarisatie Beersel (geografische inventarisatie: 01-01-1975 - 31-12-1975).
Links

Juridische gevolgen

Op dit moment is dit object beschermd en vastgesteld.

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Feodaal kasteel van Beersel

Deze vaststelling is geldig sinds 05-10-2009. (Vaststellingsbesluit)

is beschermd als monument Feodaal kasteel van Beersel

Deze bescherming is geldig sinds 12-08-1943.

is beschermd als cultuurhistorisch landschap Feodaal kasteel van Beersel met omgeving

Deze bescherming is geldig sinds 28-03-1934.

Beschrijving

Vlakteburcht van circa 1300, op onregelmatige, ellipsvormige plattegrond gemarkeerd door drie gesloten muurtorens en omringd met een slotgracht. Defensieve ligging als voorpost van Brussel en Brabant in het lage moerasachtige gebied van de Zennevallei. Gelegen ten westen van het op de heuvel ingeplante dorp. De burcht werd beschermd in 1914 als monument en de omgeving in 1934 als landschap.

Geschiedenis

De heren van Beersel worden vermeld vanaf de tweede helft van de twaalfde eeuw. Er is dan reeds sprake van een burcht. Eind dertiende eeuw zou Godfried van Hellebeke, drossaard van Brabant, heer van Beersel zijn. Hij wordt traditioneel als oprichter van de huidige burcht beschouwd. Via vererving kwam het kasteel in bezit van de familie Van Stalle. De burcht vormde samen met die van Gaasbeek en Zittert een grensbeveiliging tegen Vlaanderen en Henegouwen. Via een huwelijk kwam het goed in het derde kwart van de veertiende eeuw in het bezit van de familie de Witthem. Desmedt schuift Hendrik I van Witthem naar voor als bouwheer. De familie voerde steeds een Brabantse en later een Bourgondische koers. Ze steunden dan ook Maximiliaan van Oostenrijk gedurende de troebelen van het laatste kwart van de vijftiende eeuw. Als gevolg daarvan werd het kasteel belegerd en ingenomen door de opstandige Brusselaars in 1488 en 1489. Het kasteel werd heropgebouwd tussen 1491 tot 1506. Tussen 1585 en 1606 woonden de paters van Zevenbronnen in het kasteel nadat hun klooster was vernield tijdens de godsdienstoorlogen. Zij brachten boven de poort de gelobde nis aan met het Sint-Augustinusbeeld. Jan II van Witthem (1340-1405) was de laatste van Witthem die in Beersel resideerde. Hij had drie dochters waardoor de naam verloren ging en het goed in de zzeventiende eeuw in handen kwam van de families van Arenberg en later de familie de Merode. Jan II’s kleindochter Maria-Elisabetha liet het kasteel in de zeventiende eeuw verfraaien (GRAVURE 1696 J. LE ROY). Beersel wordt verheven tot baronie in 1649. Tot het eind van de achttiende eeuw werd de burcht(kapel) gebruikt en onderhouden door de kapelaans. In de kapel hing een klok uit 1742 (gegoten in opdracht van Leopold van Arenberg). Ze hangt nu in de kerk. Opschrift: “Ter ere van God en van de H. Maagd Maria en ten gebruike van Leopold hertog van Arenberg in het versterkt kasteel van Beersel, heeft men mij gelast deze klok te gieten. Peters: Huibrecht Vellemans, reg. Kannunik van Zevenborre, kapelaan van het kasteel, en Anna Maria François. 1742. Gieter Jan van Laer.”. Na 1796 was de burcht onbewoond. en werd later eigendom van de families van Arenbergs en de Merode. Bij het begin van de negentiende eeuw was het kasteel nog in goede bouwfysische toestand. De burcht werd omgebouwd tot katoenfabriek wat echter geen succes bleek. De daaropvolgende ontmanteling met het verwijderen van één of alle daken (de Waha, 1975) bracht enorme schade toe en zette het verval in. De zoektocht van het jonge België naar zijn eigen geschiedenis resulteerde in een eerste studie door Auguste Orts over het kasteel van Beersel in 1836. De eerste analytische voorstellingen van het kasteel in aquarel worden aan hem toegeschreven. De Romantische kunstenaar Wouter Borremans zal in 1841 een uitzonderlijk natuurgetrouwe lithografie produceren van de toestand van de burcht. Een deel van de latere restauratie werd op die lithografie gebaseerd. Het kasteel raakt in de vergetelheid tot de late jaren 1880. Het gebouw was inmiddels vervallen tot een melancholische, romantische ruïne die historici, tekenaars en dichters uit de negentiende eeuw fel aansprak en inspireerde. Onder meer Victor Hugo beschreef de burcht na zijn bezoek in 1877.

Het was Karel Buls, Brussels burgemeester, die het in 1886 opnam voor de burcht van Beersel. Zijn belangstelling voor geschiedenis, archeologie, stedenbouw en het behoud van monumentale panden is bekend. Hij nam als erevoorzitter van de ‘Maatschappij Brussel – attracties’, een vroege vorm van toeristische dienst, het voortouw om het kasteel te laten inventariseren. In die hoedanigheid bracht hij de zorgwekkende toestand van het kasteel onder de aandacht bij de Minister voor Landbouw, Nijverheid en Openbare Werken en ijverde voor de restauratie van het kasteel met staats- en provinciale steun. Buls benaderde de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen die prompt de leerling-architect Coenraets de opdracht gaf foto’s en tekeningen van het kasteel te nemen. De commissie pleitte op 7 augustus 1886 voor de aankoop van het kasteel door de Belgische staat. De staat engageerde zich daarop tot het verlenen van subsidies. Vervolgens vielen de initiatieven stil. De toenmalige eigenaar, de familie de Merode stond niet negatief stond tegenover een overdracht of restauratie van de burcht. Zo werd het kasteel in 1887 bezocht door de ‘Société d’Archéologie de Bruxelles’ onder leiding van A. Wauters (stadsarchivaris Brussel) en architect A. Saintenoy. Uiterst gedetailleerde opmetingen en schetsen werden getekend door L. Buysschaert in 1888. Hij bereide een monografie over het kasteel voor. Die werd echter nooit afgewerkt en de notities kwamen terecht in het Rijksarchief.

In de jaren 1920 overwogen Ukkel en Vorst om hun begraafplaats in de buurt van het kasteel in te richten. Graaf Guillaume de Hemricourt de Grunne en gravin Henriette de Merode pleitte bij de provinciegouverneur voor een meer geschikte plaats. Indien de plannen werden gestaakt was de graaf bereid het kasteel kosteloos aan de staat af te staan. De begraafplaats van Vorst werd uiteindelijk ingericht (1944) aan de Kerkhoflaan. Er was in 1927 dan ook geen reden voor de graaf om het domein niet af te staan. Op 22 maart 1928 wordt de 'Ligue des amis du château de Beersel' opgericht met 40 aandelen verdeeld over 17 leden. Charles Mertens, Frans van Haelen en Raymond Pelgrims zijn stichtende leden van de vereniging. De 'ligue' was een privé-initiatief met als doel het kasteel van Beersel te behouden, te restaureren te ontsluiten en als feodaal museum in te richten. Het project wordt volledig gezien als een privaat initiatief met privékapitaal uitgevoerd (brief R. Pelgrims 8/8/1927). In 1948 werd het kasteel overgedragen aan de "Koninklijke Vereniging van Historische Woonsteden". Het domein werd door de inkomsten van de herberg en de visrechten op de vijver onderhouden. Het domein werd ten voordele van de bezoekers aangevuld met een rustieke herberg in vakwerkbouw in 1933 'L’Auberge du chevalier' later herdoopt in 'Herberg in den ridder' en 'Auberge kasteel Beersel', met vergroting in 1966. Het idee kwam van R. Pelgrims. Een gelijksoortig paviljoen voor de opzichter werd opgericht in 1967. De aanleg van het park volgde vanaf 1966 onder leiding van J. de Ghellinck d'Elseghem en R. Pechère.

Sinds 2001 is de gemeente Beersel erfpachter van het kasteel.

Restauratie

De oprichting van de 'Ligue des amis du château de Beersel' in 1928 betekende het begin van de restauratie van het kasteel van Beersel. Grosso modo waren de volumes van de torenrompen (drie verdiepingen) en weergangen bewaard gebleven.

10 maart 1928 begon een grondige restauratie onder leiding van Mertens en Pelgrims die optraden als 'aannemers' zonder architect. Bedoeling was dit bijzonder interessant en gaaf voorbeeld van militaire architectuur te restaureren en te conserveren en volledig toegankelijk te maken voor het publiek. De eerste werken (1928-38) waren het herstel van de ringgracht, restauratie van de ringmuren en torens tot op weerganghoogte. Van 1939 tot 1942 werd de bedakingen gereconstrueerd, zoals ze voorkwamen op de gravure van circa 1690 in J. Le Roy. Mertens en Pelgrims gaan er dan van uit dat het kasteel zestiende-eeuws is en negeren alle bouwsporen en onderzoeksresultaten die een andere afwerking van de courtines en torens suggereren. Het beeld dat zij nastreven is dat van het heropgebouwde kasteel na 1488. Er worden Spaanse stenen van afgebroken huizen uit Brussel overgebracht naar Beersel. De minister van kunsten en wetenschappen gaf een subsidie van 84.900 frank. Er volgde ook een provinciale subsidie en de gemeente schoot een lening voor. Regelmatig werden benefietacties opgezet. Bij gebrek aan voldoende archeologische en iconografische gegevens werd de heerlijke woning niet heropgericht, maar behouden als ruïne met interessante kelders.

Het kasteel had midden jaren 1990 terug een grondige restauratie en herinterpretatie nodig. Sinds de gemeente Beersel in 2001 erfpachthouder van het kasteel werd voor 27 jaar, hernemen de restauratiewerken zich. De gracht werd uitgebaggerd waarbij archeologische en bouwkundige onderzoeken konden plaatsvinden. Er werd een 3D opmeting van het kasteel gemaakt en een bezoekerscentrum ingericht. De waterhuishouding van de kasteelvijver en de versterking van de funderingen van het kasteel waren prioritaire werken uitgevoerd tussen 2007-2009. In de volgende fase (2012-2014) werd de buitenzijde van het kasteel gerestaureerd, inclusief het houtwerk en de daken. In een derde fase wordt het resterende muurwerk hersteld net als het interieur, de binnenkoer en de woonzone.

Beschrijving

Algemene aanleg, fundamenten en deel van het opgaand metselwerk uit einde dertiende eeuw-begin veertiende eeuw. Baksteenbouw met verwerking van lokale, bruinachtige en witte grijsachtige zandsteen. Ellipsvormige plattegrond met niet axiaal ingeplante, gesloten muurtorens ten zuiden, westen en noorden. De laatst genoemde fungeert als poortgebouw met gereconstrueerde houten brug en op haalbrug.

Zeer gesloten grachtgevels gemarkeerd door enkele oorspronkelijke rechte schietgaten afgewerkt met roodbruinachtige zandsteen, zandstenen schietgleuven voor kruisbogen met stortgaten (onder meer gereconstrueerde) en aangepaste vijftiende- en zestiende-eeuwse schietgaten met centraal gat voor de lange kanonlopen. Kleine, later aangebrachte, rechthoekige vensters afgewerkt met zandsteenblokken en twee bolkozijnen. Laatst genoemde zijn aangebracht in de zuid-oostmuur gestut door steunberen. Licht overstekende gekanteelde weergangen opgevangen door zandstenen korbelen onder omlopende kordons.

Herstelde leien bedaking boven de westergangen. Torens afgedekt met hoge, gebogen en afgewolfde leien bedaking met dakkapellen, aanleunend tegen de hoge getrapte sluitgevels van de binnenplaatszijde, geflankeerd door overstekende spietorentjes (zuiden en westen). Peperbusachtige dakruiter boven op de zuidtoren. Noordertoren met middenrisaliet afgelijnd door hoekstenen; verdiepte getoogde poort ingeschreven in een gelijksoortige muuropening (ruimte voor valhek); bekronende laat-gotische nis met ingeschreven driepas en gebogen bekroning.

Overwelfde doorgang met stortgat aangebracht na 1491. Meer opengewerkte gevelpartijen aan de binnenplaatszijde, de torens worden geritmeerd door spaarbogen van verschillende hoogten en breedten, telkens afwisselend uitgewerkt met afgeschuinde schietgleuven of steekboognissen met getraliede rechthoekige muuropeningen en vensterbanken. Gekanteelde weergang met herstelde overdekking, ten westen, steunend op geschoorde stijlen aan de binnenpleinzijde; smalle, verholen steektrap in elke zijde. Overwelfde kelders en onderbouw van de heerlijke woning waarbij ook een slotkapel hoorde.

Interessant verdediginssysteem en inrichting, naar eenzelfde basisschema met verschillende afwerking naar gelang van de bestemming der vertrekken: ingebouwde trap in de dikte van of tegen de pleingevel, vertrekkend van de begane grond; verbinding met de weergangen op de tweede bouwlaag, afgesloten met stevige deuren om aldus de burcht, toren na toren te verdedigen; soort van "mangat" in de westergang, van waaruit de ringgracht kon worden bereikt. Binnenin, vensterbanken in de steekboogvormige nissen der rechthoekige vensters, onbepleisterde wanden, muurnissen en geplaveide vloeren (voornamelijk reconstructie met oorspronkelijk materiaal). Houten zolderingen op moer- en kinderbalken met verzorgde afwerking van de gebogen grachtgevelzijde waar de omlopende balk op geprofileerde kraagstenen wordt opgevangen. Meestal één latrine per bouwlaag. Wapenarsenaal op de hoogste verdieping.

De noordtoren is voorzien van stenen kruiskozijnen steunend op omlopende kordons en rechthoekige, getraliede benedenvenstertjes. Muurankers 1617 in de herstelde trapgevel van de noordtoren, wijzend op een toenmalige restauratie. Duidelijke bouwnaden tussen de oorspronkelijke en zorgvuldig wederopbouw. Op de eerste verdieping, gleuven voor het van hieruit te hanteren valhek voor de poort; gotische schouw op geprofileerde dragers met achtzijdige sokkeltjes uit de vijftiende eeuw naast het venster aan de pleinzijde; slaapkamer op de tweede verdieping, voorzien van drie muuropeningen met nissen en vensterbanken, een alkoof en een gotische schouw uit de vijftiende eeuw. Westtoren, voorbehouden aan het garnizoen, voorzien van een stenen trap en eenvoudige schouwen op eerste en tweede verdieping.

In de zuidtoren, vroegere gerechtszaal of keuken op de gelijkvloerse verdieping en fraaie ridderzaal op de eerste verdieping (einde vijtiende - begin zestiende eeuw). Overkluizing door middel van twee gotische kruisribgewelven met sluitsteen, steunend op consoles, verrijkt met loofwerkmotief en uitgewerkte blazoenen van Hendrik II en Filips van Witthem, heersende heren ten tijde van de wederopbouw. Interessante korfboogvormige haard met geprofileerd beloop op afgeschuinde neuten. Verholen steektrap naar de tweede verdieping die voorzien is van een gebogen schouw tegen de grachtgevel met fraai brandvloertje gevormd door gesinterde baksteen en rechte, naast mekaar geplaatste leien.

De 'Auberge du chevallier' nu bekend als 'Auberge kasteel Beersel' bestaat uit twee aanpalende volumes van één bouwlaag onder een overstekend pannen zadeldak. In het dakvlak twee dakkapellen. De voorgevel van het linker volume (gebouwd 1933) wordt gekenmerkt door een versteende imitatie vakwerkbouw terwijl het rechter volume (gebouwd 1966) volledig in baksteen werd opgetrokken. Het oudste volume bestaat uit vier traveeën, gescheiden door houten stijlen. In de rechter travee zit de voordeur met pannen luifel, de andere traveeën hebben een beluikt raam. Oorspronkelijk had de herberg twee aanpalende bijgebouwen onder een pannen lessenaarsdak. Enkel de linker aanbouw bleef bewaard. Daar werden oorspronkelijk de toegangskaartjes verkocht. Achterin werd in 1967 een paviljoen voor de opzichter, nu ticketbalie en winkeltje, opgericht. Het is een eenlaags volume in versteende vakwerk onder een pannen afgesnuit, overstekend dak. Het volume is drie traveeën diep.

  • Gemeentearchief Beersel, bouwdossiers, 1006/1933.
  • Onroerend Erfgoed Vlaams-Brabant, Archief Koninklijke commissie voor Monumenten en Landschappen, Beersel-Beersel, dossier Kasteel van Beersel.
  • BREDA K. 2004: Restauratie Kasteel van Beersel, De Woonstede door de eeuwen heen, 142, 16-18.
  • DESMEDT M. 2002: Restauratiewerken Kasteel van Beersel 1928-1939 Briefwisseling van Frans Van Haelen – Brouwer brouwerij “ ’t Fonteintje “, En het dorp zal duren …, 4.13.
  • DE WAHA M. 1975: Beersel in de vorige eeuw en de invloed van A. Orts, A. Wauters, C. Buls, De Woonstede door de eeuwen heen, 25, 42-48.
  • DE WAHA M. 1979: Een merkwaardig document over het kasteel van Beersel, De Woonstede door de eeuwen heen, 44, 22-37.
  • DE WASSEIGE F. 2009: Kastelen en woonsteden van de Koninklijke Vereniging der Historische Woonsteden van België (II), De Woonstede door de eeuwen heen, 162, 13-16.
  • MEGANCK M., DE WASSEIGE F. 2009: Raymond Pelgrims de Bigard (I), De Woonstede door de eeuwen heen, 161, 26-38.
  • MELKENBEECK J. 1956: Heraldiek uit de streek van Rode, Eigen schoon en de Brabander, 39, 398-403.
  • TEMMERMAN C., VERHULST I. 2014: De restauratie van het kasteel van Beersel, De Woonstede door de eeuwen heen, 182, 4-7.
  • THEYS C. 1960: Geschiedenis van Alsemberg, sl.

Bron: -

Auteurs: Mertens, Joeri

Datum tekst: 2016

Alle teksten

Aanvullende informatie

De onmiddellijke omgeving van het feodaal kasteel van Beersel wordt bepaald door de omwalling en het omliggende grasland.

Declercq, Daan (11-03-2016 )

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.