erfgoedobject

Boerenburgerhuis

bouwkundig element
ID
39144
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/39144

Juridische gevolgen

Beschrijving

Boerenburgerhuis met een vier traveeën en twee bouwlagen tellend middenvolume geflankeerd door twee traveeën brede eenlaagse zijvolumes, het geheel opgetrokken in baksteen met licht uitzwenkende, leien zadeldaken met geprofileerde consoles. Het geboortehuis van Monseigneur J.B. Abbeloos (1836-1906) die als vijfde rector van de Leuvense universiteit een cruciale rol heeft gespeeld bij de evolutie van louter onderwijsinstelling naar een centrum voor wetenschappelijk onderzoek.

Historiek

Ten zuiden van het plein ligt de op een hoogte ingeplante en de aanzet van de straat markerende woning Abbeloos. Woning en straatnaam verwijzen naar Monseigneur Jan-Baptist Abbeloos (1836-1906) die er in 1836 werd geboren in een welstellende landbouwersfamilie. Als doctor in de theologie, oriëntalist, professor exegese aan het groot-seminarie in Mechelen en nadien vicaris-generaal werd Abbeloos in 1887 tot rector (1887-1898) van de Leuvense universiteit benoemd. Algemeen beschouwd als een 'groot rector' speelde hij een doorslaggevende rol bij de evolutie van louter onderwijsinstelling naar een centrum voor wetenschappelijk onderzoek.

Beschrijving

Vermoedelijk rond 1755 opgetrokken bestaat het huidige L-vormige complex uit een woonhuis met rechts erop aansluitend een recent bijgebouw - in de jaren 1970 opgericht ter vervanging van een gelijkaardig volume - en een haakse 18de-eeuwse stalvleugel. De achterliggende, recentere schuur maakt niet langer deel uit van het eigendom en werd omgevormd tot woning.

Het boerenburgerhuis ligt aan een voortuin afgesloten met een door bakstenen pilasters geflankeerd smeedijzeren hekken. Het complexe woonhuis bestaat uit een twee bouwlagen en vier traveeën tellend hoofdvolume, links en rechts geflankeerd door een twee traveeën breed eenlaags volume, elk voorzien van een overkragend, licht uitzwenkend zadeldak (natuurleien) met houten bakgoot op elegant geprofileerde consoles en een houten dakkapel op de lagere volumes.

Het geheel is opgetrokken in baksteen op een gecementeerde plint met ingetrokken voegen terwijl voor venster- en deuromlijstingen gebruik werd gemaakt van arkose. Het gelijkvloers is over de ganse lengte opengewerkt met symmetrisch geplaatste kruisvensters voorzien van diefijzers en houten luiken. Een van de vensteromlijstingen is vernieuwd waarbij de arkose werd vervangen door blauwe hardsteen. De toegang ter hoogte van de meest rechtse travee van het hoofdvolume wordt gemarkeerd door een eveneens in arkose uitgevoerde steekboogdeur ingeschreven in een rechthoekige omlijsting met bekronende druiplijst. Of het jaartal 1877 en het opschrift Abbeloos bovenaan in een gevelsteen wijst op een verhoging van het middenvolume, zoals in de inventaris wordt beweerd, blijft onzeker aangezien noch metselwerk noch dakstructuur hiervan sporen draagt. Alleszins wijst de datum op een verbouwing van de verdieping wat zich in de voorgevel vertaalt in vier steekboogvensters met bepleisterde en witgeschilderde omlijsting van negblokken en sluitsteen en voorzien van een decoratieve, ijzeren borstwering.

In tegenstelling tot de voorgevel toont de achtergevel een veel lossere ordonnantie met op het gelijkvloers een in arkose uitgewerkte eenvoudige steekboogdeur, een klein vierkant venster en kloosterkozijn met diefijzers met daarnaast 19de-eeuwse vensters met hardstenen dorpels. De luiken vormen een recentere toevoeging, evenals de beglaasde veranda. Tegen de achtergevel eveneens een gietijzeren armpomp.

Inwendig bleef de dragende structuur van moer- en kinderbalken en genummerde dakspanten bewaard. De indeling bestaande uit een dwarsgang met links het salon, rechts een grote kamer, keuken en een opkamer boven de halfondergrondse kelder met tongewelf, hardstenen trap, bevloering in rode tegels en blauwe hardsteen is wellicht nog grotendeels oorspronkelijk. Verder verwijzen raveelconstructies, een zwartrode tegelvloer en een wandkast in de opkamer en opgeklampte deuren naar de originele 18de-eeuwse aankleding. Opmerkelijk is tevens het 19de-eeuwse salon met stucplafond, marmeren schouw, lambrisering in imitatiegoudleder en dubbele paneeldeur met kroonlijst. De trap in de hal met centraal rosas is van recentere datum.

Haaks op het woonhuis ingeplant bevindt zich een kleine stalvleugel, opgetrokken in baksteen met zwart pannen zadeldak. In kern vermoedelijk eveneens opklimmend tot midden 18de eeuw zoals blijkt uit de moerbalkconstuctie en het metselwerk verwijzen onder meer de lichtgetoogde verluchtingsvensters en de bakstenen gewelven op I-liggers op 19de-eeuwse aanpassingen.

  • BAEYENS H. 1950: Het burgerhuis van de 17de en 18de eeuw in de provincie Brabant, Antwerpen, 114.
  • COSYN A. 1921: Le village de Goyck in Bulletin du Touring-Club de Belgique, s.l., 531-534.
  • S.N. (1975): Bouwen door de eeuwen heen. Inventaris van het cultuurbezit in België. Architectuur/deel 2n; Vlaams Brabant. Halle-Vilvoorde, (Gent), 169-171.
  • S.N. 1988: Een eeuw klooster … Het klooster van Gooik (1888-1988), Gooik.
  • S.N. 1991: Toeristisch Gooik, brochure Heemkundige Kring van Gooik, Gooik.
  • VERBESSELT J. 1988: Het parochiewezen in Brabant tot het einde van de 13de eeuw, 22, Brussel, 431 e.v.
  • VRANCKEN J. (1980): Pajottenland, een land om lief te hebben, (Ternat), 29 e.v.
  • WAUTERS A. 1971: Histoire des environs de Bruxelles, 2, (anastatische herdruk van 1855), Brussel, 121 e.v.

Bron     : Onroerend Erfgoed, Digitaal beschermingsdossier DB002207, Drie monumenten in de dorpskern.
Auteurs :  Paesmans, Greta
Datum  : 2003


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Boerenburgerhuis [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/39144 (Geraadpleegd op 21-06-2021)