Parochiekerk Sint-Medarus en -Gildardus

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Vlaams-Brabant
Gemeente Meise
Deelgemeente Wolvertem
Straat Rossemdorp
Locatie Rossemdorp zonder nummer, Meise (Vlaams-Brabant)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Meise (actualisaties: 22-08-2006 - 22-08-2006).
  • Adrescontrole Meise (adrescontroles: 17-07-2007 - 17-07-2007).
  • Herinventarisatie Meise (geografische herinventarisatie: 04-02-2015 - 31-03-2016).
  • Inventarisatie Meise (geografische inventarisatie: 01-01-1975 - 31-12-1975).
Links

Juridische gevolgen

is beschermd als monument Parochiekerk Sint-Medardus en -Gildardus met ommuurd kerkhof

Deze bescherming is geldig sinds 01-10-2010.

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Parochiekerk Sint-Medarus en -Gildardus

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

omvat de bescherming als monument Parochiekerk Sint-Medardus en -Gildardus: orgel
gelegen te Rossemdorp zonder nummer (Meise)

Deze bescherming is geldig sinds 21-08-1979.

Beknopte karakterisering

Beschrijving

De oudste voorstelling - een figuratieve kaart van J. De Deken uit 1735 in het kaartboek van de abdij van Groot-Bijgaarden - toont een éénbeukig, vermoedelijk gotisch kerkje met een door forse steunberen en aanleunende bijgebouwtjes geflankeerde westtoren, het geheel omringd met een ommuurd kerkhof.

Historiek

Aanvankelijk een onafhankelijke parochie verloor Rossem nadien haar zelfstandigheid ten voordele van Wolvertem dat dan ook voor de bediening instond. Pas in 1767 liet de de tiendheffer, de abdij van Dielegem, er een pastorie optrekken en kreeg de parochie een residerende bedienaar. Bij decreet van 9 oktober 1790 verwierf Rossem de definitieve status van zelfstandige parochie.

De nieuwe parochie werd min of meer centraal ten opzichte van de omliggende gehuchten ingeplant, ter hoogte van twee lokaal belangrijke verbindingswegen respectievelijk met het meer zuidelijk gelegen Wolvertem en met het gehucht Impde. Op de Ferrariskaart (1771- 1775 ) vormen kerk en nabijgelegen pastorie, samen met de inmiddels verdwenen kosterswoning de enige bebouwing van het door veldwegen omsloten Kerkeveld, primitief dotatiegoed dat volgens 18de-eeuwse bronnen aanvankelijk 15 bunder groot was. Aan de overzijde van straat, nu bekend als Rossemdorp, heeft zich in zuidelijke richting een kleine agglomeratie gevormd, voornamelijk langsheen de weg naar Imde, nu Kleinendries. Zoals blijkt uit de Poppkaart (circa 1860) bleef deze situatie tot midden 19de eeuw vrijwel ongewijzigd. Hierin kwam verandering toen er in 1872 op het Kerkeveld, tussen kerk en pastorie, een gemengde lagere school opgetrokken naar ontwerp van architect-restaurateur, J.J. Van Ysendijck (Parijs, 1836-Ukkel, 1901), in de periode 1871-1874 architect van de provincie Brabant. Een paar jaar nadien, in 1874, werd de - naar verluidt - classicistische parochiekerk (circa 1750), die zich in slechte staat bevond en veel te klein was geworden voor de toenemende bevolking, vervangen door de huidige neogotische, driebeukige kerk. De gotische westtoren die nog in 1839 zou zijn verhoogd(?) werd in het nieuwbouwproject geïntegreerd. Ontwerper was G. Hansotte, op dat moment provinciaal architect van Brabant. De originele plannen (plattegrond, langs- en dwarsdoorsnede, gevelopstanden) dateren van 10 augustus 1873 en bleven bewaard in het planarchief van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen.

In 1874 werd gestart met de bouw van de nieuwe kerk en op 16 juli 1877 volgde de plechtige inwijding door Monseigneur Anthonis, hulpbisschop van Mechelen. In 1878 verkreeg de kerkraad de toestemming om drie nieuwe altaren te plaatsen, in 1880 om het overige meubilair te vernieuwen. Sindsdien werden er geen ingrijpende werkzaamheden meer uitgevoerd. Tijdens herstellingswerken aan de binnenzijde van de toren in 1954 werden twee gotische bogen herontdekt.

Beschrijving

Het overwegend in baksteen opgetrokken driebeukige volume met pseudo-basilicale opstand, pseudo-transept en een rechthoekig, driezijdig gesloten koor met aanleunende sacristieën wordt aan westzijde voorafgegaan door een vierledige, mogelijk tot de 13de eeuw opklimmende klokkentoren met ingesnoerde naaldspits die, mits aanpassingen, de voorgaande verbouwingen wist te overleven. De twee niveaus hoge, bredere onderbouw in lokale zandige kalksteen, aan westzijde gestut door versneden steunberen, verwijst duidelijk naar de primitieve westtoren, zoals gekend van de figuratieve voorstelling uit 1735, evenals de spiltrap, het kruisribgewelf op de verdieping en de flankerende, kleine aanbouwen met lessenaarsdak en getraliede, licht getoogde venstertjes met negblokomlijsting. De twee bovenste, vermoedelijk 18de-eeuwse bouwlagen zijn opgetrokken in baksteen met gebruik van witte natuursteen voor de druiplijsten, de regelmatige hoekkettingen, de blinde rondboogvensters en de drie rondbogige galmgaten. De oorspronkelijke spitsbogige galmgaten bleven in dichtgemetselde versie in noord-, zuid- en westwand bewaard.

De toegang in de westgevel wordt in evidentie gesteld door een 18de-eeuwse, hardstenen segmentboogdeur met geprofileerd beloop en sluitsteen, ingeschreven in een gegroefde, rechthoekige omlijsting met druiplijst, het geheel bekroond met een eveneens hardstenen segmentboogvenster.

Het schip met brede middenbeuk en smallere zijbeuken telt vijf traveeën waarvan twee smallere aan de uiteinden, respectievelijk ter hoogte van de twee zijaltaren en ter hoogte van doopkapel en berging. De beukwanden tonen een ritmische geleding van versneden steunberen - met dubbele, haakse opstelling ter hoogte van het transept - en van hoge, smalle lancetvensters, ook voorzien in de westwand, waar ze worden bekroond met een decoratief paneel met gelobd motief. Het enkel door korte transeptarmen onderbroken, natuurleien zadeldak wordt doorgetrokken over het hoge, driezijdig gesloten, rechthoekige koor verticaal geleed met lancetvensters en versneden steunberen conform het schip. De aanleunende, symmetrisch opgevatte sacristieën met half schilddak, eveneens belijnd met haakse steunberen, zijn opengewerkt met een rechthoekig tweelichtvenster en een rechthoekige deur met consooltjeslatei.

Bijzonder karakteristiek is de gevelafwerking met een rode bepleistering met baksteenimitatie - vermoedelijk ter egalisering van het onregelmatige metselwerk - en de eveneens bepleisterde vensteromlijstingen met natuursteenimitatie.

Inwendig zorgen spitsboogarcades op gedrongen zuilen met achtkantig basement en acanthusbladkapiteel waarboven een register van blinde, rechthoekige tweelichtvensters voor een tweeledige opstand. Koor, hoofd- en zijbeuken zijn overkapt met vierdelige, bakstenen kruisribgewelven, opgevangen door colonetten met bladkapiteel of eenvoudige consoles. De overgang van beuk naar koor wordt gearticuleerd door gelede bundelpijlers terwijl de korte transeptarmen als biechtstoelnis fungeren. De bevloering bestaat overwegend uit eenvoudige zwarte en witte zeshoekige tegels terwijl in de toren een oudere, hardstenen vloer bleef bewaard. De beukruimte wordt verlicht door hoge lancetvensters met een heldere beglazing met rode sierboord. De koorpartij wordt in evidentie gesteld door vijf neogotische, gebrandschilderde glas-in-loodramen uit het bekende, rond 1858 opgerichte glazeniersatelier van Samuël Coucke (1833-1899) in Brugge. De drie glasramen in de apsis die respectievelijk het Heilig Hart van Jezus met de Heilige Margaretha Maria Alacoque, de Prediking van de Heilige Gildardus en de Prediking van de Heilige Medardus voorstellen dateren uit 1887. De twee overige die de Heilige Familie en Onze-Lieve-Vrouw van de Rozenkrans afbeelden dateren uit 1896. Afgezien van de Lodewijk XV-communiebank is het overige kerkmeubilair van homogeen neogotische factuur. De drie sobere altaren in geschilderde steen met getrapte compositie werden vermoedelijk uitgevoerd naar ontwerp van Hansotte, alleszins het Maria-altaar (circa 1877) waarvan de gesigneerde, niet gedateerde ontwerptekening bleef bewaard. De preekstoel en de twee biechtstoelen werden rond 1882 gerealiseerd door ene Van Roey. Tegen de zuilen aangebrachte gepolychromeerde gipsen heiligenbeelden met sokkel en baldakijn alsook de 14 kruiswegstaties vervolledigen het vrijwel homogeen neogotische interieur.

Momenteel bichroom, in lichte tinten geschilderd met goudaccenten ter hoogte van de kapitelen wijzen de vier geschilderde medaillons met evangelistensymbolen in het koor mogelijk op een oorspronkelijk polychrome afwerking, alhoewel hiervoor geen verdere indicaties voor handen zijn. Verder beschikt de kerk over de gepolychromeerde houten beelden van Sint-Anna-ten-drieën (begin 16de eeuw) en van de Heilige Cornelius (17de eeuw). Opmerkelijk zijn tevens de gepolychromeerde reliekhouders van de twee patroonheiligen (einde 16de - begin 17de eeuw). In de sacristie een lambrisering met medaillons met de bustes van Christus Zaligmaker en van Onze-Lieve-Vrouw.

Tenslotte is er het unieke en sinds 21 augustus 1979 als monument beschermde Forceville-orgel dat in 1744 door de pastoor van Wolvertem bij de bekende Brusselse orgelbouwer werd besteld en in 1788 door Rossem werd aangekocht.

Het omliggende kerkhof is volledig omsloten door een lage bakstenen muur met plint en dekplaten in blauwe hardsteen waarboven een ijzeren hekken, ter plaatse van west- en oostingang voorzien van geringde hekpijlers.

  • Archief Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen LEUVEN, Onroerend Erfgoed.
  • Map beschermingsaanvraag pastorie, Berla, erfgoedcel (2007).
  • Bouwen door de eeuwen heen. Inventaris van het cultuurbezit in België. Architectuur/deel 2n. Vlaams Brabant. Halle-Vilvoorde, (Gent), 1975, 790-791.
  • DE BONDT G. 1993: Rossem, 200 jaar zelfstandige parochie in Eigen Schoon en de Brabander, 428-432.
  • GILLISJANS M. 2005: Toponymie van Wolvertem in Berla, 323 e.v.
  • t’ KINT J. 1985: Enkele geschiedkundige nota’s over kerk en parochie Rossem in Berla, 4-7.
  • LEFEVRE J., VERHASSELT L. & t’KINT J. 1978: Geschiedenis van Wolvertem, Tielt-Affligem, passim.
  • VERBESSELT J. 1965: Het parochiewezen in Brabant tot het einde van de 13de eeuw, 4, Pittem, 89-98.
  • WAUTERS A. 1973: Histoire des environs de Bruxelles, 5, Brussel,(heruitgave 1855), 260.

Bron: Beschermingsdossier DB002304

Auteurs: Paesmans, Greta

Datum tekst: 2010

Alle teksten

Relaties

maakt deel uit van Kerk van Rossem en omgeving

Rossemdorp (Meise)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.