erfgoedobject

Semigesloten hoeve Hof te Hamme

bouwkundig element
ID: 40329   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/40329

Juridische gevolgen

Beschrijving

Het huidige Hof te Hamme is de pachthoeve van het gelijknamige, historische goed, dat een afhankelijkheid was van de abdij van Affligem. Het omgrachte steen, gelegen ten zuidoosten van het pachthof, werd in de 19de eeuw gesloopt en de gracht werd gedempt. Archeologische overblijfselen verwijzen nog naar dat voormalige hof. De pachthoeve is in haar huidige vorm bewaard als een semigesloten hoeve rond een binnenplaats, waarvan de bebouwing dateert uit de 18de en 19de eeuw, en vanaf de late 20ste eeuw werd gerestaureerd en herbestemd tot een wooncomplex.

Historiek

Aan de oorsprong van Hamme lag een Germaanse nederzetting, opklimmend tot de 7de eeuw en naar verluidt bewoond en beheerd door graaf Witger en zijn echtgenote Amelberga, de ouders van Sint-Goedele, Emebertus en Reinildis. Dit goed bestond uit een oppervlakte van 121 bunders of 10 mansi, en had een typische structuur volgens het hofstelsel. Het domein van het hof, het dorp en de parochie vormden hierbij een eenheid. Het oorspronkelijke Hof te Hamme (11de eeuw) lag naast en parallel met de Amelvonnesbeek (voorheen Hammervondelbeek). Het was een waterburcht, gelegen te midden van een aangehoogde motte, omgeven door grachten en aarden wallen.

Het Hof van Hamme behoorde sinds 1145 tot en met de Franse Revolutie tot de bezittingen van de abdij van Affligem. Een schets daterend van 1717 toont het toen al verbouwde, omgrachte steen, dat tot eind 14de eeuw bewoond was door de heren van Hamme, met ten noorden ervan het pachthof. Het is dit pachthof dat, weliswaar in sterk verbouwde toestand, tot op vandaag is bewaard. De oude herenwoning die eeuwenlang door de abdij van Affligem als refugiehuis werd gebruikt, is ook terug te vinden op de Ferrariskaart (1771-1778). Op die kaart is er een grote waterpartij weergegeven in de bocht van de beek. Hierbinnen bevond zich een gebouwd volume op een rechthoekig grondplan. Ten westen ervan situeerde zich een waterpoel. Ten noorden ervan lag de ‘Cse d’Hamme’, op die kaart weergegeven als een U-vormig ingeplante losse bebouwing, met een opening van het erf aan de zuidzijde, aldus op de plaats van het latere woonhuis.

Op het primitief kadasterplan (1830-1834) was de waterburcht gereduceerd in omvang qua bebouwing. Dit kleine rechthoekige gebouw was gelegen op een ruim stuk grond, omgeven door een smallere gracht, in tegenstelling tot de weergave op de Ferrariskaart. De westelijke waterpoel was ook nog aanwezig. De hoeve bestond toen uit een semigesloten inplanting van losstaande hoevegebouwen rondom een quasi vierkant erf. Deze schikking bleef bewaard tot het derde kwart van de 19de eeuw. Volgens een kadastermutatie van 1863 werd de zuidoostelijke hoek van de bebouwing vervangen door een nieuwe woning (zie nummer 30). In 1864 werd een ingrijpende heropbouw van de landelijke gebouwen geregistreerd onder eigenaar Franciscus Bernardus De Buysscher. De mutatieschets wijst op een verlenging van het westelijk stalgebouw aan de noordzijde, een vergroting en vermoedelijk ingrijpende wijziging van de ten noorden gelegen schuur en de sloop van het oostelijke gebouw. De hoeve werd toen ten westen geflankeerd door een boomgaard en ten noorden door ‘hopland’. In de jaren nadien werd een bijkomend deel van het woonhuis geïntegreerd bij het aanpalende burgerhuis (nummer 30) en verhoogd. Het zuidelijke uiteinde van de stal werd verbreed. Omstreeks 1881 werd het oostelijke uiteinde van de ten noorden gelegen schuur toegevoegd aan het perceel van nummer 30. Dezelfde mutatieschets toont nog het omgrachte volume ten zuiden van de hoeve. Op dat moment bleef het gebouwtje bewaard, maar werd de gracht gedempt.

Het huidige uitzicht van de site wordt bepaald door een ingrijpende restauratie en herbestemming van het complex op het einde van de 20ste eeuw en in de vroege 21ste eeuw. De restauratieplannen werden opgemaakt door het Brusselse ‘Architektenateljee Ark’ van Ludo de Smedt, Peter Leonard, F. Wambacq en C. Janssens, en de werken werden uitgevoerd in vier fasen door bouwbedrijf Van Wezemael. De eerste plannen dateren van 1989; de renovatie ging van start in het najaar van 1994. De hoeve werd toen omgevormd tot een wooncomplex met meerdere wooneenheden, gemeenschappelijke ruimtes en tentoonstellingsruimten. De planindeling van het woonhuis bleef grotendeels bewaard en kreeg volgens de plannen een invulling met onder meer een cafetaria en eetplaats. De stallen ten westen van het erf werden herbestemd tot tentoonstellingszalen (zuidelijk gedeelte), een artiestenverblijf en de woning van de huisbewaarder (noordelijk gedeelte). De schuur werd ingrijpend heringericht en opgedeeld in appartementen, op de plannen benoemd als ‘artiestenverblijven’.

Beschrijving

Het Hof te Hamme werd oorspronkelijk omringd door landbouwgronden. Deze gronden werden voor een groot deel verkaveld en hierdoor ging het landelijke karakter van dit waardevolle gebied in de vallei van de Amelvonnesbeek op het grondgebied van Merchtem gedeeltelijk verloren. In Wemmel, ten zuiden van de beek, is het open landschap beter bewaard. Het hof is momenteel grotendeels omringd door recentere verkavelingen langs de Lindestraat en Biesboslaan. De percelen ten zuiden van de hoeve bewaren wel hun landelijke karakter en (archeologische) sporen van het vroegere omwalde hof.

Een gekasseide toegangsweg leidt tot de achterin gelegen hoeve. De open strook aan de straatzijde werd aangelegd in gras, afgesloten met een nieuwe haag in haagbeuk en aangeplant met enkele hoogstamfruitbomen. Het erf wordt afgesloten met een ijzeren hek en bestaat momenteel uit een centraal grasperk, afgeboord met gekasseide paden en een strook dolomiet aan de noordzijde ervan.

Het huidige hof te Hamme is een streekeigen hoevecomplex met een semigesloten inplanting van de losse bestanddelen. Ten zuiden bevindt zich het woonhuis, dat dateert uit de late 18de of vroege 19de eeuw. Ten westen wordt het erf afgesloten door een stalvleugel, gedateerd op één van de lateien met het jaartal 1714 en uitgebreid ten noorden tijdens de tweede helft van de 19de eeuw. De dwarsschuur die het erf ten noorden afsluit dateert uit 1863 of werd toen ingrijpend aangepast. De oostzijde wordt momenteel begrensd door een recenter, open wagenhuis en een afsluitingsmuur met het aanpalende perceel. Dit perceel maakte oorspronkelijk deel uit van het hof, maar tijdens de tweede helft van de 19de eeuw werden de oostvleugel afgebroken en ontwikkelden de oostelijke delen van het woonhuis en de schuur zich tot een afzonderlijke eigendom, bestaande uit een 19de-eeuws burgerhuis met recentere aanhorigheden.

De boerenwoning (zuid) is een volume van zeven traveeën en anderhalve bouwlaag boven een souterrain. De verankerde, witgeschilderde baksteenbouw is voorzien van een zadeldak (pannen). Behalve de plint zijn ook de heden witgeschilderde hoekkettingen uitgevoerd in zandsteen. De plint wordt geopend met getraliede keldervensters; in de westelijke zijgevel bevindt zich een dieper gelegen toegangsdeur, bereikbaar via een later toegevoegde trap. De gevels worden regelmatig geopend met rechthoekige vensters, voorzien van hardstenen lekdrempels en houten luiken op de benedenverdieping. Op het moment van de eerste inventariscampagne (1975) waren deze vensters afgesloten met tralies. De halve verdieping wordt onder de daklijst geopend met enkele kleinere vensters en verluchtingsgaten. Het houten schrijnwerk werd vernieuwd naar oud model. In de derde travee van de erfgevel bevindt zich een rechthoekige houten deur met dito tussendorpel, onder een bovenlicht met kleine roedeverdeling, gevat in een natuurstenen, heden beschilderde omlijsting en voorafgegaan door enkele traptreden.

Bij de herbestemming tot gemeenschapsvoorzieningen gebeurden slechts kleine ingrepen aan de planindeling van het woonhuis. De houten dakgebinten en de gewelfde kelder bleven naar verluidt in hun oorspronkelijke toestand bewaard.

Het uitzicht van de stalvleugel (west) werd tijdens de restauratie aangepast naar het oorspronkelijke model, waarbij later ingebrachte muuropeningen opnieuw werden gesupprimeerd en andere gereconstrueerd werden.  Het langgestrekte, verankerde bakstenen volume, wordt afgedekt door een zadeldak (pannen), aan de erfzijde doorbroken met twee houten dakkapellen. Een gedeelte van het dak is aan de erfzijde uitgebouwd in overstek, rustend op houten dakbalklijsten en aan de zuidzijde bewaarde houten modillons. De erfgevel werd bij de restauratie voorzien van een witte kalei op een gecementeerde plint. Het zuidelijke gedeelte van de stal is voorzien van zandstenen hoekkettingen en een gerestaureerde zijpuntgevel met vlechtingen en top- en schouderstukken op zandstenen consoles. Dit is het oudste deel, dat later ten noorden werd uitgebreid. De rechthoekige muuropeningen van dit zuidelijke deel bewaren restanten van de oorspronkelijke deuropeningen onder een driehoekige, hardstenen monolietlatei, en tussen afgeschuinde, gebouchardeerde hardstenen posten. Eén van de lateien heeft de inscriptie “anno/ 1714”. De lateien en posten werden gedeeltelijk gereconstrueerd op basis van in situ bewaarde stenen, en deels vernieuwd naar bestaand model. Het noordelijke gedeelte is recenter en wordt geopend met eenvoudige rechthoekige muuropeningen en een getoogde en rechthoekige poort. Aan de zuidwestzijde bevond zich een later aangebouwde varkensstal, die bij de restauratie werd gesloopt in functie van de restauratie van de achter- en zijpuntgevel van de stal. Hij werd vervangen door een nieuw, kleiner volume. De achtergevel is net als de zijgevels onbeschilderd en toont zo het verankerde baksteenparement. Beide zijgevels zijn voorzien van verluchtingsgaten.

De houten zoldervloer in het zuidelijke gedeelte werd later vervangen door troggewelven tussen ijzeren I-liggers, afgedekt met een stenen vloer. Volgens de herbestemmingsplannen werd de stal omgebouwd tot tentoonstellingsruimte (zuiden) en een artiestenverblijf en conciërgewoning (noorden). De oorspronkelijke binnenmuren bleven voor een groot deel bewaard.

Aan de noordzijde bevindt zich de schuur. Een gevelsteen dateert de bouw van de schuur (of minstens een ingrijpende verbouwing) in “1863”, wat overeenkomt met de kadastergegevens. Het monumentale volume bestond uit twee dwarsschuren, veruitwendigd door de aanwezigheid van twee korfbooginrijpoorten per langszijde. De gesloten, verankerde baksteenbouw onder een pannen zadeldak, werd bij de herbestemming geopend met nieuwe, rechthoekige vensters met hedendaags schrijnwerk. Tegen de straatgevel werd een nieuwe metalen steunconstructie aangebracht.

Inwendig is de schuur verdeeld door een centrale scheidingsmuur. Deze muur en de zijmuren worden ondersteund door pilasters in de vorm van driehoekige prisma's. Bij de herbestemming bleven de zichtbare bakstenen muren en het eikenhouten dakspant bewaard. De ruimte werd opgedeeld in acht appartementen, op de plannen benoemd als artiestenverblijven.

De oostzijde van het erf wordt geflankeerd door een bakstenen afsluitingsmuur en een eenlaags bijgebouw. Dit volume onderging aanpassingen en werd gerestaureerd. Het doet dienst als wagenhuis en bergruimte. Ten zuidwesten van de hoeve bevindt zich nog een recenter bakhuis.

  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Mutatieschetsen en bijhorende mutatiestaten Merchtem, afdeling IV (Hamme), 1863/5, 1864/2, 1873/2, 1881/1.
  • Onroerend Erfgoed Vlaams-Brabant, Beschermingsdossier DB000723, Hof te Hamme (PAESMANS G. 1986).
  • Onroerend Erfgoed Vlaams-Brabant, Lopend archief, Merchtem, Hof te Hamme.
  • Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden voor Zijn Koninklijke Hoogheid de Hertog Karel Alexander van Lotharingen, Jozef Jean François de Ferraris, Koninklijke Bibliotheek van België, uitgegeven in 1770-1778, schaal 1:11.520 herleid naar 1:25.000.
  • DE MAEGD C. en VAN AERSCHOT S. 1975: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Vlaams-Brabant, Halle-Vilvoorde, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen, 2n, Gent.
  • VANDENBOSSCHE A. 2012: Hamme, de parochie van de H. Gudula, in: Veertig jaar Heemkring Soetendaelle, verzameling van heempraatjes, deel X, Merchtem, 55-62.
  • VERBESSELT J. 1965: Het parochiewezen in Brabant tot het einde van de 13e eeuw , Tussen Zenne en Dender, 4, Pittem, 200-209.
  • Centrale Archeologische Inventaris, CAI ID 3527, Hof te Hamme.

Bron     : -
Auteurs :  Paesmans, Greta, Verhelst, Julie
Datum  : 2019


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Semigesloten hoeve Hof te Hamme [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/40329 (Geraadpleegd op 01-06-2020)