erfgoedobject

Kasteeldomein Isque

bouwkundig element
ID: 40431   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/40431

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Kasteel Isque
    Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009

  • is deel van de aanduiding als beschermd stads- of dorpsgezicht, intrinsiek Dorpskern Overijse
    Deze bescherming is geldig sinds 16-10-1980

  • omvat de aanduiding als beschermd monument Kasteel Isque met omheiningsmuur
    Deze bescherming is geldig sinds 16-10-1980

  • omvat de aanduiding als beschermd monument Kasteel Isque: oude delen
    Deze bescherming is geldig sinds 23-06-1947

Beschrijving

Het kasteeldomein van Isque is een deels ommuurd kasteeldomein in het centrum van Overijse, met dienstgebouw en restanten van een jachtpaviljoen in een park met vijver. Het kasteel met aanhorigheden in traditionele bak- en zandsteenstijl werd gebouwd in de eerste helft van de 16de eeuw door de heren van Wittem ter vervanging van de oude burcht van Overijse. Het domein werd meermaals aangepast in de 17de, 18de eeuw en 19de eeuw en is sinds 1948 in gebruik als school voor het gemeenschapsonderwijs. Het kasteeldomein van Isque is in de Vlaamse Rand één van de belangrijkste kasteeldomeinen uit het ancien régime, dat gedurende bijna twee eeuwen in het bezit bleef van de graven, later de prinsen van Hoorn.

Historiek

In de literatuur wordt de bouw van het kasteel van Isque over het algemeen in het begin van de 16de eeuw gesitueerd. Het kasteel werd vermoedelijk tussen 1500-1550 gebouwd ter vervanging van de oude burcht van Overijse, nadat deze in 1489 samen met de dorpskern van Overijse vernield werd door de troepen van Maximiliaan van Oostenrijk. De bouw van het nieuwe kasteel wordt toegeschreven aan de heren van Wittem. Deze hadden de heerlijkheid in 1494 gekocht van de laatste erfgenamen van de ‘beiren’ van IJse, die de heerlijkheid of ‘beirie’ sinds de 12de eeuw in leen hielden van de hertogen van Brabant. De heren van Wittem lieten hun kasteel optrekken aan de voet van de helling van de dorpskern van Overijse. Het kasteel werd ten noordwesten van de loop van de IJse tegen de ‘Kardaan’, de oude vestingwal, aangebouwd. De werken werden ten vroegste in het begin van de 16de eeuw gestart, waarbij Hendrik III van Wittem (1440-1515) en diens zoon Filips van Wittem (1471-1523) mogelijk als bouwheren optraden. Hoewel de geschreven bronnen over de eerste bouwfase schaars zijn, wijzen een aantal historische feiten in die richting. In een brief van Filips de Schone aan de Rekenkamer uit 1503 wordt vermeld dat het bouwmateriaal van de afbraak van de burcht van Hoeilaart gerecupereerd diende te worden voor de bouwwerken die in Overijse aan de gang waren. Vermoedelijk gaat het hier om de bouw van het nieuwe kasteel van Isque. In 1550 werd opgetekend dat de Sint-Joriskapel van het kasteel ingewijd werd door de bisschop van Kamerijk, wat er eveneens op wijst dat het kasteel tegen dan vermoedelijk voltooid was of dat de werken in ieder geval ver gevorderd waren. Verschillende bouwsporen ter hoogte van de rechtervleugel van het huidige kasteel en de polygonale traptoren wijzen bovendien op de 16de-eeuwse ontstaanscontext van de site.

In 1578 kwam het kasteel van Isque door erfopvolging in handen van de familie van Hoorn. Deze familie hield het goed meerdere generaties in haar bezit. In 1677 werd de heerlijkheid van IJse door de Spaanse koning Karel II verheven tot prinsdom. De prinsen van Hoorn lieten belangrijke uitbreidings- en verfraaiingswerken uitvoeren aan hun bezittingen in Overijse. Op de figuratieve kaart van 1719 wordt het kasteel met dienstgebouwen omgeven door een uitgestrekt kasteeldomein met parkbos, een drevenstructuur, geometrische kasteelvijvers, waterbekkens, nuts- en siertuinen. In het noorden van het domein werden op het hellende terrein een sterrenbos, een boomgaard en nutstuinen aangelegd, terwijl de zuidelijke delen van de IJse-vallei gereserveerd waren voor de creatie van vijvers en parterretuinen in een formele Franse tuinaanleg. In de noordelijke hoek van de grote vijver bevond zich een jachtpaviljoen dat aansloot op de omheiningsmuren. Het kasteel zelf bestond op dat ogenblik uit een L-vormige kasteelvleugel met twee traptorens, vooraf gegaan door een binnenkoer. Tegen het lange, geknikte hoofdvolume van het kasteel bevond zich op dat ogenblik ter hoogte van de Waversesteenweg een inmiddels verdwenen haakse vleugel. De binnenkoer werd aan zuidoostelijke zijde afgesloten door hekwerk met hekpijlers. Aan oostelijke zijde van de kasteelvleugel bevonden zich aansluitend de dienstgebouwen in U-vorm. Aan de rechterzijde van de hoofdvleugel sloot een parallel dienstgebouw aan. Het betrof een tweelaags volume tussen trapgevels voorzien van dakkapellen met in het verlengde een lager volume voorzien van arcaden. Aan de rechterzijde van dit volume sloten in L-vorm de overige aanhorigheden aan. De binnenplaats van het neerhof werd eveneens afgesloten door een hek. Van het kasteel en de aanhorigheden blijven op heden enkel de geknikte kasteelvleugel met polygonale traptoren en het parallel lopende, doch ingekorte dienstgebouw over.

Na het overlijden van Maximiliaan-Emmanuel van Hoorn (1695-1763) kwamen de bezittingen in Overijse in 1768 in handen van de familie Salm-Kyrburg. Het kasteeldomein bevond zich op dat ogenblik in haar meest volkomen staat, waarbij het uitgestrekte kasteelpark met de Franse tuinen algemeen geroemd werd. De aanwezigheid van zeer oude Libanonceders (Cedrus libanii) op het domein werd onder meer opgemerkt door Eugène d'Olmen, baron de Poederlé die hierover in zijn Manuel de l'arboriste et du forestier Belgiques  (1772) berichtte: “Les plus grands que je connoisse, dans ce pays, sont dans les jardins du Prince de Salm-Kirbourg, à Overissche, sur la route de Bruxelles à Wavre.”. De boedelbeschrijving die voor de eigendomsoverdracht opgemaakt werd beschrijft het kasteel met aanhorigheden, waaronder het koetshuis, de paardenstallen, de bakkerij, de wasplaats, de keuken, de woning van de intendant en het tuinpaviljoen. De beschrijving wijst eveneens op het bestaan van een duiventil en hopzolder. Mogelijk gaat het om het torenvolume dat op de figuratieve kaart van 1719 in de noordoostelijke oksel van het neerhof afgebeeld wordt. De bezittingen van de familie Salm-Kyrburg, waaronder het kasteel van Isque, werden door de Franse revolutionairen aangeslagen. Onder het Eerste Franse Keizerrijk werd het kasteel in Overijse vervolgens als officiële verblijfplaats aan het Brussels senatorschap toegewezen. Nadat de prinsen van Salm-Kyrberg in 1814 opnieuw in het bezit kwamen van hun goederen, dienden ze het kasteel van Isque niet veel later te verkopen wegens hoge schuldenlasten. Het kasteeldomein werd onder het Hollands Bewind in 1817 openbaar verkocht. De verkoop besloeg het kasteel met aanhorigheden, omgeven door de nuts- en siertuinen, een vijver en twee reservoirs, het geheel langs drie zijden omsloten door een omheiningsmuur en langs één zijde door de rivier de IJse.

In 1824 werd het volledige domein met park uiteindelijk door de familie de Le Hoye aangekocht. Deze familie van rechtsgeleerden uit Namen liet het kasteel vervolgens restaureren door de Nijvelse architect Moreau. Tegen de zuidoostelijke gevel werd een staatsietrap aangebouwd als nieuwe ingang van het kasteel. Hiertoe werd de sterk vervallen zuidelijke vleugel aan de Waversesteenweg gesloopt. Niet veel later werden eveneens de dienstgebouwen aan zuidoostelijke zijde van het neerhof, waaronder de voormalige woning van de intendant tegenover de stallen, gesloopt. In 1867 liet de toenmalige eigenaar Emile-Bernard de le Hoye op de hoek van de huidige Kalvarieberg en de IJskelderlaan in de nabijheid van de ijskelder een kapel voor de Onze-Lieve-Vrouw van Zeven Weeën optrekken. Beide constructies werden midden jaren 1950 gesloopt voor de aanleg van de Stafh. Braffortlaan. In 1877 werd in de zuidwestelijke hoek van het domein een nieuwe oranjerie gebouwd. Hiertoe werd de bestaande serre afgebroken. In 1881 werd het oude spaarbekken van het neerhof gedempt en werden de gronden op de rechteroever van de IJse verkocht. Niet veel later liet de familie de Le Hoye eveneens een nieuwe inrijpoort met smeedijzeren hek tussen hekpijlers aanbrengen in de omheiningsmuur langsheen de Waversesteenweg. Aan het einde van de 19de eeuw werden opnieuw werken uitgevoerd aan het kasteeldomein. In 1898 liet Louis Edouard de Le Hoye de hoofdvleugel van het kasteel uitbreiden met een achterbouw en serre. Ook elders op het domein werden dat jaar ruime, inmiddels gesloopte, serres gebouwd. Bovendien werden de dienstvleugels aan noordoostelijke zijde van het kasteel een stuk ingekort. Zo werden de stal en remise achter het koetshuis afgebroken.

In 1937 kwam het kasteeldomein Isque in handen van Louis Braffort, advocaat en stafhouder van de balie van Brussel. Deze bleef er in de korte periode voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog amper wonen. Tijdens de oorlog hadden het kasteel en het park zwaar te lijden onder de militaire bezetting. Door de jarenlange verwaarlozing en het gebrek aan onderhoud kwam het kasteel sterk gehavend uit de oorlog. Desalniettemin werden de oude delen van het kasteel in 1947 beschermd als monument door de Prins Regent. Dit omwille van hun oudheidkundige en geschiedkundige waarde. Naast het oude rechtergedeelte van de kasteelvleugel met traptoren gaat het onder meer om het sterk vervallen 17de-eeuwse jachtpaviljoen bij de kasteelvijver, dat zich aan de noordoostelijke zijde van het park bevindt. Niet veel later werd het kasteel aangekocht door de Belgische Staat die er in 1948 een Rijksmiddelbare school in vestigde. Hiertoe werd het kasteel grondig gerenoveerd en werd de dakstructuur in 1953 van een nieuwe leien bedaking voorzien. Rond dezelfde periode werd voor de aanleg van de Stafh. Braffortlaan aan de noordwestelijke zijde van het kasteeldomein een deel van de omheiningsmuur gesloopt en werden de van het domein afgescheiden gronden verkaveld. Ondanks de ingebruikname van het kasteel als school, zette het verval zich in bepaalde delen van het domein gewoon door. In 1963 diende het koetshuis gestut te worden en werd het door instortingsgevaar uiteindelijk buiten gebruik gesteld. Ondanks verschillende restauratievoorstellen bleef het herstel van dit volume tot op heden uit. In 1967 stortte na jarenlang verval het beschermde 17de-eeuwse jachtpaviljoen in. Slechts enkele delen van de intussen volledig begroeide buitenmuren bleven bewaard. Aan het einde van de jaren 1970 werd het kasteeldomein opnieuw aangepast en werden een aantal nieuwe schoolgebouwen opgericht aan Stafh. Braffortlaan.

Beschrijving

Algemeen

Het kasteeldomein Isque bevindt zich in het oosten van de historische dorpskern van Overijse en wordt begrensd door de Waversesteenweg, de Stafh. Braffortlaan, de IJskelderlaan en de rivier de IJse. Het kasteel is gelegen in de zuidwestelijke hoek van het deels ommuurde domein en bestaat uit een lange geknikte kasteelvleugel van twee bouwlagen op een souterrain onder een leien zadeldak met aan noordoostelijke zijde aansluitend een dienstgebouw van twee bouwlagen onder een afgewolfd leien zadeldak. In het kasteel onderscheidt men de oude kasteelvleugel die overeenstemt met het noordoostelijke volume van zes traveeën tussen trapgevels met polygonale traptoren en de nieuwe vleugel die overeenstemt met het zuidoostelijke geknikte volume van veertien traveeën. Op de achtergevel van de nieuwe kasteelvleugel sluiten twee haakse volumes onder zadeldak aan. Het rechtse lange volume loopt uit op een zijpuntgevel met muurvlechtingen, terwijl het linkse korte volume uitloopt op een trapgevel. Aan de linkerzijde van dit haakse volume bevindt zich een lage serre die tegen de achtergevel van de oude kasteelvleugel werd aangebouwd.

Oude kasteelvleugel: het ‘Wittemgebouw’

De oude kasteelvleugel of het zogenaamde ‘Wittemgebouw’ is een met steunberen gestut bakstenen volume op een rechthoekige plattegrond met in zuidelijke hoek een polygonale traptoren, in de kern opklimmend tot de eerste helft van de 16de eeuw en opgetrokken in traditionele bak- en zandsteenstijl. De lijstgevel in rood baksteenmetselwerk in Vlaams verband op een afgeschuinde plint in zandsteen wordt gestut door twee massieve steunberen die tot aan de tweede bouwlaag reiken. De gevel kent rechthoekige muuropeningen, waarvan de onder- en bovendorpels doorgetrokken zijn in de kwartronde cordons. In de zijtraveeën bevinden zich op de gelijkvloerse verdieping twee kleine vensters onder ontlastingsbogen en twee vergrote vensters in de middentravee tussen de steunberen in. Boven de spitsboogdeur werd ter hoogte van de cordon een wapensteen ingemetseld. Op de eerste verdieping bevinden zich de originele kruis- en kloostervensters met boven de doorgetrokken bovendorpels de ontlastingsbogen, muurankers en steigergaten. Het gevelmetselwerk sluit aan op dat van de centrale dakkapel die uitgewerkt is met trapgevel en voorzien is van een rondboogvenster dat vermoedelijk dienstdeed als laadvenster.

In de zuidelijke hoek van het volume werd de polygonale traptoren aangebouwd. Deze sluit aan op de lijstgevel en wordt bekroond door een leien bolspits met dakkapellen. Het bakstenen torenvolume wordt verlevendigd door de zandstenen cordons, hoekkettingen en een kroonlijst. Boven het rechthoekige venster ter hoogte van de tweede bouwlaag bevindt zich een zandstenen wapensteen van de familie Wittem, vermoedelijk daterend uit de 16de eeuw. Deze is ingewerkt in een spitsboognis op consoles. De traptoren is toegankelijk via een korfboogdeur in de sokkel.

De noordoostelijk georiënteerde zijgevel van het oude gedeelte is sober uitgewerkt. Het betreft een eenvoudige bakstenen trapgevel met vier rechthoekige vensters in een zandstenen omlijsting met negblokken, waarvan de onder- en bovendorpels aansluiten op de cordons en deze ter hoogte van de eerste verdieping voorzien zijn van tralies. De afgeschuinde plint in zandsteen bleef slechts deels bewaard. In de korfbogige deuropening met ijzerzandstenen aanzetstenen werd later een venster aangebracht.

Tegen de achtergevel van het Wittemgebouw is een lage serre aangebouwd.

Nieuwe kasteelvleugel

Aan de zuidelijke zijde van het Wittemgebouw sluit het geknikte volume van de nieuwe kasteelvleugel aan. Het betreft een bakstenen volume van veertien traveeën en twee bouwlagen onder een leien zadeldak, voorzien van dakkapellen en een dakruiter, dat aan zuidwestelijke zijde uitloopt in een schilddak. Het geheel is opgetrokken op een quasi rechthoekige plattegrond in traditionele bak- en zandsteenstijl. De voorgevel is opgetrokken uit rood baksteenmetselwerk op een afgeschuinde plint in zandsteen en wordt geopend door rechthoekige beluikte vensters met zandstenen omlijstingen onder dubbele ontlastingsbogen. In de plint bevinden zich rechthoekige keldervensters voorzien van tralies. De zandstenen aanzet- en sluitstenen van de ontlastingsbogen ter hoogte van de tweede bouwlaag wijzen op de oorspronkelijke ordonnantie van de kruisvensters. De deurtravee wordt voorafgegaan door een uitwaaierende staatsietrap met bordes en zandstenen borstwering tussen octogonale sokkels. De deuromlijsting wordt bekroond door een wapensteen van de familie de Le Hoye, die in 1824 belangrijke aanpassingswerken liet uitvoeren aan dit volume. De lijstgevel wordt afgelijnd door een eenvoudige houten kroonlijst.

De zijgevel aan zuidwestelijke zijde is sober uitgewerkt en kent een gelijkaardige vormgeving als die van de voorgevel. De lijstgevel is opgetrokken uit zandsteen met gebruik van blauwe hardsteen voor de doorgetrokken onder- en bovendorpels van de rechthoekige vensters en hoekketting van de plint. De gevel wordt gesierd door hoeklisenen die aansluiten op de afgeschuinde plint.

De westelijk georiënteerde, deels verzonken achtergevel die uitgeeft op de Stafh. Braffortlaan is sober uitgewerkt en kent twee haaks aangebouwde volumes. De bakstenen lijstgevel bevat sporen van de oorspronkelijke muuropeningen en is voorzien en een rondboogdeur en rechthoekige vensters met negblokken en ontlastingsbogen.

Aan de rechterzijde bevindt zich een haaks aangebouwd met steunberen gestut volume van drie traveeën onder zadeldak uitlopend op een zijpuntgevel met muurvlechtingen, voorzien van later aangebrachte muuropeningen. Zowel aan de noordelijke als zuidelijke langszijde van het volume bevinden zich bouwsporen die wijzen op een oudere kern, waaronder de steunberen, een deels bewaarde zandstenen plint en dichtgemaakte rondboogdeur.

Aan de linkerzijde bevindt zich een korter, schuin tegen de achtergevel aangebouwd volume van een travee onder zadeldak uitlopend in een trapgevel van zes treden met topstuk. In de trapgevel, op heden volledig overwoekerd, bevinden zich drie rechthoekige, getraliede vensters voorzien van zandstenen onder- en bovendorpels en negblokken. De onderbouw van de zuidelijk georiënteerde kortzijde van het volume heeft een uitgespaarde rondboog.

Tussen beide haakse aanbouwen bevindt zich een afsluitingsmuur die de verzonken achtergevel afschermt.

Dienstgebouw

Ten noordoosten van de hoofdvleugel van het kasteel bevindt zich het ingekorte dienstgebouw dat onder meer dienstdeed als koetshuis. Het betreft een bakstenen volume van twee bouwlagen onder een leien zadeldak met wolfseinde, gebouwd in traditionele bak- en zandsteenstijl en vermoedelijk opgetrokken samen met de oude kasteelvleugel. Het gebouw bevindt zich in een zeer slechte staat, in die mate dat de constructie op drie plaatsen gestut werd. De  baksteenbouw wordt verlevendigd door het gebruik van zandsteen voor de afgeschuinde plint, de kwartronde cordons, de geprofileerde daklijst en de omlijstingen van de vensters. In de langsgevel bevinden zich twee vlakke korfboogdeuren met negblokken en verschillende sporen van de originele kruis- en kloosterkozijnen onder enkelvoudige of dubbele ontlastingsboog. Centraal in het volume bevindt zich een dakkapel met laadvenster van zandsteen voorzien van consooltjes onder de vensterlatei. In de zijgevel uitgevend op het neerhof bevindt zich een tudorboogpoort van zandsteen bekroond met een wapensteen van de heren van Wittem.

Jachtpaviljoen

Aan de noordoostelijke zijde van het kasteelpark bevindt zich ter hoogte van de vijver de ruïne van het voormalige jachtpaviljoen in bak- en zandsteenstijl, vermoedelijk daterend uit de 16de eeuw. Van de bak- en zandstenen constructie resteren sinds 1967 slechts enkele volledig begroeide fragmenten, niettegenstaande de bescherming van het paviljoen in 1947. Een gedeelte van de muren bleef overeind, deze bestaan uit baksteenmetselwerk met speklagen en hoekstenen van zandsteen en zijn voorzien van kruisvensters onder ontlastingsbogen van baksteen met sluit- en aanzetstenen van zandsteen.

  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Mutatieschetsen Overijse, afdeling IV (Overijse), 1878/33, 1898/63, 1914/59, 1920/93, 1950/62, 1954/16 en 1961/78.
  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Primitief kadaster Overijse, afdeling IV (Overijse), sectie D, 1830-1834.
  • Onroerend Erfgoed Vlaams-Brabant, dossiernummer DB000578, Kasteel Isque en omheiningsmuur, archiefdoos 5266, documentatie Overijse Waversesteenweg Kasteel Isque en Omheiningsmuur.
  • Onroerend Erfgoed Vlaams-Brabant, Beschermingsdossier DB000277-OB000675, Kasteel Isque: oude delen.
  • Algemeen Rijksarchief van België, Verzameling Kaarten en plattegronden in handschrift. Reeks I, nummer 201, Carte figurative du chemin d'Isque à Wavre, et projet de chaussée (aujourd'hui exécuté) entre ces deux endroits, dressés au XVIIIe siècle, 1701-1800.
  • Archief van het Kasteel van Isque, Figuratieve kaart van het Kasteel van Isque van 1719 (in het bezit van de heer F.H. Philips).
  • Atlas Cadastral parcellaire de la Belgique, Philippe-Christian Popp, uitgegeven in 1842-1879, schaal 1:5000.
  • Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden voor Zijn Koninklijke Hoogheid de Hertog Karel Alexander van Lotharingen, Jozef Jean François de Ferraris, Koninklijke Bibliotheek van België, uitgegeven in 1770-1778, schaal 1:11.520 herleid naar 1:25.000.
  • ARREN P. 1987: Van kasteel naar kasteel, 2, Kapellen, 152-160.
  • DE POEDERLé E. 1772: Manuel de l’arboriste et du forestier Belgiques, Bruxelles, 98.
  • DE MAEGD C. & VAN AERSCHOT S. 1975: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Vlaams-Brabant, Halle-Vilvoorde, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 2N, Gent, 464-466.
  • GENICOT L.F. 1977: Kastelen en buitenplaatsen, s.l., 206-207.
  • PETITJEAN O. 1932: Le château des comtes de Hornes à Overijssche, Revue du Touring Club de Belgique, 353-356.
  • PHILIPS H.F en C. 1973: Le Château Isque à Overijse, Brabant 4, 24-29.
  • PIERRON S. s.d.: Histoire illustrée de la forêt de Soignes, 2, s.l., 455-461.
  • STROOBANTS F. 2001: Overijse in de twintigste eeuw in prentkaarten, Bijdrage XXI tot de Geschiedenis van IJse-, Lane-, en Dijleland, Overijse, 41.
  • VANDE PUTTE 1977: Hornejaarboek, Heemkundig Jaarboek III, Beierij van Ijse, Overijse, 193-315.
  • VERBESSELT J. 1964: Het parochiewezen in Brabant tot het einde van de 13e eeuw, 17, Tielt, 5.
  • WAUTERS A. 1855: Histoire des environs de Bruxelles, 9B, s.l., 474.
  • WILLAERT R. 2008: 1948-1949: Het eerste schooljaar bij de Rijks Middelbare School “Kasteel Isque” te Overijse, Zoniën 8, 168-180.

Auteurs :  Pevernagie, Thomas
Datum  : 2019


Relaties

  • Is deel van
    Dorpskern Overijse

  • Is deel van
    Waversesteenweg

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Kasteeldomein Isque [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/40431 (Geraadpleegd op 03-08-2020)