erfgoedobject

Hof te Reutenbeek

bouwkundig element
ID: 40495   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/40495

Juridische gevolgen

Beschrijving

Hof te Reutenbeek is een gesloten hoeve met kern uit de 18de eeuw, gelegen in het gelijknamige nog landelijke gehucht ten zuiden van de dorpskern van Overijse en ten westen van het gehucht Tombeek. De hoeve is ook bekend onder volgende benamingen: Paradijshof, later Borremanshof, naar de eigenaar begin 19de eeuw en recent pachthof van Vanden Waeyenberg, naar de laatste actieve uitbater.

Historiek

Het gehucht Reutenbeek ligt aan de bronnen van de Reutenbeek of Paardebeek en kenmerkt zich door resten van verschillende hoeves. Hof te Reutenbeek ligt in de kern van het gehucht aan de verbindingsweg tussen Overijse en het gehucht Rozieren (deelgemeente van de Waalse gemeente Rixensart).

Het hof staat op de Ferrariskaart (circa 1770-1778) aangeduid als U-vormige hoeve geopend naar het oosten en aangeduid als pachthof “Terdeck”. Mogelijk was er een link met het kasteel ter Deck en zijn heerlijkheid. Begin 19de eeuw, op het primitief kadaster in 1825, ingetekend als een gesloten hoeve in eigendom van Jean Bormans (nog niet Borremans).

Boven de deur van het woonhuis zit een jaarsteen uit midden 18de eeuw: "E G B M/ I D K N/ 17 (?) 7" (of 1737 of 1757). Volgens de eerste inventaris wijzen de initialen op Eugeen Borremans en volgens een artikel van Denayer zouden de initialen wijzen op Egidius Borremans en Johanna De Koninck en het jaartal 1757. Zij hadden het pachthof verworven in 1760, maar hadden daarvoor al grote verbouwingswerken op zich genomen (1757).

Er werd slechts één wijziging aan de gebouwen geregistreerd op het kadaster, namelijk in 1854. Het ging om een vergroting en “reconstruction” van de schuur in eigendom van Jean Baptiste, Jean Antoine en Jean François Borremans. Aan de gebouwen werden sinds midden 19de-eeuw geen grote structurele wijzigingen meer aangebracht, buiten kleine wijzigingen aan muuropeningen en het interieur.

Beschrijving

Volledig gesloten hoeve met verankerde en grotendeels witgekalkte bakstenen gebouwen gerangschikt rond een deels geplaveide binnenplaats met centraal de mestvaalt (buiten gebruik). Poort in de straat- of oostelijke vleugel, deze vleugel wordt verder ingenomen door stallen en een wagenhuis, parallel hiermee ten westen eveneens een stalvleugel, ten noorden het zuidelijk gericht boerenhuis en er tegenover ten zuiden de langsschuur.

Poorttoren en stallen

Gedrongen poorttoren met tentdak (kunstleien), bekroond met een windwijzer, onder de dakrand overhoekse muizentand. Blauwe hardstenen rondboogpoort met licht uitspringende negblokken, imposten en sluitsteen. Voor de poortdoorgang twee hardstenen schamppalen aan de straat- en erfzijde. Aan de erfzijde bakstenen korfboog met duifhuis.

De flankerende gebouwen van anderhalve bouwlaag worden afgedekt met zadeldaken (pannen), eveneens voorzien van een overhoekse muizentand en aan de straatzijde met smalle hardstenen verluchtingsgaten. Aan de erfzijde van de zuidelijke vleugel rechthoekige staldeuren met een smalle hardstenen omlijsting. Aan de erfzijde van de noordelijke vleugel rechthoekige poorten onder houten lateien en met hardstenen stijlen ingeschreven in een rondboogveld en een rechthoekig venster met diefijzers.

Westelijke stallen

Tegenover het poortgebouw gelegen stalvleugel van anderhalve bouwlaag onder zadeldak (pannen) tussen zijgevels met aandaken en vlechtingen. Erfgevel met rechthoekige muuropeningen in een hardstenen omlijsting met negblokken (sommige aangepast). De oudste muuropeningen van de verdieping hebben een houten omlijsting. Links korfboogvormige opening van een voormalig wagenhuis. Tegen de westgevel, met aangepaste rechthoekige muuropeningen, bouwvallige aanbouwen onder lessenaarsdak. In het interieur onder andere houten moerbalken met hiertussen bakstenen troggewelven tussen ijzeren I-liggers.

Woonhuis

Deels onderkelderd boerenhuis van zeven traveeën en twee bouwlagen (nok loodrecht op de straat) met pannen zadeldak. Erfgevel met verbouwde rechthoekige vensters met hardstenen dorpels, voorzien van luiken en rechts met diefijzers. Oorspronkelijke deur in een gebouchardeerde omlijsting van hardsteen met negblokken en mijtervormige latei met bouwjaar "EGBM/ IDKN/ 175(3?)7"; getralied vierkant bovenlichtje. Verdieping met één laadvenster en twee rechthoekige vensters eveneens met hardstenen dorpels. Voorts steigergaten en een geprofileerde dakrand. 

Achtergevel met rechthoekige muuropeningen (eerste en laatste met diefijzers) en hardstenen dorpels. Rechthoekige deur met geblokte geprofileerde hardstenen omlijsting en mijterlatei. De tweede bouwlaag heeft geen muuropeningen in deze gevel, enkel steigergaten bovenaan in de gevel.

Zijpuntgevels afgewerkt met vlechtingen en topstuk, en aan de straatkant voorzien van een beluikt en getralied kloosterkozijn van hardsteen op de begane grond en van een korfboogvenster in een rechthoekige omlijsting van gesinterde baksteen op de bovenverdieping. In de zijgevels is een verhoging van de woning af te lezen uit de bouwsporen (zie vlechtingen).

Aansluitend ten westen aan het woonhuis lagere onderkelderde stal van anderhalve bouwlaag met smalle rechthoekige deuren in een hardstenen omlijsting en rechthoekig venster met hardstenen dorpels. In de achtergevel keldervenster en een kleine gewijzigde rechthoekige muuropening met diefijzers.

Interieur woonhuis

Boerenhuis met centrale gang tussen voor- en achtergevel met aan weerszijden verschillende kamers. Aan de zuidzijde bevinden zich de meest representatieve ruimtes en tegen de noordzijde de kleinere ruimtes. In het interieur zijn een aantal tegelvloeren bewaard met ingelegde motieven (onder andere uit de 20ste eeuw), in de gang tegels tegen de wand, rood en zwarte aarden tegels, schrijnwerk van de deuren en balkenroosters. 

De verdieping van het woonhuis is één grote open ruimte met planken vloer onder het bewaarde gebint. Hier zijn de sporen van een verhoging van het woonhuis ook zichtbaar in het baksteenmetselwerk en het gebint.

Langsschuur

Langsschuur van twee beuken en vijf traveeën onder wolfsdak bedekt met golfplaten. In de straatgevel en achtergevel zit een verankerde blauwe hardstenen rondboogpoort met een zelfde afwerking als de inrijpoort. In de straatgevel twee kleine rondboogvormige muuropeningen met een hardstenen omlijsting en zandstenen steigergaten. De achtergevel heeft aangepaste muuropeningen met een deels bewaarde hardstenen deuromlijsting. Onder de dakrand van de noord- en zuidgevel lijst met overhoekse en muizentandfries. In de noordgevel centraal een (recent ingebrachte?) poort en twee kleine rondboogvormige openingen met een hardstenen omlijsting. Volgens de literatuur is het gebint van de schuur nog bewaard.

Ten noorden van de hoeve staat mogelijk nog een vervallen tweeledig bakhuisje onder zadeldak (pannen).

  • Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden voor Zijn Koninklijke Hoogheid de Hertog Karel Alexander van Lotharingen, Jozef Jean François de Ferraris, Koninklijke Bibliotheek van België, uitgegeven in 1771-1778, schaal 1:11.520 herleid naar 1:25.000.
  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Mutatieschetsen en bijhorende mutatiestaten Overijse, Afdeling III (Overijse), 1854/19 en 1909/79.
  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Legger bij het primitief kadaster Overijse, afdeling III (Overijse), sectie I, circa 1825.
  • DENAYER R. 1982: Twee letterstenen ontcijferd, Zoniën 6.3, 100-105.
  • VANDE PUTTE G. 2004: Het hof te Reutenbeek alias Borremanshof, Zoniën 28.3, 132.
  • VERBESSELT J. s.d.: Tussen Zenne en Dijle VII, Het Parochiewezen in Brabant tot het einde van de 13de eeuw, Deel XVII, Tielt, 50.

Auteurs :  Verwinnen, Katrien
Datum  : 2019


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Hof te Reutenbeek [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/40495 (Geraadpleegd op 05-08-2020)