erfgoedobject

De Pijnappel, Ceulen, De Guldenberch, Den Volaert

bouwkundig element
ID: 4056   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/4056

Juridische gevolgen

Beschrijving

Geheel van vier neotraditionele diephuizen op de hoek van Grote Markt en Maalderijstraat, waarvan de gevels werden heropgebouwd door de Stad Antwerpen, naar ontwerpen door stadsarchitect André Fivez uit 1951, voltooid in 1953.

André Fivez trad in 1914 als tekenaar in dienst van de Stad Antwerpen, en volgde in 1946 Emiel Van Averbeke op als hoofdarchitect-driecteur, een functie die hij bekleedde tot zijn pensionering in 1953. Tot zijn belangrijkste nieuwbouwrealisaties behoren het kantoorgebouw uit 1938 op de hoek van Hofstraat en Oude Beurs, de kleuterschool uit 1950-1952 aan de Jan de Voslei, het voormalige Stadsarchief uit 1949-1954 in de Venusstraat en het voormalige Archief en Museum van het Vlaams Cultuurleven uit 1953-1959 in de Minderbroedersstraat. Onder leiding van Fivez werd in 1947-1951 het Museum Plantin-Moretus gerestaureerd. Op de Grote Markt tekende hij in 1950-1953 verder voor de heropbouw van de gevels van “Den Luipaert”, “De Meersman”, en de “De cleyne Wolvinne”.

Nummer 28

Over de oorsprong is niets bekend, evenmin als de vroegere huisnaam. Het betrof een traditioneel diephuis met trapgevel uit de tweede helft van de 16de eeuw, die in de eerste helft van de 19de eeuw was aangepast tot een neoclassicistische, bepleisterde en beschilderde lijstgevel, onder een afgesnuit zadeldak.

Diephuis van drie traveeën en drie bouwlagen onder een zadeldak (nok loodrecht op de straat, leien). Vrij gereconstrueerde trapgevel van zes treden met een overhoeks topstuk, uit bak- en natuursteen voorzien van smeedijzeren muurankers, op een opengewerkte winkelpui. Registers van gekoppelde kruiskozijnen op de bovenverdiepingen. De door omlopende waterlijsten gemarkeerde, tweeledige geveltop wordt in het eerste register geopend door een rechthoekig drielicht met lager middenluik.

Nummer 30

Voor het eerst vermeld in 1510, droeg het pand vanaf 1576 de naam “De Pijnappel” en vanaf 1650 “Het gulden Claverbladt”. Het betrof in oorsprong een traditioneel diephuis met trapgevel uit de tweede helft van de 16de eeuw, die in de eerste helft van de 19de eeuw was aangepast tot een neoclassicistische, bepleisterde en beschilderde lijstgevel, onder een afgesnuit zadeldak.

Diephuis van drie traveeën en vier bouwlagen onder een zadeldak (nok loodrecht op de straat, leien) met een getrapt aandak. Vrij gereconstrueerde trapgevel van negen treden met een overhoeks topstuk, uit bak- en natuursteen voorzien van smeedijzeren muurankers, op een opengewerkte winkelpui. Deze wordt geflankeerd door een neobarokke rondboogdeur met geblokte archivolt, sluitsteen, gestrekte waterlijst en gedeeld bovenlicht. Registers van kruiskozijnen op de eerste twee verdiepingen en bolkozijnen op de derde verdieping. De door waterlijsten gemarkeerde, tweeledige geveltop wordt in het eerste register geopend door een drielicht met een rondbogig middenluik tussen kloosterkozijnen. Het topstuk wordt bekroond door een verguld, bronzen zeilschip door de beeldhouwer Leopold Van Esbroeck uit 1957-1958.

Nummers 32-34

Samenstel van de panden “De Guldenberch” (nummer 34) en “Ceulen” (nummer 32), die oorspronkelijk vermoedelijk één geheel vormden met het aanpalende, tot de 13de eeuw opklimmende “Den Volaert”, en in de 15de eeuw werden afgesplitst. Beide panden gingen in vlammen op tijdens de brand van de Maalderijstraat in 1541, en werden vervolgens heropgebouwd, “De Guldenberch” in 1542-1546 door de zijdelakenverkopen Jacob van Axele. Het betrof traditionele diephuizen van respectievelijk drie en vier bouwlagen en een insteekverdieping, met trapgevels, het hoekhuis aan beide gevelzijden. In 1847 liet Jean Louis Collens de trapgevel van “Ceulen” in neoclassicistische stijl aanpassen tot een lijstgevel. Daarbij verving een bijkomende vijfde bouwlaag de geveltop van zes treden, geopend door een drielicht met rondbogig middenluik. De heer Van Honsem liet in 1857 de gevel heropbouwen in Louis-Philippestijl, met een stucdecor, een mezzanine en een fronton. “De Guldenberch” werd heropgebouwd tot een afgeschuind hoekhuis van vijf traveeën en vier bouwlagen in neoclassicistische stijl, naar een ontwerp door de architect Léonard Blomme uit 1875. Opdrachtgever was de edelsmid-juwelier en stadsbeiaardier Joannes Franciscus Volckerick (Antwerpen, 1815-Antwerpen, 1897), die het winkelhuis liet bouwen voor zijn schoonzoon en dochter Petrus Vermeulen (Antwerpen, 1845-Antwerpen, 1897) en Maria Aldegonda Volckerick (°1849). Deze baatten hier de juwelierszaak “In de gouden Kroon” uit, en breidden het pand uit met het aanpalende “Ceulen”, waarvan de gevel in 1882 werd heropgebouwd door de architecten Léonard en Henri Blomme.

Hoekhuis van vijf bij zes traveeën en vier bouwlagen onder een zadeldak (nok loodrecht op de Grote Markt, leien) met twee rijen afgesnuite dakkapellen en een getrapt aandak. De trapgevels van tien en acht treden met overhoekse fioelen en de aansluitende lijstgevel, hebben een parement uit witte natuursteen, voorzien van smeedijzeren muurankers met gekrulde spie. De opstanden werden op basis van iconografische bronnen naar het oorspronkelijke uitzicht gereconstrueerd, in een gewijzigde ordonnantie zonder insteekverdieping, en met weglating van de getrapte geveltop van het huis “Ceulen’. Cafépui met afgeschuind hoekportaal op een Toscaanse zuil, korfboogvensters en een rondboogdeur met gedeeld bovenlicht als privé-inkom. Verkleinende registers van kruiskozijnen op de drie bovenverdiepingen. De drieledige, door omlopende waterlijsten geveltop van de voorgevel, wordt geopend door twee rechthoekige dielichten met een lager middenluik, in het eerste register tussen kruiskozijnen. Op het topfioel een vergulde, bronzen valk door de beeldhouwer Adolf Van Dongen uit 1957-1958. Twee kruiskozijnen en een luik doorbreken de tweeledige top van de zijgevel.

Nummer 36

In 1249 voor het eerst vermeld als het huis van Hugo Volaert, draagt het pand de naam “Den Volaert” in de 14de eeuw en “De Platijn” in de 15de eeuw. Het vormde in oorsprong vermoedelijk één geheel met het aanpalende “De Guldenberch” en “Ceulen”, opgesplitst in de 15de eeuw. Tijdens de brand van de Maalderijstraat In 1541 ging “Den Volaert” in vlammen op, en werd in 1542 heropgebouwd door de zijdelakenverkoper Loys van der Tommen, die de naam “Den Keyser” introduceerde. Bij renovatiewerken in het interieur in 1985, werden uit deze periode ter hoogte van de insteek op de brandmuren fragmenten van wandschilderingen - rolwerkmedaillons in renaissancestijl met vrouwenhoofden - vrijgelegd en geconserveerd. Het betrof een traditioneel diephuis van vier traveeën, drie bouwlagen en een insteekverdieping, met een trapgevel van acht treden met overhoeks topstuk. Deze werd in 1875 in opdracht van de kuiper-slotenmaker J.B. Roelants aangepast tot een neoclassicistische lijstgevel, door het vervangen van de geveltop door een bijkomende vierde bouwlaag onder een afgesnuit zadeldak.

Diephuis van vier traveeën en vier bouwlagen onder een zadeldak (nok loodrecht op de straat, leien) met een getrapt aandak. Trapgevel van negen traveeën en een overhoeks topstuk, met een parement uit witte natuursteen voorzien van smeedijzeren muurankers met gekrulde spie. De opstand werd op basis van iconografische bronnen naar het oorspronkelijke uitzicht gereconstrueerd, in een gewijzigde ordonnantie met een bijkomende verdieping en een verhoogde geveltop. Opengewerkte cafépui, registers van gekoppelde bolkozijnen op de insteek- en derde verdieping, en gekoppelde kruiskozijnen op de eerste en tweede verdieping. De tweeledige, door waterlijsten gemarkeerde geveltop wordt in het eerste register geopend door een drielicht, samengesteld uit een rondbogig middenluik met diamantkoppen tussen kloosterkozijnen, waarboven een cartouche.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 1847#288, 1857#405, 1875#486, 1882#753 en 1875#843, plannen 326#210 (nummer 28), 326#1358 en 326#1361 (nummer 30), 326#1345 en 326# 1351 (nummers 32-34), 326#1356 (nummer 36).
  • ASAERT G. 2005: Honderd huizen aan de Grote Markt van Antwerpen. Vijf eeuwen bewoningsgeschiedenis, Zwolle en Antwerpen, 65-85.
  • MACLOT P. 1987: Figuratieve muurschilderingen uit de Renaissance ontdekt in "Den Keyser" modo "Den Volaerd"), Grote Markt nr. 36, Bulletin van de Antwerpse Vereniging voor Bodem- en Grotonderzoek 1987.3, 43-52.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2018


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: De Pijnappel, Ceulen, De Guldenberch, Den Volaert [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/4056 (Geraadpleegd op 22-09-2020)